Therapeut

Er zijn therapeuten en er zijn therapeuten.

R. van R., over wiens rechtszaak in Haarlem ik het gisteren in deze rubriek had, is een therapeut die hecht aan `lichaamsgerichte therapieën' om bijvoorbeeld trauma's bij slachtoffers van seksueel misbruik op te roepen en vervolgens te overwinnen. Bij de daders – die hij ook behandelde – activeerde hij de schuldgevoelens door hen fysiek stevig aan te pakken. Waar leidde dat allemaal toe?

Op 26 oktober 1991 schreef mijn oud-collega Hidde van der Ploeg in NRC Handelsblad over `de methode-Van R.' In dat artikel zei Van R.: ,,Deze slachtoffers moet je als het ware opnieuw verkrachten en aanranden. Ik ben dan de aanrander en pas als ze niet meer bang zijn voor mij, kan je dat overplanten naar de confrontatie met de dader.''

Van der Ploeg zag hoe een incestdader kreunend van de behandeltafel opstond nadat hij de zoveelste hardhandige massage had moeten ondergaan. Ook bekeek hij een filmpje waarop te zien was hoe een incestdader/stiefvader in een therapeutische sessie door zijn drie inmiddels volwassen stiefkinderen werd afgeranseld, daarbij aangemoedigd door Van R. Kinderrechter Jaap Doek was erbij en keek er goedkeurend naar.

Van der Ploeg liet enkele collega's van Van R. aan het woord die zeer kritisch over zijn behandelwijze oordeelden. ,,Onbewijsbaar gegoochel'', zei de orthopedagoog R. Bullens. Ook bij de verslaggever zelf proef je de reserve: hij wijst erop dat Van R. maar weinig concrete informatie over zijn methode kan verschaffen. Het bleek om een uit Amerika overgewaaide methode te gaan die ervan uitgaat dat traumatische ervaringen in het bind- en spierweefsel zijn opgeslagen. (Misschien, bedenk ik nu opeens met schrik, is spierpijn wel helemaal niet zo onschuldig als het lijkt).

In zijn artikel vermeldde Van der Ploeg dat Van R. al sinds 1988 een veroordeling voor seksueel misbruik achter de rug had. Het mocht weinig baten: Van R. bleef voorlopig een therapeut met veel gezag in kringen van de hulpverlening en de rechterlijke macht – zo kon hij nog in 1991 optreden als getuige-deskundige.

Hoe ver gingen `de lichaamsgerichte therapieën' van Van R. precies? Dat is voor de Haarlemse rechtbank de grote vraag. De vrouwen die aangifte hebben gedaan beweren dat hij hen misbruikte. ,,Hij nodigde me uit om de confrontatie met zijn geslachtsdeel aan te gaan'', vertelde een getuige, ,,dat zou nodig zijn om mijn walging te overwinnen.'' Van R. ontkende.

Voor de beoordeling van zijn therapie is dat allemaal van minder belang. Zelfs Van R. zal moeten toegeven dat het in een aantal gevallen op een gruwelijk echec is uitgelopen. Vrouwen die zich met een seksueel trauma bij hem meldden, kregen er nóg zo'n trauma bij.

Wie onderzoekt eigenlijk de therapeuten?