Opstand II

,,Mijn leven was een tijd vol geweld'', zegt Wladyslaw Matwin (83). ,,Er zijn voortdurend hevige krachten geweest die het telkens op z'n kop zetten. In 1938, bij het München-akkoord, studeerde ik in Tsjechoslowakije. Ik moest halsoverkop vluchten. Toen begon het al.''

We lopen rondjes om een vijver in een van de prachtige parken. De lucht kleurt warmrood, de kikkers kwaken je de oren van het hoofd. In de oorlog was Matwin officier in het Rode Leger en vanaf een afstand maakte hij in augustus 1944 de opstand van Warschau mee. ,,We waren machteloos. Ze vochten in de stad als leeuwen, met de raarste wapens. Vooral de meisjes haalden ongelofelijke dingen uit. Bijna allemaal zijn ze eraan gegaan. Het was ook helemaal fout gepland.''

Maar het Rode Leger lag toch vlakbij? Matwin zucht. ,,Er is een romantische versie van de opstand die altijd verteld en verfilmd is. En er is een politieke versie. Alleen uit menslievendheid hadden de Russen te hulp moeten komen. Maar politiek en strategisch kwam het hun heel slecht uit. Die opstand was namelijk ook tegen hen gericht. Er is geen enkel contact vooraf geweest tussen de opstandelingen en de oprukkende Russen. Dat is toch heel gek? Alle instructies kwamen van de Poolse regering die ver weg in Londen zat. Die wilde in Warschau een eigen bruggenhoofd vestigen, tegen de Russen. Daar ging het om.''

Maar konden de Russen te hulp komen? We zwijgen. Dan zegt Matwin: ,,Ja. Als ze het echt gewild hadden, dan hadden ze het gekund. Die jongens en meisjes van Warschau waren waanzinnig moedig. Maar politiek was het zwijnerij.''