Onderzoek medicijnen in dieren

De Europese Commissie gaat het onderzoek naar zogeheten maximale residu limieten (mrl's) van diergeneesmiddelen in voedsel zelf betalen voor zover het om medicijnen voor economisch minder interessante diersoorten gaat.

Daartoe heeft de raad van ministers van landbouw van de Europese Unie gisteren besloten. Al in 1990 stelde de Europese Unie een verordening op die er onder meer in voorzag dat fabrikanten van diergeneesmiddelen onderzoek moesten doen naar de hoeveelheid residuen van hun geneesmiddelen die na behandeling achterbleven in vlees, melk en eieren. Daardoor zou volgens de EU de voedselveiligheid beter worden gegarandeerd.

De termijn waarop die MRL's uiterlijk moesten zijn bepaald was in eerste instantie op 1 januari 1997 gesteld, maar dat werd niet gehaald. Daarna is 1 januari 2000 als uiterste datum genomen, maar ook nu blijken voor met name medicijnen voor kleine landbouwhuisdieren geen mrl's te zijn bepaald.

De fabrikanten van veterinaire geneesmiddelen stellen dat de kosten van dergelijke onderzoeken dermate hoog zijn, dat het niet loont ze voor `kleinere dieren', zoals kalkoenen, fazanten, struisvogels, geiten of schapen te doen.

Het medicijnarsenaal van de veearts voor deze dieren is daardoor tot een minimum teruggebracht.

Hoewel de commissie nu de kosten voor haar rekening neemt, is het vrijwel uitgesloten dat de datum van 1 januari alsnog wordt gehaald en wordt er vanuit gegaan dat er een overgangstermijn zal gaan gelden.

Ook voor paarden zouden na de jaarwisseling nog nauwelijks preparaten over zijn, maar de raad is op voorspraak van de Britten akkoord gegaan met een uitzonderingspositie. Het gebruik van geneesmiddelen voor paarden, waarvan geen mrl bestaat, wordt tijdelijk toch toegestaan als de dieren niet binnen twaalf maanden na behandeling worden geslacht voor de menselijke consumptie. Het gaat daarbij voornamelijk om spring- en renpaarden die na hun actieve carrière een `pensioen' wordt gegund.