Niederer op één lijn met commissie

Het Tweede-Kamerlid J. Niederer (VVD) heeft zijn eerdere kritiek op de commissie-Kalsbeek ingetrokken. Niederer, lid van de commissie, is nu toch van opvatting dat ,,voldoende feitelijke grondslag'' bestaat voor de bevinding dat tijdens de IRT-affaire met medeweten van overheidsdienaren minstens 15.000 kilo cocaïne in Nederland is geïmporteerd.

Vorige week trok Niederer deze conclusie van de commissie-Kalsbeek in twijfel. Na publicatie van het rapport, waarin wordt gesteld dat Niederers partijgenoot minister Korthals (Justitie) kennis heeft van de cocaïne-importen, stelde Niederer dat de commissie-Kalsbeek zich ten dele op ,,vermoedens'' baseerde.

Niederer had als commissielid in het rapport geen voorbehoud op dit punt gemaakt. Ondanks pressie van de commissie weigerde hij eind vorige week zijn uitlatingen in te trekken. Daarop vroeg de commissie bemiddeling van Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven. In een gisteren uitgegeven verklaring van de commissie staat nu dat Niederer ,,zijn welgemeende excuses'' aanbiedt voor zijn kritiek op commissievoorzitter Kalsbeek en ,,ondubbelzinnig het gehele rapport (van de commissie-Kalsbeek, red.) onderschrijft''.

Over de conclusie dat ten minste 15.000 kilo cocaine met kennis van opsporingsambtenaren is geïmporteerd - die door minister Korthals in twijfel is getrokken - wordt nu gesteld dat commissievoorzitter Kalsbeek hierover ,,terecht heeft gesteld dat deze feiten hard zijn''.

Minister Korthals heeft overigens gisteren in de Kamer afstand genomen van mededelingen van de Amsterdamse officier van justitie F. Teeven dat criminelen soms proberen politici en leden van de rechterlijke macht te beïnvloeden. Korthals vindt dat Teeven deze uitspraken niet had mogen doen en noemde ze ,,voorbarig'' en ,,onverstandig''. Teeven zal hierover door het college van procureurs-generaal worden onderhouden, aldus Korthals.