Kruising tussen Kagel en Duck leidt tot hysterie

Als de Belgische autoriteiten zouden meedelen dat er een ernstige hoeveelheid epipiferminfluïnfil in het voedsel is gevonden, wie zou daar dan zonder een medische opleiding aan twijfelen? Dergelijke woorden klonken gisteravond grotesk en geheimzinnig, glinsterend en gruizelend als een extra klanklaag uit de monden van de musici van het Nederlands Balletorkest. Ze werden zachtjes gereciteerd, voorgeschreven door Astrid Kruisselbrink in haar indrukwekkende compositie In voor groot symfonieorkest. Met breed stuwende klankgolven (vijf hoorns!) en fraaie soli voor het hout vertakt deze muziek in ruimtelijke echo's rondom het publiek. Van mij had het de NOG Jonge Componistenprijs mogen krijgen.

De jury onder aanvoering van Jan Zekveld dacht er anders over op een lange avond met zes wereldpremières in het Project Jonge Componisten 1999, een slijtageslag voor publiek en orkest, vakkundig en vaderlijk geleid door Richard Dufallo. De prijs van 7.500 gulden ging naar Ivan Felipe Waller (1971), zoon van een Nederlandse vader en een Mexicaanse moeder, voor diens Calumnia voor groot orkest, geïnspireerd door stuitende en ontwrichtende vormen van gesproken taal: calumniate is belasteren. De componist noteert brutale, maar deze dicht samengeperste compositie is weinig schokkend, eerder conventioneel, zij het minder voorspelbaar dan Frank van Gompels' op zich juist helder geïnstrumenteerde Sacred Order.

De NOG Stimuleringsprijs van 2.500 gulden ging terecht naar de 15-jarige gymnasiast Wilbert Bulsink voor zijn vrije orkestrale adaptatie van zijn vioolsolo Ontdekkingen (1996). Zachte akkoordpulsjes verspringen in pretentieloze blokjes, opgejaagd door dynamische contrasten als een voorzichtig pingpongspel met gevaarlijke smashes er tussendoor. Bizarro noteert de componist, te veel eer voor een ritmische studie. Het opmerkelijkst is de opzet om het orkest als één instrument te behandelen zonder echte solopartijen: `een communistisch idee' schrijft Bulsink in de partituur.

Ontdekkingen is muzikaal, zij het wat onhandig geïnstrumenteerd, zoals in het naïeve slagwerk. In dat opzicht had Bulsink kunnen leren van Paul Bruines' Agorafobia met de nadruk op metalen slagwerk, zoals klokkenspel, celesta, tubular bells, xylomarimba en vibrafoon. Opmerkelijk penetrant klinken de hobo's met extra scherpe rieten. Agorafobia – weer zo'n opvallende woord – is ruimtevrees, het is ook een soort spacecompositie in filmische stijl.

De prijs voor het radicaalste werk verdiende Richard Ayres voor zijn surrealistisch beeldend No. 30A (Schnell aber nicht immer). De zetting is voor solo-cello, coloratuursopraan en voornamelijk hoempaorkest. Ruige shopping, diepe grunts en hoge squeaks leveren een kruising op tussen Donald Duck en Kagel. Het Di-Yah-Ah-Na-Di van de sopraan haalt het weliswaar niet bij de farmaceutische fantasie van Kruisselbrink, maar No. 30A swingt en loeit overvitaal in schots en scheve montages. Helaas veel te lang en te gemakkelijk oplossend in pure hysterie, anders was het nog een kandidaat geweest voor de hoofdprijs.

Concert: Nederlands Balletorkest o.l.v. Richard Dufallo. Gehoord 15/6 Beurs van Berlage. Opname VPRO voor latere uitzending op Radio 4.