Kabinet rekent op hogere groei

Het kabinet stelt op grond van gunstiger cijfers van het Centraal Planbureau (CPB) zijn economische verwachtingen in positieve zin bij. De economische groei valt hoger uit dan eerder aangenomen en ook de werkgelegenheid zal zich dit en volgend jaar gunstiger ontwikkelen dan verwacht.

De CPB-cijfers zijn vandaag ter sprake gekomen bij het zogenoemde Voorjaarsoverleg tussen werkgevers, werknemers en het kabinet. Tijdens dat overleg kijken de sociale partners terug op de sociaal-economische ontwikkelingen en maken ze hun prioriteiten kenbaar voor de komende tijd. Zo willen de werkgevers dat de lonen verder worden gematigd worden en meer van prestatie afhankelijk gemaakt. De vakbonden leggen de nadruk op gunstiger verlofregelingen en het verruimen van de mogelijkheid om vrije dagen op te sparen.

Volgens het Planbureau is de economische groei dit jaar 2,25 procent. Tot voor kort ging het uit van 2 procent groei. Dit percentage blijft wel staan voor volgend jaar. In voorgaande jaren lag de groei nog in de buurt van de 4 procent. Het aantal werklozen zou dit jaar 305.000 bedragen in plaats van de eerder verwachte 330.000. Volgend jaar zouden dit er 310.000 zijn in plaats van 355.000. De groei van de werkgelegenheid komt dan ook hoger uit: niet 1,5 procent maar 2 procent.

Wat de cijfers betekenen voor de eerder geplande bezuinigingen zegt het ministerie van Financiën nog uit te moeten rekenen. Ruim een maand geleden ging het kabinet er nog vanuit dat dit jaar twee miljard gulden bezuinigd zou moeten worden wegens de gestegen kosten voor de opvang van asielzoekers en de regenwaterschade van vorig jaar. Dit zijn merendeels eenmalige bezuinigingen. Onduidelijk is of volgend jaar nog forse extra bezuinigingen nodig zijn.

Het financieringstekort ziet er in de nieuwe berekeningen van het CPB aanzienlijk gunstiger uit dan eerder verwacht: de komende twee jaar ligt dit naar schatting op driekwart procent van het bruto binnenlands product. In zijn vorige berekening ging het Planbureau uit van 1,7 procent.

Een van de oorzaken daarvoor is dat de inflatie hoger uitvalt dan eerder verondersteld, waardoor onder meer de overheid meer btw-afdrachten binnenkrijgt. Het CPB gaat uit van een inflatie dit jaar van 2 procent, waar het eerder rekende op 1,25 procent. Volgend jaar zal de inflatie volgens het CPB 1,5 procent bedragen in plaats van de eerder veronderstelde 1 procent.

Relevant voor de inflatie is de stijging van de olieprijs. In april, zo blijkt uit vanmorgen vrijgegeven CBS-cijfers, zorgde de duurdere olie ervoor dat de prijzen van industriële producten 0,6 procent hoger lagen dan een maand eerder. Zonder het `olie-effect' zouden die prijzen met 0,3 procent zijn gedaald. In vergelijking met april vorig jaar liggen ze nog altijd 3,1 procent lager.