Heerser die geen tegenspraak duldt

Het tijdperk Thabo Mbeki is begonnen: een nieuwe president voor Zuid-Afrika, een nieuw geluid. Vanmorgen om half twaalf beëdigde de voorzitter van het Constitutionele Hof, Arthur Chaskalson, ten overstaan van de aftredende Nelson Mandela, het tweede democratisch gekozen staatshoofd van de republiek, op de trappen van de Uniegebouwen in de hoofdstad Pretoria.

Mbeki is evenals Mandela een Xhosa, afkomstig uit de Transkei. Maar bij de gezamenlijke stamafkomst en politieke gelijkgezindheid houdt de overeenkomst tussen de twee op. Mandela is de joyeuze, flamboyante kindervriend, met veel oog voor vrouwelijk schoon (drie huwelijken), een vader van vier die bij voorkeur casual batikhemden aanheeft. `Thabo' daarentegen draagt pakken van de fijnste snit, houdt niet van `het gedoe' met al te veel mensen om zich heen en is kinderloos (een in zijn jonge jaren verwekte zoon verdween later spoorloos). Mbeki is de intellectueel die het liefst bij de open haard zit met een goed boek, een dubbele whisky en een fijne sigaar. Zichtbaar ongemakkelijk voelt hij zich onder het volk. Onder de zwarten is hij een van de weinigen die niet de toyi-toyi, dat fameuze Afrikaanse ritme, kunnen dansen. Thabo beweegt als de `witman', zeggen zijn eigen mensen lachend. Wanneer de zwarte volksmassa zich bij rally's uitleeft in hun onnavolgbare dans en gezang, staat Mbeki als een houten klaas tussen hen in.

Thabo Mvuyelwa (`Hij voor wie de mensen zingen') Mbeki werd geboren op 18 juni 1942 als zoon van Govan en Epainette Mbeki. Van jongs af aan was hij vertrouwd met de cultuur van verzet tegen de apartheid: zijn vader was een fel activist, die in 1964 door de blanke autoriteiten voor lange tijd werd opgesloten, samen met Mandela. Thabo had het land in 1962 verlaten en kwam na enige omzwervingen in Groot-Brittannië terecht, waar hij economie ging studeren én voor het ANC ging werken. Hij volgde militaire opleidingen in de toenmalige Sovjet-Unie en in Oost-Duitsland, maar voor het ANC was al snel duidelijk dat Mbeki jr geen strijder in de letterlijke betekenis van het woord was. Thabo zette zijn hersenen in bij het verzet. Hij ontwikkelde zich in de jaren tachtig tot de belangrijkste `diplomaat' van het ANC in ballingschap, keerde na de vrijlating van Mandela in 1990 terug en was in 1994 de vanzelfsprekende kandidaat voor het vice-presidentschap onder Mandela.

Het ANC kende vele prinsen die allemaal kroonprins wilden worden en dat kon er natuurlijk maar eentje zijn. Het gevolg was een machtsstrijd binnen de partij, die in het voordeel van Mbeki uitviel. Vooral de manier waarop dat gebeurde kwam hem op veel kritiek te staan. De schrijvers Adrian Hadland en Jovial Rantao zeggen hierover in een pas uitgekomen boek over Mbeki: ,,Volgens zijn critici [in het ANC] is Thabo een aartsmanipulator, die zijn positie heeft bereikt door serieuze rivalen aan de kant te zetten. Hij is als de dood voor interne oppositie en omringt zich daarom met jaknikkers.'' Daar schuilt een kern van waarheid in: vele duidelijk voor hun mening uitkomende leden van het ANC, of het nu ministers of partijbonzen waren, zijn de afgelopen jaren `afgevoerd' naar andere posten of stapten zelf op. Wie Thabo Mbeki in het parlement ziet zitten, zoals afgelopen maandag bij zijn verkiezing als president, ziet een heerser, iemand die geen tegenspraak duldt en voor wie zijn `onderdanen' een beetje bang zijn.

Mbeki is tegenover de buitenwereld doorgaans weinig spraakzaam over zijn gedachten en motieven. Tegen een weekblad zei hij vorig jaar dat het ,,volkomen irrelevant'' was om uit te vinden wie hij is. ,,Thabo Mbeki is een enigma'', schrijven Hadland en Rantao. Ze wijzen ook op zijn grote koerswijziging, waarover hij zich nooit heeft uitgelaten. In zijn dagen als balling was Mbeki lid van de communistische partij, nu staat hij een neo-liberaal marktgericht beleid voor, maar heeft hij wel de mond vol over `eerlijke herverdeling'.

Zuid-Afrikaanse analisten menen niettemin dat Mbeki de potentie heeft een betere president te worden dan Mandela, de volksheld. Van Mbeki wordt een meer zakelijke aanpak verwacht. Maar wat tegen Mbeki spreekt is dat hij, anders dan zijn voorganger, de raciale verzoening voor lief neemt en het accent wenst te leggen op economische en sociale hervormingen. Tijdens de recente verkiezingscampagne spoorde hij in Durban mensen aan om boos te worden om het verleden. ,,De mensen moeten doorgaan hun eigen bevrijders te zijn, we moeten boos zijn over het kolonialisme, de slavernij, de apartheid.'' Dergelijke uitspraken staan haaks op de verzoeningsgedachte onder Mandela. Hoewel Mbeki gelijk heeft met zijn constatering dat er in Zuid-Afrika nog altijd grote verschillen in rijkdom bestaan, zouden mensen zijn woorden ook kunnen gebruiken als een uitnodiging tot politiek geweld.

Mbeki hamerde er voorafgaand aan de verkiezingen van 2 juni verder op dat het ANC een tweederde meerderheid diende te krijgen, om, zo zei hij openlijk, de mogelijkheid te hebben ongehinderd het parlement zijn wil op te leggen. Het ANC slaagde net niet in die opzet: het bleef met 266 (van de 400) parlementszetels er precies één verwijderd van het doel. Maar de vraag blijft hangen: hoe toegewijd zijn het ANC en zijn nieuwe president aan de democratie?

Mbeki zegt al jaren dat Zuid-Afrika `Afrikaanser' moet worden, minder Europees en Amerikaans gericht. In 1996 hield hij in dit verband een sleutelrede, in zijn typerende prozaïsche stijl: ,,Ik ben een Afrikaan. Ik dank mijn bestaan aan de heuvels en de valleien, de bergen en de dalen. Ik ben geboren uit de volkeren van het continent van Afrika. De pijn van de gewelddaden die de mensen van Liberia, Somalië, Soedan en Algerije voelen, voel ik ook. Hoe groot de moeilijkheden ook zijn: Afrika zal vrede kennen. Hoe onmogelijk het in de ogen van sceptici ook lijkt: Afrika zal bloeien.''