Andere Brünnhilde is geheel anders

Geen groter verschil dan tussen de twee Brünnhildes, deze maand in de vier cycli van Der Ring des Nibelungen. Jeannine Altmeyer, de `originele' Brünnhilde, is vocaal van wisselend niveau. Ze haalt hoge noten niet en toont op belangrijke momenten, zoals de slotscène in Götterdämmerung, een tekort aan kracht.

Nadine Secunde, die met Altmeyer in de rollen van Sieglinde en Brünnhilde alterneert, is vocaal veel zekerder. Wel had ze gisteren in Götterdämmerung een moeilijk moment, toen ze tijdens het verhaal van Waltraute bemerkte dat ze de ring was vergeten en twee keer het podium afliep om die op te halen. Maar op de sleutelmomenten haalt ze de juiste noten met overtuigingskracht en met haar zingen had de slotscène dan ook een overweldigend effect.

Is Nadine Secunde daarmee ook écht de betere Brünnhilde? Secunde is, zowel in haar vocale als visuele uitbeelding van Brünnhilde, rustig, evenwichtig, verantwoord en zeker. Maar dat zijn geen kenmerken van Brünnhilde, een van de extreemste rollen in het hele operarepertoire. Ze trekt zich niets aan van de bevelen van haar vader Wotan en wordt uit het Walhalla verbannen. Als ze door Siegfried wordt bevrijd uit haar ring van vuur vlamt haar liefde voor hem op. Als hij haar vervolgens verraadt, zweert ze dat hij dood moet. Maar als hij dood is, wordt ze verliefd op zijn lijk en verenigt ze zich met hem op zijn brandstapel.

Brünnhilde is een hysterica die al haar emoties opblaast tot ze exploderen. En daarin excelleert juist Altmeyer. Bij haar is het pompen of verzuipen, zowel vocaal als theatraal. Als haar de ring wordt afgepakt, is er even niets ergers op de wereld. Als het bij Secunde gebeurt, is er dramatisch niets aan de hand. Om het afpakken te vergemakkelijken schuift ze zelf de ring al naar haar vingertop! Was het temperament van Altmeyer maar te transplanteren naar Secunde, was de keel van Secunde maar over te plaatsen naar Altmeyer.