Albanese intocht kruist Servische exodus

Van zuid naar noord en van noord naar zuid. Bij de grenspost Blace passeren `oude' en `nieuwe' vluchtelingen elkaar. `Eens komt de dag dat de Albanezen wraak nemen; op die dag wil ik weg zijn.'

Het is nu al één van de beroemdste grensposten van de twintigste eeuw: Blace op de grens van Kosovo en Macedonië. Duizenden etnische Albanezen passeerden afgelopen maanden deze grens op de vlucht voor het oorlogsgeweld in Kosovo. Na de ondertekening van het vredesakkoord is het ook één van de meest bizarre grensposten geworden: `oude' en `nieuwe' vluchtelingen komen elkaar hier tegen. Van zuid naar noord trekken Albanezen vanuit de kampen weer terug naar hun huizen in Kosovo; van noord naar zuid vluchten Serviërs naar Macedonië een vangrail houdt ze gescheiden.

,,Het oorlogsgeweld van de NAVO verdreef de Albanezen; de zogenoemde vredeshandtekening van de NAVO verdrijft ons'', zegt Victor Petriski. Hij heeft zijn blauwe BMW voor de douanepost geparkeerd. Terwijl zijn vrouw op de achterbank met de twee kinderen speelt, vervult Petriski de formaliteiten. Hij was leraar in Priština en vreest de wraak van de Albanezen. ,,Ik bemoei mij niet met de politiek en aan mijn handen kleeft geen bloed. Maar ik ben een Serviër, en eens komt de dag dat de etnisch Albanezen wraak zullen nemen.'' Hij heeft zijn huisraad opgeslagen bij een vriend. ,,Dat haal ik over een paar weken wel op.'' Het gezin Petriski wil zich gaan vestigen in de Macedonische hoofdstad Skopje. ,,Mijn vrouw heeft daar een zus wonen. In Macedonië beginnen we een nieuw leven'', zegt hij gedecideerd.

Volgens Goran Rosan (coördinator bij de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN) is het gezin Petriski één van de weinige Serviërs die Kosovo in zuidelijke richting ontvluchten. ,,De meeste vluchten naar het noorden naar Servië. Hier bij Blace hebben we vandaag bijvoorbeeld maar 21 geregistreerd. En dit aantal steekt ook mager af bij de Albanezen die weer terug gaan'', zegt de Zweed zichtbaar vermoeid. Zijn vingers bladeren door een stapel papier. ,,Hier'', zegt hij terwijl hij het laatste formulier te pakken heeft. ,,2947 gevluchte ethnisch Albanezen zijn vandaag de grens gepasseerd op weg naar hun huis.''

Vijf van de 2947 zijn de leden het gezin Reshit. In een druilerige regen passeren ze lopend de grens op weg naar hun woonplaats de Kosovaarse hoofdstad Priština. ,,We kunnen gewoon niet meer wachten'', legt vader Fadil uit. ,,We werden gek in Stenkovec (een vluchtelingenkamp boven Skopje, red.) Wij volgen de hoofdwegen naar huis; die zijn veilig.''

In de kampen wordt een dringend beroep gedaan op de vluchtelingen om de terugreis nog even uit te stellen. Volgens de NAVO is Kosovo bezaaid met landmijnen en boobytraps en hebben de Servische soldaten en paramilitaire eenheden voordat ze zich terugtrokken waterbronnen vergiftigd. ,,Pas wanneer de NAVO het groene licht geeft, kunnen de mensen veilig terug'', zegt Rosan. ,,Maar als ze willens en wetens toch terug willen dan kunnen wij ze hier bij de grens niet tegenhouden.'' Omdat de meeste Albanezen geen reisdocumenten meer hebben, de Serviërs namen die af, worden ze geregistreerd en maken UNHCR-medewerkers polaroid-foto's. ,,Zo houden we een beetje de vinger aan de pols'', legt Rosan uit.

Volgens de UNHCR-coördinator is er binnen een paar dagen tijd een intensieve handel ontstaat tussen Macedonië en Kosovo. Rosan: ,,Volgeladen auto's bevoorraden het leeggeplunderde Kosovo.'' Terwijl hij zijn mobiele telefoon beantwoordt, passeren drie mannen met bruin verbrande gezichten. In hun handen hebben ze witte plastic tassen gevuld met suiker, olie, zeep, en sloffen Bond en Boss. De broers Muhamet en Kemajl Demiri en hun vriend Gani Misini komen uit plaatsje Gatnje even over de grens. Ze zijn vandaag naar Skopje geweest om inkopen te doen. ,,Dit kunnen we bij ons in de buurt niet meer krijgen'', zegt Misini terwijl hij zes witte plastic zakken omhoog tilt. ,,Op een afgelegen boerderij buiten ons dorp hebben we gewacht op het einde van de oorlog. Eén keer zijn we lastig gevallen door een Servische patrouille, maar die bleek verdwaald.'' De broers Demiri kunnen een minachtend lachje niet onderdrukken. ,,Wij hebben ze de weg naar Kacanik gewezen en ze lieten ons met rust'', zegt Muhamet. ,,Sinds die dag waren we bang dat ze weer terug zouden komen. Die angst is nu voorbij; ons gebied is Serviër-vrij.''