Zedenzaak

De rechtszaal van Haarlem was afgeladen. Veel vrouwen. Slachtoffers van de verdachte, de 56-jarige therapeut R. van R., of sympathisanten? Het werd niet duidelijk. Tegen de tijd dat de emoties hoog opliepen, moest het publiek weg: het verhoor van twee vrouwelijke getuigen vond achter gesloten deuren plaats – alleen de pers mocht blijven.

Als het waar is wat tegen Van R. wordt ingebracht, dan is zijn zaak een van de opzienbarendste zedenschandalen van de laatste jaren. Van R. is niet zomaar een therapeut, hij was een therapeut met veel gezag in de wereld van de hulpverlening. Hij was getuige-deskundige voor de rechtbank, allerlei instellingen stuurden hem hun probleemgevallen, hij behandelde incestslachtoffers en incestdaders, hij schreef voor de vakpers, en hij mocht autoriteiten als prof. Bastiaans en prof. Doek tot zijn vertrouwelingen rekenen. Dit ondanks het feit dat hij al in 1988 voor seksueel misbruik van patiëntes werd veroordeeld.

In zekere zin staat dus niet alleen Van R. terecht, maar ook al die mensen die hem zijn gang hebben laten gaan.

Als het waar is – maar is het waar? Of beter: kan het overtuigend bewezen worden? Rechtbankpresident W. Robert wees de aanwezigen er in een opvallend openingswoord op dat het op die overtuiging aankomt. ,,De teleurstelling ligt om de hoek'', waarschuwde hij iedereen die te veel van zo'n proces verwacht.

Het verhaal van een verdachte wordt niet op zijn sterkste, maar op zijn zwakste punten beoordeeld. Aan de vragen van de magistraten was te merken dat zij een paar van die punten bespeurden. Van R. beweert dat de vrouwen het vermeende seksuele misbruik door hem alleen in hun fantasie hebben beleefd. Hij raakte hen weliswaar aan, omdat ze op die manier hun seksuele trauma's konden herbeleven en verwerken, maar hij betastte nooit hun genitaliën. Zegt hij.

Wél de borsten, ja, maar dat had geen enkele seksuele lading. Vindt hij.

,,Waarom de borsten?'' vroeg een rechter.

,,Omdat dat bij het lichaam hoort'', antwoordde de verdachte. ,,Als je dat vermijdt, benadruk je juist de smerigheid waarmee zij seks ziet.''

,,Maar de geslachtsdelen horen toch ook bij het lichaam'', zei de rechter.

,,Ja, maar daar kies ik niet voor'', zei de verdachte.

Een soortgelijke dialoog ontstond over de gewoonte van de therapeut om de patiëntes te behandelen als ze ontkleed waren. ,,Dat deden ze zelf'', zei hij. ,,Greep u dan niet in?'' vroeg de officier. ,,Nee'', zei Van R. ,,want dan benadruk je weer het vieze.'' ,,Was u zelf gekleed?'' vroeg de officier. ,,Ik heb me nooit uitgekleed'', zei de verdachte. ,,Maar daarmee benadrukt u toch dat het smerig zou zijn'', hield de officier hem niet onlogisch voor.

Ook tragische rechtszaken kunnen hun hilarische momenten hebben.