Sellars brengt Stravinsky met rituele ernst

Sacrale muziek hoeft niet per se volkomen begrepen te worden, vindt regisseur Peter Sellars. Wie dat weet, begrijpt al veel meer van zijn bonte visie op de `Bijbelse stukken', een geënsceneerde uitvoering van zes late, religieuze werken van Stravinsky waarmee Sellars deze maand zijn Stravinsky-cyclus voor De Nederlandse Opera besluit.

Na Oedipus Rex & Psalmensymfonie en The Rake's Progress, bleken de `Bijbelse stukken' gisteravond tijdens de première in Koninklijk Theater Carré zowel in uitwerking als inhoud de meest veelzijdige produktie binnen Sellars' Stravinsky-trilogie. De Bijbelse stukken zijn, The Flood uitgezonderd, niet voor enscenering bedoeld, en de wenselijkheid van het `vertheatraliseren' van concertmuziek blijft discutabel. Maar door naast koor, orkest en solisten gebruik te maken van acteurs en dansers herschept Sellars de `Bijbelse stukken' als een gestileerd Gesamtkunstwerk dat, hoe aanvechtbaar ook, de drempel naar Stravinsky's late oeuvre verlaagt.

Het is niet voor niets dat het late werk van Stravinsky zelden wordt uitgevoerd. Vanaf ongeveer 1955 componeerde hij bijna uitsluitend nog bloedserieuze religieuze werken, `muziek zo hermetisch dat elke noot mooi moet zijn' volgens dirigent Reinbert de Leeuw. Threni, op teksten ontleend aan de Klaagzangen van Jeremia, is zowel muzikaal als inhoudelijk van een desolate kaalheid, de cantate A Sermon, a Narrative and a Prayer is net als de `sacred ballad' Abraham and Isaac oudtestamentisch wreed zonder ergens ook maar de suggestie van een relativerende kwinkslag.

In Sellars' visie op de `Bijbelse stukken' wordt de tamelijk geëxalteerde inhoud van de muziek in meest strakke, soms ritueel aandoende choreografieën geïllustreerd. Net als in de Psalmensymfonie maakt Sellars in de `Bijbelse stukken' bovendien gebruik van gebarentaal. Het meestal strak zingende koor opent en sluit ermee in The Flood, verbeeldt zo in Threni op stoelen de onmacht van gevangenen in afwachting van God. En ook de zangers (het in Threni volmaakt helder zingende mannenkwartet van The Theatre of Voices en drie solisten), acteurs en dansers verhogen de sacrale impact van hun woorden of bewegingen met gebarentaal.

Het decor van George Tsypin, die ook tekende voor de decors bij Der Ring des Nibelungen, is sober als de muziek. Een houten vloer overlapt en benut zowel de piste als de bühne van Carré en biedt zo een speelvlak dat het gemis van het Muziektheater, momenteel volledig opgeëist door Wagners Ring, compenseert. De orkestleden, samengesteld uit het Asko, Schönberg Ensemble en Nieuw Sinfonietta, zijn opgesteld in een tribune-gewijs oplopende houtconstructie die het ontstaan van elke noot even duidelijk laat zien als horen. Dat bleek, zeker bij muziek die zelfs in deze levendige en kraakheldere vertolking de luisteraar niet gemakkelijk voor zich inneemt, een aanwinst.

Omdat Sellars verbeelding van de bijbelse thema's destructie (The Flood, waarin God eenzelfde kralenketting draagt als Sellars zelf ), offer (Abraham and Isaac), vergiffenis (A Narrative) en hoop op verlossing (Threni) drijft op de kracht van de eenvoud, loopt de genietbaarheid van de verschillende werken sterk uiteen.

Een indrukwekkende wisselwerking tussen de toegepaste genres ontstaat in Abraham and Isaac. Bariton Sanford Sylvan doorkruist als ongehoord welluidend zingende verteller de handeling, danser Martinus Miroto verbeeldt schrijnend de machteloosheid van Isaac. Dan voegt beeld wel degelijk iets toe aan de genietbaarheid van theatrale vocale muziek, en blijkt hoezeer Sellars en Stravinsky aan elkaar gewaagd zijn in hun onwrikbare ernst in het uitdragen van De Heilige Schrift.

Voorstelling: `Bijbelse stukken' van I. Stravinsky door De Nederlandse Opera, ASKO/Schönberg Ensemble, Nieuw Sinfonietta Amsterdam, Theatre of Voices o.l.v. Reinbert de Leeuw. Regie: Peter Sellars. Decor: George Tsypin. Kostuums: Gabriel Berry. Gehoord: 14/6 Carré. Herh: 16/6, 1/7, 19/7, 20/7 aldaar. 24/12, 26/12, 28/12, 30/12 Muziek-

theater.