Schrijven over vertwijfelde bomen

Poetry International is vanzelfsprekend een festival van levende dichters, die uit verre landen komen en die met hun levende stemmen adem in hun poëzie blazen. Maar dit jaar is het een beetje anders. Veel dode dichters. In de foyer loopt Fernando Pessoa, snorretje, hoed, die voor verblufte bezoekers een gedicht voordraagt, je ziet er Goethe met zijn kousebenen en poederpruik. Uit muren fluisteren stemmen van dode dichters, vanavond zullen voorbije stemmen en gezichten te zien zijn in het programmaonderdeel `Dode Dichters Almanak'.

En gisteravond kwam Zbigniew Herbert, de vorig jaar overleden Poolse dichter, tot leven. Eerst op een filmpje uit 1969, waarop we de 45-jarige Herbert de vragen zien beantwoorden van een Duits publiek. Moeilijke vragen. Vragen als: Kan men in deze wereld, waarin zoveel verschrikkelijks gebeurt, wel gedichten schrijven over bomen? Herberts ronde gezicht doet even een klein fronsje, dan trekken de wenkbrauwen weer op en zegt hij: ,,Men kan toch schrijven over vertwijfelde bomen.'' En dat het beter is om over bomen te schrijven dan over een valse hemel. Hij praat over de stof die voor poëzie geschikt zou zijn, over het idee dat je een omgeving moet hebben waarin je kunt leven, werken en scheppen. ,,Twee of drie straten is genoeg'', zegt hij. Want hij, hij kan het niet genoeg zeggen, is geobsedeerd door de realiteit, door elk eenvoudig voorwerp, door elke steen, elk gezicht, elk krukje.

Het was een feest om hem te zien en horen. Alles wat hij zegt is ironisch en waar tegelijk. ,,Dat handjevol dat naar ons luistert moeten we schoonheid aanbieden/ en waarheid/ dat wil zeggen verschrikking'', schreef hij aan een jongere vriend, de dichter Adam Zagajewski.

Die was er ook, evenals Ryszard Krynicki, een andere dichter die door Herbert is toegedicht. Zagajewski las het Krynicki-gedicht voor en vice versa. Zo kwam Herbert ook tot leven in zijn taal, in de stemmen van zijn vrienden en in die van bewonderaars. Een Taiwanese dichter had hem zelfs in het Chinees vertaald.

Op de mogelijkheden en onmogelijkheden van het vertalen werd in een ander programma-onderdeel ingegaan door zes verschillende dichters, van wie de meesten zelf ook vertaalden. Twee van hen, de Nederlandse Anneke Brassinga en de Roemeense Nina Cassian, spraken zich met enige hartstocht uit voor moeilijke, ogenschijnlijk onvertaalbare gedichten. ,,Er zijn geen onvertaalbare gedichten, alleen luie vertalers'', verklaarde de 75-jarige Nina Cassian stralend, en gaf vervolgens enkele staaltjes vertaalkunst weg waarmee ze de zaal geheel verpletterde. Alles is onvertaalbaar, zoveel werd duidelijk, maar wie zijn best doet kan toch alles vertalen.

Vanavond vanaf 20u in de Rotterdams Schouwburg: Internationaal Programma, Claus, Kouwenaar, Dode dichters Almanak en drie topgedichten van de 20ste eeuw.