Samenwerking kunstopleidingen niet opgelegd

Opgelegde samenwerking tussen instellingen die kunstopleidingen verzorgen, is niet wenselijk. Dit stelt staatssecretaris voor Cultuur R. van der Ploeg (PvdA) in de nota `Zicht op Kwaliteit', die vandaag aan de Tweede Kamer is gestuurd. De nota is een reactie op het rapport `Beroep Kunstenaar' van de Projectorganisatie Kunstvakonderwijs. In dit rapport, dat vorige maand verscheen, zijn voorstellen geformuleerd voor de inhoud en organisatie van het kunstvakonderwijs in Nederland, na overleg met vertegenwoordigers uit het kunstvakonderwijs en de beroepspraktijk. Van der Ploeg volgt in grote lijnen de aanbevelingen van de Projectorganisatie, onder leiding van Stevijn van Heusden. Voor de beoogde herstructurering is 45 miljoen gulden beschikbaar.

De staatssecretaris gaat uit van de verantwoordelijkheid die de hogescholen zelf kunnen en willen nemen voor de herstructurering en moedigt de al op gang gekomen samenwerking aan, zodat ze zich verder kunnen specialiseren. Ook maant hij de hogescholen meer allochtone studenten toe te laten. Indien een hogeschool zelfstandig wil blijven, draagt deze daarvoor zelf de financiële en bestuurlijke verantwoordelijkheid.

,,Wij hebben niet beweerd dat scholen móeten fuseren'', zegt Stevijn van Heusden, ,,maar de overheid mag best wat extra verantwoordelijkheid nemen om dit proces te versnellen.'' Volgens de Projectorganisatie moet de versnippering in het huidige kunstvakonderwijs worden tegengegaan en samenhang en samenwerking tussen de verschillende opleidingen stevig worden bevorderd. In zes regionale `clusters' zouden meerdere opleidingen moeten worden vertegenwoordigd, zoals conservatoria, theaterscholen, dansacademies en academies voor beeldende kunst. Op die manier zou de kwaliteit van het hogere kunstonderwijs kunnen worden verbeterd en de student een heldere vergelijking kunnen maken tussen de diverse scholen. In samenwerking met de beroepspraktijk zou een kwalificatiestelsel moeten worden ontwikkeld, de vereisten waaraan een beginnende kunstenaar moet voldoen.

De wens van Van der Ploeg om nog dit jaar over te gaan tot een visitatie-systeem, het uitdelen van cijfers voor de verschillende onderdelen van het onderwijs, wijst Van Heusden af. ,,Dat kan nu nog niet, het duurt enkele jaren voor je onderwijs op de diverse hogescholen op de juiste manier kunt vergelijken. Een nulmeting kan wel, vaststellen hoe het nu met het kunstvakonderwijs is gesteld.''