Opstand I

Symbolen tellen hier zwaar omdat er niets anders meer is. De herstelde binnenstad is een wonder van decorbouw – elke barst is nagemaakt. Op elke hoek is wel een dichter geboren of een held gestorven, en er komen nog almaar nieuwe gedenkplaten bij. Ik zag een fonkelnieuw monument van een legerkorps, klaar om door de paus gezegend te worden. Er stond in de avondschemering een groepje oude vrouwen naar de glanzende zuil te kijken. Een andere vrouw, in een zwart mantelpak, liep naar de talloze namen en raakte even eentje aan.

Nergens was de oorlog zo wreed als in Rusland en Polen. Terwijl men in het Westen eind september 1939 nog sprak nog van een `phoney war', waren er op datzelfde moment al 16.000 Polen geëxecuteerd. Hitler vond hen `meer dieren dan menselijke wezens'. Het westelijke deel van Polen werd `verduitst', een ethnic cleansing waarbij hele dorpen werden verdreven. Het oostelijke deel kwam onder Stalin. En de rest werd Gestapoland, waar volop gejaagd werd op joden, gehandicapten en `terroristen' en waar vele honderdduizenden omkwamen van honger en gebrek. Van de 35 miljoen Polen zouden ruim 6 miljoen de oorlog niet overleven – van wie de helft joden.

Uiteindelijk kwam Warschau in 1944 opnieuw in opstand. De SS slachtte zo'n 250.000 inwoners af. Van Warschau bleef alleen nog de naam. In het fotoboek van het joodse historische instituut vind ik een plaat van de drukke Nalewki-winkelstraat. Ik ga kijken op dezelfde plek. Ik herken nog één bepaald hek en de tramrails. Ze lopen dood in een stil park. Een grote stad is hier compleet uit beeld gesneden.