Nederig tegen het vloeken

Of de treinreiziger er veel van zal merken, staat niet vast. Maar voor de Bond tegen het Vloeken spreken de cijfers boekdelen: zeven jaar geleden was men nog 24 weken per jaar op de stations aanwezig met de vermaning Gods naam niet te misbruiken, vorig jaar was dat aantal al gedaald tot elf weken, en dit jaar zal de campagneduur beperkt blijven tot een week of zeven. Meer lijkt er niet in te zitten.

De inkrimping is niet alleen het gevolg van stijgende reclametarieven, legt directeur R. van de Poll van de Bond tegen het Vloeken desgevraagd uit, maar ook van een verschuiving naar grotere formaten. Het exploitatiebedrijf dat de reclameruimte op de stations verpacht, streeft naar opvallender afmetingen en biedt steeds minder plaats aan het traditionele affiche-formaat van 83 bij 118 cm. Maar die grotere afmetingen zijn ook duurder. Wie tegenwoordig 24 weken per jaar wil adverteren, is al gauw een miljoen gulden kwijt. En de Bond tegen het Vloeken krijgt van donateurs zo'n acht à negen ton per jaar, waarvan alles moet worden betaald. Ook het kantoor en de salarissen. Voor reclame blijft zodoende niet meer dan 175.000 gulden per jaar over.

,,Natuurlijk zouden wij veel liever op het kleinere formaat wat langer op de stations willen hangen,'' aldus Van de Poll, ,,maar wij zien ons geplaatst voor een realiteit waar weinig aan te doen is. We kunnen hooguit hopen dat we er door onderhandelingen nog wat ruimte bij krijgen. In het verleden is men ons altijd goed gezind geweest. Onze affiches mogen ook wel eens wat langer blijven hangen als er een andere adverteerder uitvalt. Maar daar is dit jaar helaas nog geen sprake van geweest.''

Het is een ietwat gelaten geluid, dat geheel in de traditie van de Bond tegen het Vloeken past. Ook uit een gedenkboekje dat een paar jaar geleden verscheen bij het 75-jarig bestaan van deze christelijke organisatie, rijst een beeld op van bescheidenheid en nederigheid. Terwijl de boze buitenwereld steeds harder vloekt, beperkt de bond zich nu tot een bijna bedremmelde campagne onder het motto: ,,Uw naam worde geheiligd.'' De papegaai die jarenlang het gezicht van de vloekbestrijders bepaalde, is afgeschaft. ,,Vloeken is aangeleerd!'' luidde de leuze die het dier uitdroeg. ,,Bidden ook'', krabbelden diverse passanten daaronder. De bond liet zich echter niet uit het veld slaan; uit deze graffiti kon immers worden geconcludeerd dat menigeen door de slagzin in elk geval was aangezet tot nadenken.

Intussen heeft de Raad van State allang bewerkstelligd dat het vloekverbod uit de gemeentelijke politieverordeningen is geschrapt, en worden aanklachten over blasfemie vrijwel altijd geseponeerd. Voorts verluidt in kringen van taalkundigen, dat de ouderwetse godslastering langzaam maar zeker wordt verdrongen door Engelstalige ontlasting (shit), een Engelstalige aansporing tot geslachtsverkeer (fuck) en andere vloeken zonder religieuze herkomst. ,,Ik hoop het'', reageert directeur Van de Poll, ,,maar uit de klachten die bij ons binnenkomen, blijkt dat niet. Volgens allerlei onderzoek is de gvd-vloek nog steeds de meest gebezigde. En gisteren hoorde ik op Radio 1 nog als vanouds het tussenvoegsel `Jezus' gebruiken – dat glipte er zó tussendoor. Het is natuurlijk wèl zo, dat elke nieuwe vloek ten koste gaat van een religieuze. Je kunt niet twee woorden tegelijk zeggen. Maar op zichzelf zijn die nieuwe vloeken voor ons even afkeurenswaardig als de oude; het blijft in strijd met ons gevoel voor fatsoen en menselijke beschaving.''

Voor de Bond tegen het Vloeken is de strijd zodoende nog lang niet gestreden, zegt hij: ,,We zullen onszelf pas kunnen opheffen als Christus op aarde komt. Tot die tijd is de vloek hecht verweven met ons mens-zijn. Af en toe móeten we blijkbaar even tot ontlading komen.''