Kant en wal

Hoe een onzorgvuldige vertaling tot een opeenstapeling van misverstanden kan leiden hebben we nu in twee columns van J.L. Heldring kunnen meebeleven (NRC Handelsblad, 21 mei en 4 juni). Het gaat om de uitspraak van Kant in zijn Zum ewigen Frieden (1795), dat de gemeenschap van mensen zich zover zou hebben ontwikkeld dat de `schending van het recht op één plek overal elders op aarde wordt gevoeld'. Zeker, Heldring heeft gelijk: in onze vertaling van het citaat had in plaats van `door allen' inderdaad `overal elders' moeten staan. En het was correct geweest om `één plek' te schrijven en niet `een plek'. Maar eerlijk gezegd was het helemaal niet bij ons opgekomen dat men het citaat zou kunnen lezen als betrof het `de schending van het recht op een plek'. Want wat zou zo'n `recht op een plek' in hemelsnaam kunnen betekenen? Uitgaande van dit misverstand bouwt Heldring een hele redenering over wat we zouden hebben kunnen bedoelen. Dat moeten we onszelf aantrekken: een correcte vertaling en uitvoeriger commentaar hadden veel verwarring kunnen voorkomen.

De uitspraak van Kant getuigt van een moreel universalisme en men zou kunnen nadenken over de betekenis van zo'n houding voor de buitenlandse politiek. Democratieën zouden in hun internationale betrekkingen middelen moeten hanteren en doelen moeten bevorderen, die in overeenstemming zijn met algemeen aanvaarde normen. In de dagelijkse praktijk komt deze leidraad niet neer op een verwerping, maar op een beperking van het zogeheten `realisme' in de buitenlandse politiek. Zo'n verschuiving kunnen we waarnemen in het verkeer tussen de landen van de Europese Unie.

En, in een wereld waar schendingen van het recht dagelijks tot ons komen via de massamedia, groeit de verplichting tot bemoeienis met mensenrechten. Dat lijkt ons in algemene zin een gunstige ontwikkeling, waarbij een duidelijk onderscheid gemaakt moet worden tussen diplomatieke en militaire vormen van inmenging. Veel meer beoogden we niet te zeggen met deze verwijzing die deel uitmaakt van de inleiding op een betoog over de uitbreiding van de Europese Unie als zone van `eeuwige vrede'. Deze kwestie van de uitbreiding vormt één van de paragrafen van ons boekje. Over de botsing van `moralisme' en `realisme' in de buitenlandse politiek valt natuurlijk veel meer te zeggen. Zoals gezegd, een zorgvuldiger formulering had daartoe kunnen bijdragen.