Hollands glorie wacht op een vergunning

Hollandse Signaalapparaten (Signaal)

Met radar en vuurleidings- apparatuur heeft Hollandse Signaalapparaten (Signaal) een technische voorsprong

waarvan zelfs de VS onder de indruk zijn. Maar met zijn buitenlandse klanten komt Signaal telkens weer in problemen, omdat ze zelfs voor onderhoudsbeurten een vergunning van de Nederlandse regering nodig heeft en die laat nog wel eens op zich wachten. Zoals laatst met Indonesië. Wat gebeurde er toen precies, en wat maakt Signaal zo speciaal?

Is dit het bedrijf dat exportorders heeft naar Indonesië waarover de afgelopen maanden in Den Haag zo taai gesteggeld werd? Zijn we hier echt op bezoek bij een van Nederlands technologische centers of excellence? Zeker, er staan manshoge metalen afrasteringen rondom het grote, nogal prozaïsche, overwegend bakstenen fabriekscomplex op dit industrieterrein van het provinciestadje Hengelo. Niettemin: gemoedelijkheid lijkt hier de sfeer te bepalen. Brede gazons en mooie tuinpartijen tussen de gebouwen en een vriendelijke, stevig besnorde portier die ons in hoog-Twents aan de hoofdingang van de Hollandse Signaal Apparaten BV (Signaal) een parkeerplaats wijst, bevestigen die indruk.

Maar de schijn bedriegt. In de Virtual Reality-room van Signaal komt even later een spannend jongensboek tot leven. De maquette waarmee de BBC begin 1991 tijdens Desert Storm de vorderingen van generaal Norman Schwarzkopf in Newsnight volgde, beweegt hier constant, met beelden uit de lucht, vanaf schepen en helikopters. Een rondgaande radar op een fregat zoekt een gebied op de Perzische Golf met een doorsnee van 310 kilometer af. Plotseling wordt in het kustgebied van Iran een beweging gedetecteerd. Een extra radargolf tast bliksemsnel een vak van enkele kilometers in drie dimensies af. Over zee nadert met grote snelheid een raket, de radar waarschuwt en stuurt het vuurleidingssysteem van een anti-raketraket van het fregat aan. In een mum van tijd wordt het projectiel op grote afstand onschadelijk gemaakt.

Hier gaat het nog om een technisch knappe, maar vrij eenvoudige operatie tegen min of meer horizontaal aanvliegende vijandelijke raketten. Een ernstiger bedreiging die westerse landen, inclusief de Verenigde Staten, vandaag voor zich zien vormen de zogenoemde ballistische raketten zoals de verhoudingsgewijs goedkope maar beruchte Scuds. Deze massavernietigingswapens kunnen, zoals in de Golfoorlog gebeurde, van grote afstand in een boog worden afgevuurd met een atoomlading, een biologisch of chemisch wapen in de kop.

Tegen zulke, als poor men's solutions aangemerkte wapens staat de veelgeroemde Patriot-luchtafweer vrij machteloos, zo hebben analyses intussen aangetoond. Landen als Irak, Iran, Libië en Noord-Korea staan op de zwarte lijst van verdachte rakettenbezitters. Ook minister Frank de Grave signaleert in zijn Hoofdlijnennotitie aan de Tweede Kamer over de toekomstige defensie-opzet de gevaren, ook voor Europa, van deze Tactical Ballistic Missiles (TBM).

Signaal heeft daartegen, met ,,een pur sang Nederlandse technologie'', een effectief en wereldwijd uniek detectie- en targetingsysteem ontworpen, verzekert president-directeur drs. Rob Boswijk trots. De oud-marineman spreekt over twee nog jonge vindingen van zijn bedrijf: de APAR (Active Phased Array Radar) en Smart L. ,,Deze radar (Smart L) kan een ruimteschip als de MIR dat op 600 kilometer overvliegt nauwkeurig volgen. In potentie hebben wij het systeem klaar, wel is er nog een modificatie, en upgrading, nodig, waar natuurlijk geld voor nodig is. Onze directe partner, de Nederlandse staat, werkt daarin samen met andere NAVO-landen want wij zouden dat geld nooit alleen kunnen opbrengen.''

Zelfs de VS hebben laten weten aan dit APAR/Smart L-afweersysteem grote waarde te hechten. We hebben het dan ook eerder dan de Amerikanen ontwikkeld'', zegt Boswijk. ,,Men geloofde dat eerst niet in Washington, maar het John Hopkins laboratorium heeft deze systemen onderzocht en kwam tot de conclusie: die Hollanders hebben inderdaad een voorsprong.''

Het geavanceerde detectiesysteem, dat kort na de eeuwwisseling zal worden geïnstalleerd op vier nieuwe Nederlandse fregatten en drie al bestelde Duitse, kan volgens Signaal bijvoorbeeld vanaf een schip op de Middellandse Zee een Scud-raket onmiddellijk na de lancering detecteren en via een uiterst preciese radarvuurleiding vervolgens bepalen waar en wanneer het eigen antiraketsysteem zo'n Scud neerhaalt. Zeg op een plek in de woestijn of boven zee waar de minste schade wordt aangericht. De radar heeft ook op zeer grote afstand een zo scherpe neus dat de raketkop wordt onderscheiden van de debris (rondvliegende afvalresten), zodat het afweerwapen steeds gericht blijft op het echte doel dat moet exploderen.

Hemel en aarde heeft Boswijk begin dit jaar moeten bewegen om van minister Van Aartsen een exportvergunning los te krijgen voor levering van radarapparatuur voor vier Indonesische patrouilleboten (orderbedrag: 81 miljoen gulden). Ruimschoots vóór de overeengekomen leveringsdatum, begin februari, stonden de eerste apparaten klaar voor verscheping. De vorige minister van Buitenlandse Zaken, Van Mierlo, had het groene licht in 1996 praktisch al gegeven en de afgelopen jaren trouwens ook geen bezwaar gemaakt tegen reparatie-orders uit Indonesië. En al worden exportvergunningen steeds voor niet langer dan een jaar gegeven (zonodig met jaarlijkse verlengingen), en al was de vergunning voor deze order dus pas in april 1998 aangevraagd, er leek geen vuiltje aan de lucht.

Maar Van Aartsen, die even na de omwenteling in het straatarme Indonesië op Buitenlandse Zaken aankwam, weigerde na lang nadenken eind vorig jaar toch om akkoord te gaan. Hij vond dat Jakarta zijn geld beter voor andere dingen kon gebruiken en eerst nog wat meer democratische hervormingen moest laten zien. Dus besloot hij een besluit aan te houden tot na de Indonesische verkiezingen op 7 juni. Daarop volgden, kort opgesomd, sinds eind december: druk van Economische Zaken op Van Aartsen; een schriftelijk dreigement uit Indonesië dat schadeclaims werden overwogen (begin maart); verzoeken van Boswijk in Jakarta om nog eventjes geduld te hebben; vervolgens nog hardere dreigementen uit Indonesië. Namelijk, medio april, een ,,strategisch ultimatum'' van president Habibie: binnen veertien dagen moet er een exportvergunning voor Signaal komen anders beëindigt Indonesië alle technologische samenwerking met Nederland. Toen was de boot aan.

Uiteindelijk ging Van Aartsen eind april wegens dit laatste dreigement dat van president Habibie persoonlijk kwam, alsnog door de bocht. Wat Signaal na Habibie's actie niet meer verraste, maar wat het bedrijf met een zucht van opluchting verwelkomde. Dat de minister zich begin vorige week in een brief aan de Tweede Kamer ter verklaring van zijn veranderde houding zeer uitdrukkelijk beriep op Nederlandse economische belangen, zonder melding te maken van de interventie van Habibie, maakt duidelijk dat de dreigementen van Indonesië het nodige effect hadden gehad. De aanwezigheid van de vroegere topdiplomaat H. Wynaendts,de vroegere chef defensiestaf G. Huyser en de gewezen chef marinestaf C.H.E. Brainich van Brainich Felth in de raad van commissarissen van Signaal kan trouwens ook best een rolletje hebben gespeeld. En van betekenis was stellig ook de rol die Van Aartsens partijgenoot Gmelich Meijling (VVD), staatssecretaris van defensie onder het eerste kabinet-Kok, sinds vorig najaar speelde als nieuwe Signaal-adviseur en als organisator van gesprekken tussen Van Aartsen en de Signaal-directie.

Maar de schrik is nog niet helemaal verdwenen. ,,In de vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog hebben we alle vijf nieuwe fregattenseries van de Koninklijke Marine van radar- en vuurgeleidingsapparatuur voorzien, en nog steeds worden we door de marine gesteund. We zijn blij met het belang van de Nederlandse staat in ons bedrijf, dat geeft klanten een vertrouwenswaarborg. Als die symbiose met de marine uit elkaar zou vallen, komen we droog te staan'', zegt Boswijk.

,,Maar in politiek Den Haag lijkt het soms, zelfs bij de VVD, alsof Nederland geen defensie-industrie meer heeft'', voegt zijn tweede man, plaatvervangend directievoorzitter mr. Han-Willem Soetens toe. ,,Men lijkt soms te vergeten dat Nederland in die sector met Signaal een zeer geavanceerd technisch bedrijf in huis heeft. Weliswaar is Signaal geen wapenfabriek, maar we maken wel radarsystemen die in alle relevante wapensystemen geïntegreerd (kunnen) worden''.

Signaal is voor 75 procent van zijn afzet afhankelijk van de export, naar in totaal 43 landen. Soetens: ,,We maken ons zorgen over de consistentie van het exportbeleid, als het gaat om onze apparatuur''. Hij doelt op de order uit Indonesië, voor schepen die een patrouillerende taak hebben om de economische zone rondom de archipel te bewaken: het weren van vreemde vissersvloten, het voorkomen van piraterij en het opsporen van milieuvervuiling. En hij doelt op radarapparaten die eigendom zijn van de Pakistaanse en Indiase overheden en in de fabriekshal van Signaal kant en klaar staan te wachten op terugzending na een onderhouds- en moderniseringsbeurt. Ze mogen niet terug, gezien de spanningen tussen die twee landen.

Soetens: ,,Wij hebben onderhoudscontracten met vele klanten. Het gaat hier niet om offensieve wapensystemen, maar veelal om radarapparatuur voor detectie.'' Boswijk: ,,Een gulden regel is dat wij ons strikt houden aan de Nederlandse regels. Dat geldt ook voor onderhoudscontracten. Als zo'n vergunning niet wordt verstrekt, krijg je de gekke situatie dat je spullen die eigendom zijn van je klant, niet kunt terugsturen.''

De overname van Signaal door het Franse bedrijf Thomson CSF in 1990 – toen nog een volledige staatsonderneming, intussen gedeeltelijk geprivatiseerd – bracht het personeel in Hengelo destijds flink aan het schrikken. Boswijk: ,,Men vreesde dat onze kennis door de Fransen zou worden opgeslokt. Niks is minder waar gebleken. De Philipstijd was op zich een goede periode, maar dit is het beste wat ons kon overkomen. Philips zag ons vaak vooral als cashcow. We zijn nu onderdeel van een bedrijf dat defensiematerieel als kerntaak heeft. We kregen een aandeelhouder die precies weet wat we doen en begrip heeft voor onze investeringen en ontwikkelingskosten. En we behouden onze basis in Nederland als onafhankelijke dochter die nauw met de drie krijgsmachtdelen samenwerkt.''

Elke 10 à 15 jaar maakt de marine een nieuw scheepsbouwprogramma, legt de Signaal-topman uit. Daaraan voorafgaand worden er operationele eisen opgesteld die passen in de NAVO-strategie. ,,Dan wordt een keuze voor apparatuur gemaakt, in samenwerking met instituten als TNO. Je stelt samen specificaties op, ook in overleg met de Commissie Defensie-materieelprojecten (Codema). Daarin voteren Defensie, Economische Zaken en de industrie gelden voor de ontwikkeling van nieuw materieel waarvan de krijgsmacht zegt: dat hebben we nodig. Dat garandeert natuurlijk niet dat je als participant de serieproductie krijgt, je moet eerst laten zien dat je aan de eisen voldoet.''

Signaal richt zich in zijn strategie vooral op samenwerking met Duitsland en zijn trans-Atlantische partners: de VS en Canada. Signaals belangrijkste klanten zijn gestandaardiseerd op Amerikaanse wapensystemen. Dat is ook zo afgesproken met moederbedrijf Thomson, dat zich vooral richt op Europese raketsystemen zoals die momenteel door Italië, Frankrijk en Engeland worden ontwikkeld. ,,De Fransen bedienen het Europese systeem, wij zijn Amerikaans gestandaardiseerd en doen de rest'', zegt Boswijk grootmoedig.