EU richt bureau voor voedsel op

De ministers van Landbouw van de 15 lidstaten van de Europese Unie willen dat er een speciaal bureau komt voor de controle op de veiligheid van voedsel. Dat hebben de EU-landbouwministers gisteren besloten naar aanleiding van het Belgische dioxine-schandaal.

De ministers zijn op het ogenblik bijeen in Luxemburg. Onder het volgende, Finse, voorzitterschap moeten er voorstellen voor de opzet van zo'n bureau op tafel komen. Dat heeft de huidige voorzitter van de raad, de Duitse minister Karl-Heinz Funke, verklaard.

Elke lidstaat dient zich volledig te houden aan de wetten en regels die de Unie op dit ogenblik hanteert voor de bescherming van de consument. ,,Het jongste incident geeft aan dat die regels niet door alle lidstaten met de noodzakelijke nauwkeurigheid worden nageleefd'', aldus Funke.

De Europese Unie heeft inmiddels uitgebreide waarschuwingssystemen opgesteld, die lidstaten dwingt om gedetailleerd en op tijd aan de bel te trekken als er sprake is van riskante situaties. Funke wijst erop, dat de commissie twee jaar geleden een bureau voor voeding en diergeneeskunde (Food and Veterenary Office, FVO) heeft opgezet, dat vanuit het Ierse Dublin opereert. Dat bureau is al verantwoordelijk voor de veiligheid van de consument en probeert via controles in de lidstaten en in de toeleverende landen van buiten Europa risico's voor de gezondheid te minimaliseren, door naar uniformiteit te streven in de wijze waarop landen hun controles uitoefenen.

Het bureau in Dublin zou een nadrukkelijker taak moeten krijgen als instantie die maatregelen uitvaardigt voor de veiligheid van de voedselproductie. Onder het Finse voorzitterschap moet de commissie aan de raad voor ministers van landbouw laten weten hoever het bureau in Dublin inmiddels in haar opzet is gevorderd en op welke terreinen het nu precies operationeel is. Bij de evaluatie daarvan moet ook blijken of het bestaande bureau in staat is de volledige controle op de voedselketen uit te voeren.

Ook moet de commissie haast gaan maken met de herziening van de wet- en regelgeving op het punt van de veevoedersector en de toeleveranciers daarvan. Die evaluatie is al begonnen, maar de raad heeft het betreffende comité nu aangespoord om snel met eventuele voorstellen voor wetswijziging te komen. Daarbij moet vooral worden bekeken of het wenselijk is dat veevoederfabrikanten in de toekomst een speciale autorisatie van hun overheid hebben. Ook moet er een systeem komen waardoor de herkomst van bestanddelen van het veevoeder snel kunnen worden getraceerd.