De `arrangeur' van het land België

De vertrekkende premier van België, Jean-Luc Dehaene was de grootmeester van het compromis. Als geen ander wist hij de talloze belangen in het complexe België te verzoenen en slaagde hij er in het land bijeen te houden. Dehaene (59) laat zijn land verweesd achter. Scenario's worden voorspeld waarin Vlaanderen en Wallonië nog verder uit elkaar zullen drijven, nu de compromissenmaker is vertrokken.

Maar Dehaenes kwaliteit was ook zijn zwakte. De politiek van het `arrangeren' leidde tot halfhartige maatregelen waarbij iedereen zijn zin kreeg en tot instantoplossingen op het moment dat het eigenlijk al te laat was. Niet voor niets heeft Dehaene bijnamen als loodgieter en bricoleur, en wordt hij achtervolgd door zijn uitspraak: ,,Je moet de problemen oplossen als ze zich stellen.''

Gisteren leek hij onbewogen, toen hij aankondigde: ,,Vandaag zeg ik heel sereen dat ik de volle verantwoordelijkheid neem voor deze nederlaag en dat ik die alleen neem.'' Dehaene zei ,,fier'' te zijn op de resultaten van zeven jaar premierschap en op te stappen om ,,een vadermoord'' in zijn christendemocratische volkspartij te voorkomen. De politicus, die vorig jaar diep onder de indruk was van de verkiezingsnederlaag van Helmut Kohl, had zich kennelijk op dit moment voorbereid.

Jean-Luc Dehaene is het niet gewend te verliezen. Hij werd weliswaar in de zomer van 1994 net nìet de voorzitter van de Europese Commissie, maar die kandidatuur bezorgde hem in Europa aanzien en in eigen land een grote populariteit. Zelfs na de dioxinencrisis is Dehaene nog bijzonder populair: hij kreeg zondag het grootste aantal Vlaamse voorkeurstemmen.

De christendemocraat uit Vilvoorde werd in 1992 voor het eerst premier naar verluidt tot enig ongenoegen van wijlen koning Boudewijn, die hem niet beschaafd genoeg vond. De ongepolijste Dehaene houdt niet van uiterlijk vertoon. ,,Ik ben geen bloempot'', zei hij ooit. Ook in de politiek ging het Dehaene veel meer om het doel dan om de vorm. Dehaene loodste België door een ingrijpende staatshervorming en daarna door de economische sanering die nodig was voor toetreding tot de euro. Maar zijn ambitieus ingezette beleid moest in 1996 worden bijgesteld, na het uitbreken van de affaire rond kinderontvoerder Marc Dutroux. Kritiek kreeg Dehaene omdat hij aanvankelijk geen antwoord had op de spontane witte volkswoede. Maar na enige tijd trok de premier toch het initiatief naar zich toe en zette vaart achter de hervormingen bij politie en justitie.

Ook in de dioxinencrisis wierp Dehaene zich op als crisismanager. Hij liet de verkiezingscampagne voor wat ze was. Zaterdag lagen er weer Belgische kip en worst in de winkels. Maar dat was onvoldoende om het geschokte vertrouwen van de Belgen te herstellen.

Dehaene is geen groot redenaar. Hij spreekt een hoekige taal waarvoor zelfs een woord bestaat: het Dehaenees. In crisissituaties, bijvoorbeeld bij de ontsnapping van Marc Dutroux, liet hij zich ongeneerd vloeken ontvallen. Als fanatiek voetbalfan verklaarde Dehaene eens dat een verlies van zijn Club Brugge hem meer zou raken dan een val van zijn regering.

Dehaenes onbehouwen voorkomen is in tegenspraak met zijn afkomst uit een Brugse bourgeois familie. Al vroeg bleek dat hij liefst op straat speelde, waar hij de Brugse arbeidersjeugd leerde kennen. Na een studie economie en rechten sloot Dehaene zich aan bij de christelijke vakbeweging. In de jaren '70 werkte hij op ministeriële CVP-kabinetten, onder meer als kabinetschef van Martens. Dehaene vestigde definitief zijn reputatie als onderhandelaar toen hij er in 1988 in slaagde een regering te formeren, na de legendarische woorden ,,Sire, geef me honderd dagen.'' Dehaene werd zelf vice-premier en architect van de staatshervorming. Na de val van de regering-Martens nam Dehaene in 1992 het roer over van zijn vriend, die hem dit nooit heeft vergeven.

Eind 1991 overwoog Dehaene de politiek te verlaten omdat hij het bruine ongenoegen niet had zien aankomen dat het Vlaams Blok een verkiezingsoverwinning opleverde. Dat Dehaene niet aan het regeringspluche gebakken zat, blijkt ook uit zijn besluit, enkele jaren geleden, om na zijn tweede regeringsperiode op te stappen als boegbeeld van de CVP. Maar omdat er opnieuw een dringend beroep op hem werd gedaan, leidde hij toch als ,,de locomotief'' zijn laatste CVP-campagne.