Bolkestein heeft Europa nog veel uit te leggen

De benoeming van Frits Bolkestein tot Europees Commissaris is voor sommigen een gelopen race. Maar volgens Jean Penders moet de rol van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie en het Europees Parlement in het benoemingsproces niet worden onderschat.

Nu de verkiezingen voor het Europees Parlement achter de rug zijn begint een nieuwe fase in het proces van de samenstelling van de Europese Commissie. Tot dusver waren er in dat proces twee publieke momenten: de voordracht van de Italiaanse ex-premier Prodi als nieuwe Commissievoorzitter en de goedkeuring daarvan door het (oude) Europees Parlement.

Het formatieproces kent drie actoren. De regeringen van de EU-lidstaten, Prodi en het Parlement. De regeringen benoemen, maar – sedert het Verdrag van Amsterdam – in overeenstemming met Prodi, terwijl het Europees Parlement zijn goedkeuring moet hechten aan de Commissie als geheel.

De nieuwe voorzitter wil een Commissie van hoge kwaliteit, want de agenda is zwaar en de verwachtingen hooggespannen. Prodi werd in de hoofdsteden overal welwillend onthaald, maar heeft toch al twee teleurstellingen moeten slikken. Hoewel her en der te beluisteren valt dat hij de ruimte moet krijgen voor een eigen optuiging van de Commissie qua portefeuilles en personen, is geen enkele regering bereid gebleken Prodi een groslijst(je) van kandidaten te geven. Elke hoofdstad kwam slechts met één of twee namen op, afhankelijk van het aantal commissarissen waarop de lidstaat recht heeft. De tweede teleurstelling is dat premier Blair de namen van de door hem gewenste Britse commissarissen (Kinnock en Patten) in een vroeg stadium bekendmaakte. Daarmee beperkte hij de marges van Prodi in één klap.

De verkiezingen voor het Europees Parlement vormden een markeringspunt bij de vorming van de nieuwe Commissie. Allereerst vonden tegelijkertijd verkiezingen voor het nationale parlement plaats in België en Luxemburg. De daaropvolgende kabinetsvormingen moeten eerst zijn afgerond voor er in beide landen commissarissen kunnen worden voorgedragen. In de tweede plaats is de uitslag van de Europese verkiezingen in enkele landen van belang voor de commissarisvoordracht (Spanje, Oostenrijk). Ten derde zal Prodi recht willen doen aan de krachtsverhoudingen in het nieuwe Parlement. De betrekkingen tussen het Europees Parlement en Commissie zijn gespannen en Prodi moet behoedzaam opereren.

Daarom is een door de regeringen aanvankelijk gewenst haastschema — hoorzittingen van kandidaat-commissarissen door commissies uit het Parlement en goedkeuring door het plenaire Parlement in juli/augustus — van de baan. Prodi zal bij de nieuwgevormde politieke blokken in het Parlement en hun voorzitters de sfeer op willen snuiven. De verwachting is dat hoorzittingen en de goedkeuring van de Commissie als college zich in september zullen afwikkelen. Voorzien is wel de mogelijkheid dat Prodi in de eerste plenaire zitting van het nieuwgekozen Parlement (van 20 tot en met 23 juli) zijn equipe zal presenteren. Daarmee stelt hij het gezelschap bloot aan langdurige `scrutiny' hetgeen riskant kan zijn, maar hij kan ook moeilijk tot september zijn kaarten dicht tegen de borst houden. Geruchtenstroom en lekken zouden het gewenste serene klimaat verzieken.

Mocht het Parlement ontevreden zijn over bepaalde kandidaten, dan kan het Prodi herinneren aan diens recht een veto uit te spreken. Dat recht wordt dan een beetje een recht van het Europees Parlement. De nieuwe Commissievoorzitter maakt buigingen naar het Parlement. Zo moet zijn uitlating worden verstaan dat commissarissen zouden moeten aftreden als hij er om vraagt. In hetzelfde kader past het bericht dat hij er aan denkt een vice-voorzitter van de Commissie te belasten met de relaties met het Parlement.

De carrousel inzake personen en portefeuilles kan nu beginnen. In de media gonst het. Ook Nederland is bezig positie te kiezen. Minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken liet weten dat Nederland `zeer snel' een kandidaat naar voren zal schuiven. Publiekelijk of binnenskamers? Dat is van belang voor de marges van Prodi, de aard van de portefeuille en het vaderlandse personage. Beschouwingen in de media dat een post/kandidaat in het verlengde moet liggen van zwaarwegende Nederlandse belangen gaan te kort door de bocht. Het is een, in ruime zin, Nederlands belang dat er een sterke Commissie zal aantreden met daarin een kundige Nederlander.

Ons land moet waarschijnlijk rekening houden met een bescheiden portefeuille na de `heavies' van Andriessen en Van den Broek. En de persoon staat in feite ook al vast. Zet men op een rij dat Van Aartsen een lid van de VVD als nieuwe commissaris in de rede vindt liggen, dat de vice-voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer Bolkestein al openlijk noemde, en dat deze laatste zich beschikbaar heeft gesteld, dan is de race gelopen.

Het kabinet kan niet om Bolkestein heen. En als de portefeuille Bolkestein niet bevalt? Dat had hij dan eerder moeten bedenken. Ook hij heeft ampel kunnen taxeren wat de kansen op een zware portefeuille voor Nederland op dit moment zijn. Afhaken om redenen van het te gering geachte gewicht van de portefeuille zou voorts tamelijk pijnlijk zijn voor Nederland en de liberaal die als mijnheer of mevrouw `tweede keus' naar Brussel zou afreizen.

Is er oppositie tegen Bolkestein buiten het kabinet? Jawel, bij een aantal Nederlandse eurolijsttrekkers. Zullen die bezwaren bij Prodi of het Europees Parlement veel indruk maken als de Nederlandse regering er aan voorbijgaat? Eerlijk gezegd zal de eigen reactie van Prodi op de eventuele voordracht van Bolkestein interessanter zijn. Was hij niet de man die zich tot de laatste snik heeft verzet tegen de toetreding van Italië tot de Economische en Monetaire Unie? De man die meermalen de voeding van de Europese structuurfondsen betitelde als het rondpompen van geld? Dat zijn eigenlijk ook voor het Europees Parlement wel leuke punten om tijdens de hoorzitting aan Bolkestein voor te leggen. De liberale voorman zal er zich ongetwijfeld uit weten te redden. maar hij zal het wel niet aandurven de bescheiden koers van de euro ten opzichte van de dollar en het weer oplopen van het Italiaanse begrotingstekort ter sprake te brengen om alsnog zijn gelijk te bewijzen.

Jean Penders was van 1979 tot 1994 lid van het Europees Parlement waar hij deel uitmaakte van de christen-democratische fractie.