Werkgevers vrezen vertraging van economische groei

De werkgevers zijn uiterst somber over de economische ontwikkelingen. De loonkosten stijgen in Nederland veel sterker dan in de rest van de Europese Unie, met name voor de industrie treedt een groeivertraging op en de wetgever bemoeit zich in toenemende mate met ,,zaken die des sociale partners zijn''.

De werkgeversvoorzitters G. van Reenen (AWVN) en J.C. Blankert (VNO-NCW) lieten vandaag deze sombere geluiden horen bij een terugblik op de CAO-onderhandelingen van het afgelopen jaar. Volgens Van Reenen en Blankert hebben die onderhandelingen een loonstijging van gemiddeld 2,7 procent opgeleverd in het bedrijfsleven.

Dat is weliswaar een half procent minder dan de loonstijging van vorig jaar, maar volgens de werkgevers is 2,7 procent toch te hoog. De economische groei neemt immers af, ,,maar de publieke retoriek van de vakbonden sloot daar niet bij aan'', aldus Blankert. Volgens Van Reenen is enig optimisme in enkele goed lopende sectoren wel gerechtvaardigd. ,,Ik kan me voorstellen dat werknemers daarvan iets in hun loonzakje willen merken.'' Wat de werkgevers echter liever zien is dat in dergelijke sectoren, die vaak kampen met een schaarste op de arbeidsmarkt, veel meer gebruik maken van prestatie-afhankelijke beloningsvormen in plaats van ,,de toekomst te belasten met een structureel te hoog loonniveau'', aldus Van Reenen.

Volgens Blankert zit de Nederlandse economie in een schaarbeweging. ,,Dit jaar gaat het de binnenlandse sectoren nog goed voor de wind en heeft de industrie flinke tegenwind. Minder volume en krappere marges aan de ene en oplopende loonkosten – in CAO's en door lastenverzwaring – aan de andere kant hebben ervoor gezorgd dat de arbeidsinkomensquote oploopt.''

De schaar zit hem erin dat de situatie volgend jaar misschien andersom is: ,,De binnenlandse bestedingen zijn dan minder uitbundig en de op Nederland georiënteerde bedrijven krijgen het dan dus moeilijker. Daarentegen trekken wereldhandel en dus export vermoedelijk weer wat aan. Maar de industrie en de overige exportsectoren zitten dan nog wel met niet herstelde conjuncturele schade in hun winstgevendheid van 1999.''

De werkgevers zien tal van redenen waarom de Nederlandse economie op de korte termijn de internationale slag gaat missen, vooral doordat de steeds hogere loonkosten de concurrentiepositie van Nederland doen eroderen. In de periode 1990-1996 daalden de loonkosten in Nederland waar ze in de rest van de Europese Unie sterk stegen. Inmiddels stijgen de loonkosten in Nederland ruim twee keer zo snel als in de EU.

Bijkomende complicatie is volgens de beide werkgeversvoorzitters dat de wetgever zich steeds meer met zaken bemoeit die in het arbeidsvoorwaardenoverleg thuishoren. Bijvoorbeeld als het gaat om verlofregelingen, het wettelijk recht op deeltijdwerk en ,,het terugsluizen van pensioenoverschotten naar de premiebetalers''.