Voor altijd een piranha

Voetbalminnend Nederland zwijgt en stemt kennelijk toe, voetbalbestuurders zoeken en vinden de doofpot en bondscoach Rijkaard zegt alleen dat hij er geen goed gevoel aan overhoudt. Wanneer een Italiaan, Argentijn of Duitser zou hebben gedaan wat Edgar Davids deed, was er door de Nederlandse voetbalgemeenschap schande van gesproken. In drie opeenvolgende interlands kreeg de voetballer van Oranje tweemaal een rode kaart en ontsnapte hij éénmaal op onbegrijpelijke wijze aan een derde rode kaart. Hoeveel meer moet een voetballer zich misdragen om uit het Nederlands elftal te worden verbannen?

Nooit in de geschiedenis van het Nederlands elftal heeft een voetballer voor elkaar gekregen wat Davids de laatse drie wedstrijden deed. Vijftienmaal kreeg Oranje een rode kaart. Van Vossen, Ooijer en Davids waren in één wedstrijd de laatsten. Cruijff was op 19-jarige leeftijd de eerste. Bijna een jaar lang duurde de polemiek over het wanvertoon van Cruijff in 1966. Het rolmodel Cruijff had het Nederlandse voetbal bevlekt. Nu, na de misdragingen van vooral Davids, is het stil. Bedenkelijk stil.

Edje wordt hij genoemd. Omdat hij zo aandoenlijk klein is. Misschien ook uit angst en respect. Want wie geen respect voor Edje heeft, dreigt te worden vermorzeld. Edje is vergeleken met een piranha, een vleesetende vis die al vanaf grote afstand bloed ruikt. Maar Edje wordt niet vergeleken met een piranha uit angst – alleen uit bewondering.

Davids kan fantastisch voetballen. Hij heeft zich suf geoefend om de bewegingen van Maradona na te kunnen doen. Hij is snel, behendig en kan vanaf grote afstand de bal naar de gewenste plaats schieten. Hij wakkert bij zijn medespelers onvermoede driften aan. Hij is zelfs onmisbaar voor zijn elftal.

Edje is een oorlogskind. Wanneer er vrede is, gaat hij op oorlogspad. Hij voetbalt nog steeds zoals hij als jongen op straat voetbalde. Vechtend voor elke meter, vechtend tegen elke tegenstander, vechtend voor elke bal. Vechten geeft hem plezier. Wie voetbalt, voetbalt om te winnen. Wanneer hem de bal wordt afgepakt, wordt hij boos. Dan spuwen de zenuwen in zijn hoofd vuur. Controle over zijn gevoel is hem vreemd. Als jonge Ajacied werd hij therapeutisch behandeld in de hoop dat hij `gewoon' deed. Trainer Van Gaal wist hem vaak te bezweren. Maar bij volle maan ging het weer mis. Dan was Edje weer de piranha.

Gele en rode kaarten, vechtpartijen en opstootjes horen bij Davids. In Milaan sloeg hij een man neer met een boksbeugel omdat deze kritiek had op Edjes parkeermethode. Via de televisie zagen we hoe hij Italiaanse tegenstanders opvreet. Lang mocht hij niet meer voor het Nederlands elftal spelen omdat hij bondscoach Hiddink had beledigd. Dezelfde bondscoach die hem eens eerder niet had opgesteld omdat hij in een competitiewedstrijd een vechtpartij was begonnen. Davids was een slecht voorbeeld voor de jeugd, zei Hiddink.

Dezelfde bondscoach haalde Davids toch weer bij Oranje. Kennelijk had Hiddink in Davids hoofd een agressieregulerende chip kunnen aanbrengen. Edje werd de motor die net geen piranha was. Nu is Rijkaard zijn baas. Het lijkt er op dat hij niet in staat is Davids fatsoen bij te brengen. Wie dan wel? Of doet het er niet toe in deze tijd van vervagend normbesef? Is het mannetje een te goede voetballer om aan een heropvoeding te onderwerpen? Waarschijnlijk is de voetbalgemeenschap gewoon doodsbang voor de piranha.