Testrit

BMW-rijders zijn strebers, eigenaren van een Mercedes twijfelen permanent maar functioneren prima in groepsverband, Jaguar-bestuurders blijken solisten en gedragen zich enigszins superieur.

Wat u en ik allang wisten is nu dan eindelijk bevestigd middels een wereldwijd marktonderzoek dat in opdracht van de Jaguar-verkoopafdeling gehouden werd.

De meeste autofabrikanten met forse sedans in hun programma zijn de afgelopen jaren overgegaan tot het uitbrengen van een wat kleiner model. Jaguar gaat een poging wagen met zijn S-type, toch nog een kleine vijf meter lang. Er werd aan de ontwerpafdeling opdracht gegeven om een voorstel in te dienen.

Vele ontwerpen werden getekend. Ze werden allemaal afgekeurd door het hoofd van de stylingafdeling van de Ford Motor Corporation. Totdat Etsel Ford – een lid van de Fordfamilie met nog steeds zo'n veertig procent aandelen in handen – er zich mee bemoeide en met een dwingende vinger het nu voor mij staande ontwerp aanwees.

Niets lijkt me mooier dan om een zelf ontworpen model op de openbare weg tegen te komen. Wat zou er toch met die hoofdontwerper zijn? Het is een model geworden dat rijdt terwijl ze stilstaat. Jawel, zij, de Jaguar-verkoopleiding vindt hun nieuwste kindje een Zij. Het Zij-profiel doet sterk denken aan dat van de grootste concurrent in het Lower luxury saloon segment, de BMW-3 serie. Gelukkig is er nog een voor- en achterkant om zich te revancheren. Vier koplampen in verschillende grootten, goddank niet voorzien van die xenon-verlichting, een ramp voor de medeweggebruiker.

Een verchroomde grille in de vorm van een eiersnijder. De springende jaguar op de motorkap is verdwenen, waarschijnlijk uit veiligheidsoverwegingen. Tot verdriet van de kleine jongetjes die, gewapend met een schroevendraaier, er duizenden moeten hebben buitgemaakt. Ikzelf ben daar altijd te schijterig voor geweest. Een kleine achterruit. Dubbele uitlaatpijpen.

Gelukkig, dit is nog steeds een onvervalste Jaguar, die sterk aan de Mark-II uit de jaren zestig doet denken. Populair bij de Engelse politie, ook populair bij bankovervallers vanwege snelheid en wegligging; houd eens een reünie met spectaculaire achtervolgingen en een prijsuitreiking aan het einde van de dag, ik kom zeker kijken.

Binnen is er leer en hout, een overdaad aan knoppen, schakelaartjes, hendeltjes, schuifjes, digitale cijfertjes. Ik voel me de eerste kilometers gelijk een blinde die per abuis in een orgie terechtgekomen is. Door de hoge taille en het kleine glasoppervlak, wat niets afdoet aan het uitzicht, is het hier cosy. De V6 snort, de automatische bak schakelt lui heen en weer, de behaaglijke lederen theemuts schommelt en suist, hier hangt een sfeer van behaaglijkheid en wederzijds vertrouwen.

Een automobilist rijdt nu naast me, vervolgens achter en nu weer voor me en steekt zijn duim op, ik knik dankbaar. Ook vrouwelijke bestuurders draaien hun hoofden om, ik zit blijkbaar dan toch in een Zij.

Aan het eind van de dag heb ik een verbruik van 1 op 9 gehaald, wat me niet slecht lijkt voor een wagen van 1800 kg. Een fabrieksgarantie van drie jaar, vaste onderhoudsprijzen, die verdorie beduidend lager zijn dan die welke er voor mijn modale auto berekend worden. Van binnen en buiten gepoetst krijgt u hem weer terug. Klantvriendelijkheid en afterservice, tot in het onderdanige, iedere Jaguar-medewerker krijgt het ingehamerd.

Nog wat tips mijnerzijds. Weg kan de inhoud van de bokaalvormige middenconsole met de Premium Sound geluidsinstallatie, dat moet veel compacter. Weg ook met dat malle navigatiesysteem, een Heer van Stand weet zijn weg blindelings te vinden. Er komt dan genoeg ruimte vrij voor een elektrisch houtvuur, te ontsteken bij invallende duisternis en donkere dagen. De volkse bekerhouder, niet eens voorzien van een temperatuurregeling. Vervang hem door een whiskyfleskoeler met bijbehorende glaasjes. Het klokkende geluid van de richtingaanwijzer bracht me op het idee.

Rood leer in het interieur. Het glimmende hout op dashboard en stuur heeft een voordeel – ik kon onderweg met een gerust hart een vettig lekkerbekje eten zonder dat de penetrante geur bij het terugbrengen nog te ruiken was.