Spanje ziet come-back socialisten

De conservatieve Partido Popular (PP) van premier José María Aznar is in Spanje in de Europese verkiezingen als de grootste uit de bus gekomen. Maar haar positie was minder rooskleurig dan vier jaar geleden, toen de socialistische PSOE nog de regering vormde en de Europese verkiezingen door de kiezers werden benut om lucht te geven aan hun afkeuring. De PP zag haar aantal afgevaardigden met één slinken tot 27. De socialisten kwamen terug met 24, twee meer dan bij de vorige verkiezingen. Grote verliezer bleek de door de communisten overheerste partijfederatie Izquierda Unida (IU).

De uitslag bevestigt tot op zekere hoogte de resultaten van de gemeenteraads- en regioverkiezingen die gisteren gelijktijdig werden gehouden. Als gevolg van de combinatie van verkiezingen was de opkomst in Spanje hoger dan in veel andere landen.

De verkiezingen worden als indicatief beschouwd voor de algemene verkiezingen van volgend jaar. De socialisten versterkten hun positie in enkele regio's en slaagde er in de regio Asturias terug te winnen van de conservatieve partij. De gemeenteraad van Madrid bijft in handen van de conservatieven, terwijl in Barcelona de socialisten hun meerderheid verstevigden. Bijzonder belang hadden de uitslagen in verband met de contacten met de Baskische afscheidingsbeweging ETA, die vorig jaar september besloot tijdelijk haar moordaanslagen op politieke tegenstanders stop te zetten. De politieke tak van de ETA, Euskal Herritarrok, die voor het eerst meedeed met de Europese verkiezingen, won een zetel. De lokale resultaten in Baskenland brachten evenwel geen winst voor het nieuwe front van Baskische nationalistische partijen waarin de ETA zich heeft gevoegd en lieten een verdeeld beeld zien tussen nationalistische en niet-nationalistische partijen.

De partij van de omstreden burgemeester Jesús Gil, die wordt verdacht van fraude, behield zijn positie in Marbella en behaalde een absolute meerderheid in de Andalusische probleemgemeente La Linea. In de Spaans enclaves in Marokko Ceuta en Melilla behaalde Gil geen absolute meerderheid.