Ruime zege Britse Tory's

De Britse Conservatieve Partij ziet haar winst in het Europese parlement ten koste van Labour als terugkeer van haar politieke fortuin en als steun voor behoud van de nationale munt.

Met 29 procent, veertien minder dan tijdens de parlementsverkiezingen van 1997, was het voor Labour de slechtste uitslag in zestien jaar. Met 35 procent breidden de Conservatieven hun winst van de gemeenteraadsverkiezingen in mei (31 procent) uit.

Niet meer dan 23 procent van de Britten ging afgelopen donderdag stemmen. De verkiezingen werden voor het eerst gehouden volgens een stelsel van evenredige vertegenwoordiging, dat kleinere partijen bevoordeelt en de zetelverdeling tussen de grote partijen gelijkmatiger maakt. Met het tellen van de stemmen was gewacht tot alle landen van de EU hadden gestemd.

William Hague, de Conservatieve partijleider, had `euroscepsis' de rode draad in zijn campagne gemaakt. ,,Alleen bij ons is het pond veilig'', luidde zijn slogan. De Tory's zeiden gisteren dat premier Blair zijn campagne vóór Britse toetreding en het beloofde referendum over de euro nu moet uitstellen. Paddy Ashdown, scheidend partijleider van de Liberal Democrats, die op zeventien procent bleven steken, eiste dat Blair nu ,,kleur bekent'' en het ,,gevecht om de euro begint''.

Robin Cook, de minister van Buitenlandse Zaken, weigerde echter ,,deze verkiezingen een referendum over de euro'' te noemen. Andere Labour-kopstukken weten het desastreuze resultaat aan de lage opkomst en de lauwe aandacht van de media, die alleen over Kosovo zouden berichten.

Dat afkeer van de euro wel een factor was, blijkt ook uit de drie zetels voor de UK Independence Party, die wil dat het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat, en uit de nul zetels van de pro-Europese Conservative Party, een groep Tory-spijtoptanten. Regionale nationalisten verkleinden hun achterstand op Labour. De Groenen wonnen voor het eerst een zetel (in Londen). De Schotse uitslagen komen pas vanmiddag, waardoor niet alle zetels bekend zijn.