Roots klinken niet zoals het moet in Concertgebouw

Na drie jaar waarin er geluidstechnisch veel mis ging bij het slot van het Amsterdam Roots Festival in het Amsterdamse Concertgebouw zou je verwachten dat men iets had geleerd. Daarvan was gisteravond echter niet veel te merken. In de Kleine Zaal werd de gitaar-en zanggroep Tekameli onnodig versterkt en in de Grote Zaal bleek men nog steeds weinig raad te weten met electrische (bas)gitaren en percussief geweld. Zap Mama, bestaande uit vier zangeressen en dito instrumentalisten was nog wel een beetje te genieten maar bij de elf-mansgroep van Ruben Blades werd het opnieuw een vermoeiende brij. Om beurten waren de instrumenten wel te horen, tot zelfs de koebel toe, maar op geen enkel moment allemaal tegelijk. Alleen Blades zelf bleef steeds hoorbaar, misschien de reden dat hij tussen zijn liedjes zo veel praatte.

Met minder opsmuk dan op de cd maakte het uit Perpignan afkomstige Tekameli gisteren duidelijk waar het voor staat: een rake combinatie van de `cante jondo' (diepe zang) uit de klassieke flamenco met de beknopte, meezingbare songvorm. De vier stemmen klinken stuk voor stuk als bronzen klokken en niet minder als ze samen zingen. Ook de begeleiding, door twee gitaren en een akoestische basgitaar, is op niveau, al klonk die gisteren te luid.

Knalhard en ook nog uit balans klonk zaterdag in de Max de groep van de Zuidafrikaanse Busi Mhlongo dankzij haar eigen, bijkbaar dove, geluidsman. De bassen bonkten en de hoge tonen snerpten maar het hele middengebied was zoek waardoor er bij deze dynamische zangeres nauwelijks iets te genieten viel.

Ook op het concert van Sapho, de joodse Marokkaanse uit Parijs, viel veel aan te merken. De schuld lag nu eens niet bij de techniek maar bij de zangeres zelf die voor haar grillige repertoire, van Franse chansons tot Oum Kaltoum, geen passende band had samengesteld. Het resultaat was een verbazingwekkend piek-en dalconcert waarin de zangeres vooral door karakter overeind bleef.

De piepjonge raï-zanger Faudel had, anders dan Sapho, wel een goed ingespeelde band, met als resultaat een heel behoorlijk Nederlandse debuut. Dat deze Algerijnse Fransman aan van alles refereerde, van flamenco tot reggae, net als op zijn cd Baïda, is niet zo verwonderlijk. Raï is vooral een stijl van leven, net als vroeger de jazzmuziek.

Door het grote aanbod op Amsterdam Roots en de wereldwijsheid van veel musici – wie weet er niet een beetje van funk? – blijven de eigenwijzen van dit festival het meeste bij. De schallende zangers van Tekameli, de solitaire Turkse baglama-speler Arif Sag, Tenore e Cuncordu de Orosei, de gesloten kring-zangers van Sardinië, en de Mongoolse zangvogel Urna Chahar-Tugchi, slechts door honderd mensen gehoord.

Als het Concertgebouw deze vier acts zou boeken voor reguliere concerten in de Kleine Zaal zou dat een aardige compensatie zijn voor dat eindeloze pompen of verzuipen in die blijkbaar niet te temmen Grote Zaal.

Amsterdam Roots Festival. 10, 12/6 Melkweg en 13/6 Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling: Zap Mama 16/6 en Ruben Blades 18/6 op Swingin' Groningen.