Matte sfeer in Rai bij Tibet-festival

De organisatoren van de Tibetan Freedom Concerts hebben vanaf het eerste Tibet-bevrijdingsfestival in San Francisco in 1996 veel aandacht weten te vestigen op de schrijnende toestand in Tibet, dat sinds 1949 wordt bezet door China. De Tibetanen worden hardhandig onderdrukt, zo werd gisteren duidelijk uit de verhalen die de Tibetaanse sprekers gisteren vertelden in de Amsterdamse Rai. Nadat het popfestival de afgelopen jaren achtereenvolgens in New York en Washington D.C. was gehouden, vond het gisteren plaats in zowel Chicago, Sydney, Tokio en Amsterdam, met bands die belangeloos optraden.

Waar het festival in Amerika een snel succes kon worden dankzij een grote interesse voor boeddhisme onder Amerikaanse artiesten en hun fans, werd gisteren duidelijk dat Nederlanders er nog iets nuchterder tegenaan kijken. De `bevrijd Tibet'-boodschap werd welwillend ontvangen en de sprekers kregen een warm applaus, maar de tamelijk matte sfeer in de half gevulde Parkhal van de RAI stak schril af bij de beelden van uitzinnige menigten van de Amerikaanse festivals die op grote schermen werden vertoond. Het zal deels te maken hebben met de lokatie, een plek die geschikt is voor beurzen maar voor een popfestival een te zakelijke sfeer heeft - ook al was er een goede poging gedaan de zaal met kraampjes en terrasjes gezelliger te maken.

Ook de muziek, van o.a. Alanis Morisette, Urban Dance Squad, Ben Harper, Garbage en Blur, zorgde niet voor bijzonder grote opwinding. Het programma was een beetje eenvormig en had goed wat frisse dance-klanken kunnen gebruiken. Het geluid in de Rai was goed, alleen stond het idioot hard. Ook op tientallen meters afstand van de boxen deed het zeer aan de oren en dreunden de bassen constant vervelend door je lichaam.

Opmerkelijk was het optreden van Joe Strummer, voormalig zanger/gitarist van de Engelse punk/pop-groep The Clash. Met zijn begeleidingsband The Mescaleros speelde Strummer nieuw en oud werk, waaronder een voor de gelegenheid ingestudeerd oud nummer over de gebeurtenissen op het Tiananman-plein. De Clash-hit Rock The Casbah kreeg een enthousiast onthaal, evenals het fraaie Straight To Hell, een uit 1982 stammend Clash-nummer over de verwesterlijking van de Aziatische landen: `Let me tell you about your blood, bamboo kid: it ain't coca cola, it's rice.' Strummer kwam minder militant over dan in zijn Clash-tijd, maar nog wel gedreven en sympathiek.

Het hoogtepunt kwam aan het eind van de middag met een kort optreden van zanger/gitarist Thom Yorke en gitarist/toetsenist Jonny Greenwood van de Engelse groep Radiohead. Yorke (op piano en akoestische gitaar) verraste met een liedje van Elvis Costello, I'll Wear It Proudly, en zong schitterend gedragen, trieste Radiohead-nummers als Karma Police en Exit Music (For A Film).

Concert: Tibetan Freedom Concert. Gehoord: 13/6 Rai Amsterdam.