Grimmig geweld in poolopera van Torstensson

Met getimmer op de lage fis op de synthesizer begon zaterdagavond in het Amsterdamse Concertgebouw Klas Torstenssons nieuwe opera De Expeditie. Torstenssons krachtig krakende muziek in continue hoogspanning lijkt het meest op een concert voor slagwerk met in het orkest een accent op instrumenten als basgitaar, contrabasklarinet en contrabastuba. De muziek lijkt een kruising tussen een Wagneriaans rockensemble en een hysterisch orgel. Maar in De Expeditie, over een fatale ballontocht naar de Noordpool, toont Torstensson over meer pijlen op zijn boog te beschikken: Amor treft raak in een liefdesaria in Pucciniaanse stijl, zelfs een onvervalste briefscène ontbreekt niet.

Opmerkelijk is een groots opgezet Intermezzo tussen de beide aktes. Al dreigt Torstensson voortdurend de stoppen te doen doorslaan, toch componeert hij middenin de opera een soort van symfonisch gedicht. Ook lijkt zijn werk op een dramatische cantate en heeft de tweede akte veel weg van een radiofonie, een documentaire over een gebeurtenis waarmee elke Zweed vertrouwd is.

De Expeditie is het dramatische verhaal van de ballontocht van De Adelaar met aan boord de Zweedse onderzoeker Salomon August Andrée en zijn jongere companen Nils Strindberg en Hjalmar Fraenkel. Op 15 juli 1897 vertrok het gezelschap vanuit Spitsbergen en bij de start werd De Adelaar al onbestuurbaar. Uiteindelijk werden de lijken gevonden op een eiland in de Poolzee. Daarbij trof men dagboeken aan, die op de plaats waar de tekst onleesbaar is geworden, in de opera vervagen in geruis. Het libretto dat Torstensson zelf samenstelde berust op authentiek bronnenmateriaal. De slotscène citeert een brief die vrij onlangs werd teruggevonden bij een antiquair in Alaska.

Onderwerp is de zinloze heldendood, want Andrée is zich bewust van het gebrek aan wetenschappelijke waarde van zijn expeditie en reageert steeds gelatener. Fraenkel wordt agressief, Strindberg zoekt heil in morfine en tracht in een mystiek contact te raken met zijn verloofde Anna Charlier. De conflicten worden breed uitgemeten, in enigszins gemoderniseerde Verdiaanse stijl, in de baritonale zang van Olle en Matts Persson meer stoer dan heftig. Veel karakteristieker is de manier waarop de tenor Göran Eliassen Strindberg larmoyant voorstelt. Bijzonder is Charlotte Riedijk, ingetogen en toch sterk als Anna Charlier. Het contrast van het geweld met Anna's onverstoorbare edele eenvoud is zowel ambivalent als verrassend geraffineerd.

Of het slot-lamento met zijn dalende melancholieke toonladder karakteristiek zal blijken te zijn voor de `nieuwe' Torstensson zullen we moeten afwachten. De `oudere' Torstensson, horig aan zijn verleden in de ASKO-werkplaats in de jaren '70, toen de Zweedse componist naar Nederland kwam, is in ieder geval nog in de meerderheid. Ook weet Torstensson te woekeren in een Varèse-achtige instrumentale vervreemding, zoals in een unisono van piccolo en piano als een quasi-nieuw instrument.

Zowel de nieuwe als de veel meer veeleisende oude Torstensson werden formidabel trefzeker uitgetekend door het Radio Filharmonisch Orkest onder de ongeëvenaard geconcentreerde, geen moment verslappende leiding van Peter Eötvös. Elk superlatief schiet nog tekort! Soms werd je horendol van het geweld, voelde je je opgenomen in een snijdende sneeuwstorm. Naast het van de componist reeds bekende kraken van het barstend ijs, klinkt nu ook boosaardig brandgeknetter wanneer de hallucinerende Poolreizigers een halo als een vuurzee rond de zon waarnemen. Al worden die hitte en dodelijke kilte je soms te veel, je moet blijven luisteren. Torstensson toont vooral een ijzeren greep in zijn groots en grimmig getimmer niet zonder grandeur. De pooltocht is mislukt, de opera allerminst.

Concert: Klas Torstensson: De Expeditie. Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Peter Eötvös. Gehoord: 12/6 Concertgebouw Amsterdam