Gezocht: elan of hoe Kok-II verder worstelt

`Wim, volgend jaar hebben we verkiezingen', voorspelde CDA-Kamerlid Hans Hillen dezer dagen in een vluchtig entre-nous met Wim Kok.

`Hans, als jullie dan maar voor een goed onderwerp zorgen', moedigde de premier de vleugel-adjudant van Jaap de Hoop Scheffer aan.

Het aftellen is begonnen. Het kabinet-Kok is hersteld, maar kraakt nog altijd vervaarlijk. Kiezers hebben dat feilloos in de gaten: zo'n zestig procent oordeelde vorige week dat het kabinet zwakker uit de crisis is gekomen. En slechts weinigen, nog geen tien procent, denken dat het ook daadwerkelijk goed komt, zo leerde een onderzoekje van het bureau Interview.

De senior-ministers in het kabinet zijn er ook niet gerust op. Het kabinet straalt niks uit, zeggen ze bezorgd tegen elkaar. Een minister als Bram Peper zou de ploeg graag van meer elan voorzien. Misschien moesten ze er in de Trêveszaal eens goed voor gaan zitten: de wekelijkse agenda opzij schuiven en samen de volgende eeuw inblikken.

Ad Melkert voelt het ook haarscherp aan. Het kabinet moet bezieling tonen en een inspirerende agenda ontvouwen: tenslotte is het tweede kabinet-Kok het laatste kabinet van deze eeuw en tegelijk het eerste van de volgende, zo gaf hij vorige week aan.

Het was een mooie droom: de nieuwe start van het kabinet gebruiken als momentum voor een nieuwe aanpak. Want, wat vorig jaar in de kabinetsformatie niet mogelijk bleek het vinden van een aansprekend motto zou tien maanden later opeens wel mogelijk zijn?

Zowel de ministers van het kabinet als de meesterknecht van de minister-president, Ad Melkert, kunnen weten dat de premier niks met franje heeft: gewoon stug je werk doen en graag een beetje doortrappen als de wind tegenzit is zijn motto. En bovendien, het zit in de aard van de coalitie: de ongelijksoortigheid van de partijen maakt iedere aanduiding extra gekunsteld.

Brinkhorst, meer dan een invaller

Let op Laurens-Jan Brinkhorst. Hij is er vorige week in het kabinet als laatste minister bijgekomen, maar grossiert niet in bescheidenheid. Zoveel is zeker: Brinkhorst zal zich snel opwerken tot de aanvoerder van de D66-ministers. En hij zal zich in de ministerraad niet beperken tot Landbouw.

De 62-jarige Brinkhorst kan zich meten met oude rotten als Klaas de Vries, Bram Peper en Jan Pronk. Sterker, hij heeft van alle ministers een politiek verleden dat het verst teruggaat. Als jong hoogleraar (34) maakte hij in 1971 al deel uit van het schaduwkabinet-Den Uyl: een kabinet van PvdA, D66 en PPR dat voor de verkiezingen was gevormd, maar uiteindelijk nooit heeft geregeerd. Zelfs Jan Pronk, leerling van Den Uyl, maakte daar geen deel van uit. En twee jaar later, toen Bram Peper nog eenvoudig adviseur was van de bewindslieden van CRM en Klaas de Vries net aankomend Kamerlid, maakte Brinkhorst naast Jan Pronk deel uit van het kabinet-Den Uyl (als staatssecretaris op Buitenlandse Zaken).

Jozias van Aartsen is gewaarschuwd: Brinkhorst weet veel van buitenlands beleid, had die portefeuille ook altijd dolgraag bezet en heeft een ruime internationaal-politieke achtergrond die de VVD-minister mist. Misschien is er, in het kader van de versterking van het kabinet, nog een kleine switch denkbaar: Brinkhorst naar BZ en Van Aartsen terug naar Landbouw. Kan de VVD'er meteen de déconfiture met de inkrimping van de varkensstapel afwikkelen.

Voorlopig moet Landbouw het met Brinkhorst doen. En dat zullen ze aan de Bezuidenhoudseweg weten. Brinkhorst is een vechtjas en kent de wetten van de bureaucratie behalve uit zijn Haagse tijd ook uit zijn Brusselse jaren als Europees topambtenaar en Europarlementariër. Les 1 uit het handboek minister (succes is alleen verzekerd als je direct ingrijpt) hoeft hem niet te worden uitgelegd.

Insiders zijn nieuwsgierig hoe de D66-minister zal omgaan met de hoogste en machtigste ambtenaar van het departement, zijn partijgenoot en secretaris-generaal Tjibbe Joustra. Brinkhorst zal in ieder geval snel duidelijk maken wie er op het departement de baas is. ,,Ik reken op uw loyaliteit'', zo gaf hij zijn ambtenaren tijdens de eerste informele ontmoeting alvast te verstaan.

Wie er ook moet rekenen met Brinkhorst is de Partij van de Arbeid. Als fractieleider in de Tweede Kamer (1981-1982), in de periode dat D66 aan regeren ten onder ging, probeerde hij zijn partij los te maken van de PvdA. Brinkhorst is, anders dan generatiegenoot Hans van Mierlo, geen socialistenvriend en paste in zijn jaren voor de rol van `handzame bondgenoot': D66 was `ander links', een zelfstandige stroming. Toen de PvdA in `82 uit het tweede kabinet-Van Agt stapte, kreeg ze D66 ook niet mee.

Brinkhorst ging daar heel ver in: in de eindfase van de breuk zag de toenmalige fractieleider van de PvdA, Wim Meijer, nog mogelijkheden om te lijmen. Hij vroeg belet bij zijn collega, maar die gaf niet thuis. Brinkhorst had andere prioriteiten: hij ging die middag in Den Haag naar een lezing van Henry Kissinger.

Hoe gaat het verder met het tweede kabinet-Kok? Vast en zeker zonder veel elan, maar met veel gedoe. Niet dat ze een hekel hebben aan elkaar, integendeel, de sfeer onder de ministers is nog altijd uitstekend.

Bram Peper, een opkomende spil

Neem weer Bram Peper. Hij ontpopte zich tijdens de Bijlmercrisis in de binnenkamer als een coach van de belaagde minister Els Borst. En hij ontpopte zich voor het oog van de buitenwereld ook nog eens als een body-guard die zijn belaagde collega in de wandelgangen van de Tweede Kamer door de haag van televisiecamera's loodste. De positie van Peper is interressant: de oud-burgemeester van Rotterdam begon enigszins aarzelend als minister, maar is inmiddels een spil-figuur. Hij heeft anders dan veel ministers een uitstekende verhouding met de minister-president. En hij heeft, anders dan menig minister, een verhaal naar de buitenwereld.

Hoe anders is het met de directe collega's van Wim Kok: zijn vice-premiers. Beiden waren lang de gevangene van het Bijlmer-dossier. Na de Bijlmer houdt Borst grote problemen met de organisatie op haar ministerie en moet Jorritsma haar onzichtbaarheid als minister van Economische Zaken teniet doen. Beiden zijn verre van de natuurlijke aanvoerders van hun partij in het kabinet. Want bij D66 geeft fractieleider Thom de Graaf de directieven en bij de VVD moeten de verhoudingen zich na het stevige leiderschap van Frits Bolkestein nog altijd uitkristalliseren.

Volgend jaar verkiezingen? Ja, als het CDA een goed onderwerp weet te vinden. Nee, als de coalitiepartijen elkaar vasthouden. Maar als de rek er eenmaal uit is hou je elkaar ook niet eindeloos in de houdgreep.

Redactie: Kees van der Malen.