Getto

De paus is op bezoek en de hele stad is vol geel en wit. Zelfs de graffiti-jeugd is actief: op de muren van het voormalige joodse getto woedt een pittige strijd tussen rechts (keltisch kruis), links (anarchistenteken) en een handvol satanisten (pentagram met zesjes). Links is aan de winnende hand.

Ik loop door de buurt waar in 1941 1 miljoen joden overal uit Polen waren samengeperst. Vrijwel allemaal zijn ze afgevoerd, of omgekomen door honger, ziektes en executies. In april 1943 had hier een laatste wanhoopsopstand plaats. Op 17 mei meldde de Duitse bevelhebber aan Himmler: `De joodse wijk in Warschau bestaat niet langer.'

Nu is het een buurt als Bos en Lommer. Het joodse historische instituut heeft geprobeerd om nog een paar laatste sporen van het getto te traceren. Aan de hand van hun oude foto's zoek ik een middag mee. Die plaat van dat broodmagere lijk blijkt in de portiek van de Walicow-straat 10 te zijn genomen – een bepaald paaltje staat er nog. De stoep waartegen een ander lijk ligt is er ook nog – het hoorde bij een kerkelijke liefdadigheidsinstelling. Een foto van de stenen bank voor het gerechtshof waar drie joodse verkopers zitten – diezelfde bank staat leeg in de zon. Een mager lijk wordt langs de kerkhofmuur begraven – er loopt nu een tegelpad over het graf.

Op een achteraf binnenplaatsje, vlak achter de fonkelnieuwe Holiday-Inn, vind ik het laatst overgebleven stukje gettomuur. Uit alle flats hangen geel-witte vlaggen, uit alle televisies kaatsen de woorden van de nationale paus, overal hangt zijn portret. Hier was eens het joodse getto.