Gemeente-ambtenaren joegen een spook na

Blijven de lonen van ambtenaren structureel achter bij die van werk- nemers in `de markt'? De Arbeidsinspectie legde zoals elk jaar alle CAO's naast elkaar en kwam alweer tot hetzelfde antwoord: nee.

Verlekkerd keken gemeente-ambtenaren begin dit jaar naar wat zij `de markt' noemden. Daar werden volgens hen in collectieve arbeidsovereenkomsten fantastische loonstijgingen afgesproken. Dat wilden zij ook wel en ze eisten van hun verbaasde werkgevers 4,5 procent meer loon, ,,want dat is een marktconforme loonstijging.''

Vorige week presenteerde de Arbeidsinspectie een nagenoeg volledig overzicht van de CAO's en de loonafspraken. De gemeente-ambtenaren blijken een spook te hebben nagejaagd. Als er al zoiets bestaat als een markt-CAO, dan is daar bij lange na geen loonstijging van 4,5 procent afgesproken. In het grootste deel van de CAO's spraken partijen een loonsverbetering af van tussen de 2,5 en 3 procent. Ruim de helft van alle werknemers vallen dit jaar in zo'n CAO, de gemiddelde loonstijging is dan ook 2,7 procent in 1999.

Dat was ook wel te verwachten, want de werkgevers wilden niet verder gaan dan 2 procent en de bonden eisten 3,5 procent. Eerlijk is eerlijk, ook de gemeenteambtenaren bonden na hun publieksonvriendelijke acties uiteindelijk in. Ze kregen 4,5 procent, maar moeten die uitsmeren over anderhalf jaar in plaats van één.

`Wij willen een marktconforme CAO', zeiden politieagenten, leraren en rijks-, provincie- en gemeenteambtenaren dit jaar harder dan ooit. Eigenlijk wilden ze daar nog een plus bovenop, want de afgelopen jaren zijn hun salarissen naar eigen zeggen sterk achter gebleven bij die in `de markt'.

Een werkgeversvoorzitter als Hans Blankert, van VNO-NCW, wordt moe van zo'n argument. ,,Begrijp nou eens een keer dat jullie meer vrije tijd hebben', zegt hij zuchtend, ,,en tijd is ook geld.'' Tot woede van menige ambtenaar werd die stelling begin dit jaar door de Arbeidsinspectie bevestigd. De uurlonen zijn bij de overheid de afgelopen jaren sterker gestegen dan in de markt en liggen bovendien hoger. Het verschil zit hem in het geringere aantal uren waarover de Arbeidsinspectie een maandsalaris van een ambtenaar berekent.

Een `marktconforme CAO' is makkelijker gezegd dan uitonderhandeld. Want afgaand op de verschillen tussen de via CAO's afgesproken loonsverhogingen blijkt eens te meer dat `de markt' niet bestaat. Net zomin als `de overheid' trouwens. Hoewel daar het verschil nog binnen de perken blijft tussen de politie die dit jaar er 2 procent bij krijgt en het welzijnswerk waar men een uitzonderlijk hoge en daarmee allesbehalve marktconforme loonsverhoging van 4,5 procent tegemoet kan zien.

Vergelijk dat met wat voor `de markt' door moet gaan. KLM-werknemers moeten het voor 0,22 procent méér doen dit jaar, waar op de loonstrookjes van de vaste medewerkers van de uitzendbureaus een plus van 5,33 procent te zien moet zijn. Bij grote CAO's, waaronder groepen van meer dan 100.000 werknemers vallen, liggen de loonstijgingen meestal tussen de 2,5 en 3,5 procent. In die bandbreedte valt 81 procent van alle werknemers. De eerder gevreesde loongolf lijkt dan ook geen bewaarheid.

Het ministerie van Sociale Zaken houdt elk jaar keurig bij hoeveel de afwijking is van de gemiddelde CAO-loonstijging ten opzichte van de looneis van de grootste vakcentrale, de FNV. De afwijking van dit jaar, 0,8 procent, betekend gezien het gemiddelde voor de jaren negentig een kleine nederlaag voor FNV-voorzitter Lodewijk de Waal en de werknemersonderhandelaars. Gebruikelijk is een verschil tussen vragen en krijgen van ongeveer 0,4 procent.

Behalve in de jaren 1993 en 1994 toen de FNV-onderhandelaars er met de pet naar hebben gegooid of de werkgevers gehaaider waren. In 1993 eiste de FNV een buitensporig hoge loonstijging van 4,5 procent. Niet zo handig, want de economische groei zat op een dieptepunt. Vragen werd slechts iets meer dan de helft krijgen: 2,5 procent. Een jaar later was dat percentage de looneis, maar moesten de werknemers een geweldige nederlaag incasseren. In 1994 gingen de CAO-lonen gemiddeld met driekwart procent omhoog. Toen was er waarschijnlijk geen enkele ambtenaar die voor een marktconforme CAO pleitte.