Elke dag wordt weer zwaar werk verricht

De talrijke bezoekers op het jaarlijkse Oerol Festival op Terschelling nemen allerlei ongemakken voor lief.

Ver van de Randstad en Haagse politiek waar nu al maanden in nota's en pamfletten wordt geklaagd en gewanhoopt over de toestand van de toneelkunst in Nederland, bewijst een waddeneiland dat het zo'n vaart niet loopt. Een enorm publiek bestaande uit allerlei categorieën mensen loopt hier te hoop voor Oerol, een theaterfestival dat het de mensen niet gemakkelijk maakt. Uren wordt er in de rij gestaan om kaartjes te bemachtigen voor voorstellingen die hoge eisen stellen. Want Oerol brengt locatietheater en dat is artistiek gesproken zelden behaagziek, terwijl het bovendien niet zelden een fysieke aanslag betekent. Er moet een eind gefietst worden en vervolgens heeft het weer vrij spel of, als de voorstelling zich op een boerenzolder of in een loods afspeelt, staan er geïmproviseerde bankjes klaar, niet de gemakkelijkste fauteuils. En toch zitten alle voorstellingen vol.

Ook Ontijtijd, dat Frits Vogels speciaal voor Oerol maakte met het Grifttheater en waarvoor het publiek zich om 4 uur 's morgens moet verzamelen onderaan een dijk aan de zuidkant van Terschelling. Natuurlijk, terwijl je in het brekende donker staat te wachten tot het begint, vraag je je af waarom je jezelf dit in vredesnaam aandoet. Maar vijf kwartier later ben je tevreden dat je bent opgestaan toen je wekker in het holst van de ochtend afliep. Traag, erg traag komt de voorstelling op gang: silhouetten in de verte maken muziek, ze geleiden het publiek boven langs de dijk en zijn allengs ernstiger in de weer met, ja met wat? Het is zwaar werk, zoveel is zeker, het vraagt acrobatiek, mime, zang, kracht. Tenslotte wordt een mensgrote rode bal over een heuvel gerold en gaan de figuren vermoeid huns weegs. Blijkbaar zit het werk erop. Net zijn ze verdwenen, of recht tegenover het publiek komt de zon op. Een vuurrode bol, majesteitelijk en gracieus. En even weet je zeker dat werk als dit elke ochtend wordt verzet. Al eeuwen.

De groep Tuig neemt je eerst een minuut of tien langs het strand mee achter een driespan blonde fjordenpaarden, tot aan een waanzinnige houten muziekdoos op wielen. Het gevaarte is ontworpen en gemaakt door Marc van Vliet, die behalve allerlei schroot (een rits knalpotten bijvoorbeeld), een piano, gitaren, slagwerk en een viool erin wist te verwerken. Aangedreven door de paarden die 1200 meter weglopen en daarmee een touw aantrekken, kan het gevaarte worden `bespeeld' (en gerelativeerd). Het wordt beklommen door de vrolijke, per spinnig scootertje gearriveerde, dj Lodi die het ding naar zijn hand mag zetten. ,,De geest van de mens gaat zo snel als een paard'' schreef Einstein. Van Vliet nam dat ter harte als motto en maakte deze voorstelling, die wint bij het geraas van de branding, de schittering van het licht en het zand dat opstuift om de hoeven van zijn paarden.

Traditioneel presenteert Oerol ook beeldende kunst, zoals dit jaar De tranen van Hercules van landschapskunstenaar Bart Hurkxkens: een spel van metershoge zoutpilaren die deze week met de vloed door de zee weer zullen worden meegenomen. Ze verwijzen naar een mythische tempel aan de rand van Europa, toegangspoort tot het punt in zee waar de antieke mens van de, plat gedachte, wereld af zou vallen als hij te dicht bij de rand zou komen. Ze staan te waarschuwen maar hun schoonheid verblindt ons.

Meer informatie over Oerol op internetsite www.nrc.nl