Einde dominante rol EVP nadert

Hoewel de Europese Volkspartij (EVP) de grootste fractie in het Europees Parlement wordt, dreigt de groepering macht te verliezen.

,,De socialisten blijven de drijvende kracht in het Europees Parlement.'' Secretaris-generaal Valinn van de Europese Socialistische Partij (ESP) was vannacht na de verkiezingsnederlaag van zijn groepering niet van plan bij de pakken te gaan neerzitten. Integendeel, op de verkiezingsavond met muziek en drank in het gebouw van het Europees Parlement kondigde hij een strijd aan die de positie van het parlement grondig kan veranderen.

Fractievoorzitter Martens van de Europese Volkspartij (EVP), de christen-democratisch/conservatieve combinatie, begreep het gevaar dadelijk. ,,Ik blijf voorstander van de technische coalitie met de socialistische partners'', zei hij. Waarschuwend voegde hij eraan toe dat als er een einde komt aan die coalitie, ,,we naar een periode van guerilla met de Europese Commissie gaan''.

Maar zijn opmerking leek bij de socialisten aan dovemansoren gericht. Zij kondigden aan te willen zoeken naar ,,nauwe banden met andere progressieve groepen''. De leider van de Nederlandse PvdA-delegatie, Van den Berg, liep geheel in de pas met Franse en Britse socialisten toen hij zei bij stemmingen meerderheden te willen vormen met groenen, liberalen en sommige christen-democraten.

Hoewel de EVP de grootste fractie in het parlement wordt, dreigt deze groepering macht te verliezen. Vele jaren heeft de EVP er samen met de socialisten voor gezorgd dat het parlement de reputatie kreeg van een hond die blafte, maar niet beet. In maart van dit jaar beet het parlement als gevolg van verdeeldheid bij zowel de EVP als de socialisten toch door en dwong de Europese Commissie tot aftreden.

Vooral Britse en Duitse socialisten hebben genoeg van de samenwerking met de EVP. In de EVP-fractie zitten degenen door wie ze verslagen zijn. De Duitse SPD'ers staan niet te wachten op akkoorden met de CDU/CSU. De Britse Labour leden voelen helemaal niets voor overeenkomsten met de conservatieven die gisteren de overwinning behaalden. De Britse socialistische Europarlementariër Tomlinson voorzag gisteravond al met genoegen de moeilijkheden die de EVP krijgt om een standpunt in te nemen samen met Britse anti-Europese conservatieven. Geruchten dat een deel van de conservatieven niet naar de EVP-fractie wil, werden door de christen-democraat Martens naar het rijk der fabelen verwezen.

Het einde van de dominante rol van EVP met socialisten is een oude droom van de liberalen, die zich als derde fractie met 43 zetels dikwijls buiten spel gezet voelden door de twee reuzen die waarschijnlijk op 224 en 185 zetels komen. De leider van de Nederlandse VVD-delegatie, Wiebenga, hoopte gisteravond bovendien dat zijn fractie nog wat Europarlementariërs van andere partijen kan aantrekken en daardoor meer zetels kan halen. Teleurstelling was er bij de liberalen over de Duitse FDP, die de drempel van vijf procent van de stemmen niet haalde om in het parlement te komen. Maar dat kon VVD-Europarlementariër Plooij er niet van weerhouden om te zeggen: ,,Prodi kan bij het samenstellen van de nieuwe Europese Commissie de omvang van de liberale fractie niet ontkennen.''

De nieuwe Europese Commissie die in de komende weken moet wordt gevormd door de Italiaanse voorzitter Prodi, kan het bijzonder lastig krijgen met een parlement waarin socialisten meerderheden zoeken met onder anderen de Groenen. Die laatsten hebben de afgelopen jaren weinig scrupules getoond bij hun kritiek op de Commissie. De Nederlandse lijsttrekker van GroenLinks, Lagendijk, zei gisteravond: ,,Ik hoop dat het minder vanzelfsprekend wordt dat de socialisten met de EVP samenwerken.'' Hij vertrouwde erop dat dit tot meer democratie zal leiden.

Het nieuwe Europees Parlement krijgt veel meer macht dan het vertrekkende heeft gehad. Dat is het gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam vorige maand. Bij veel Europese wetgeving heeft het parlement evenveel te zeggen als de Raad van Ministers van de lidstaten van de Europese Unie. Desondanks is de belangstelling van de kiezers minimaal gebleken. In de meeste landen is de opkomst verder gedaald, nadat de verkiezingen van 1994 met gemiddeld 56,8 procent al als een dieptepunt werden beschouwd. Volgens de niet definitieve uitslagen kwam de opkomst gisteren op 47 procent. Absolute dieptepunten waren Groot-Brittannië met 24 procent en Nederland met 29,9 procent. Maar ook in Finland, dat als nieuw lid van de EU in 1996 voor het eerst stemde, zakte de opkomst van bijna 70 procent naar 46 procent. In België en Luxemburg, waar opkomst verplicht is, waren cijfers van omstreeks negentig procent.

Europarlementariërs verkondigden vannacht uiteenlopende theorieën over de afnemende belangstelling onder de bijna 300 miljoen kiezers. Velen veronderstelden dat kiezers in sommige zuidelijke lidstaten graag naar de stembus gaan omdat zij in een recent verleden nog dictaturen hebben gekend. In noordelijke lidstaten zou de democratie als gewoner worden ervaren. In zuidelijke lidstaten zou ook veel gestemd worden omdat daar veel geld uit Europese fondsen heen stroomt.

Er waren ook tal van theorieën over het aantrekkelijker maken van het parlement voor de kiezers. De kiezers moet beter duidelijk worden gemaakt wat Europarlementariërs doen, verkondigden Nederlandse Europarlementariërs als Lagendijk (GroenLinks), Maij (CDA), Van den Berg (PvdA), Wiebenga (VVD) en Van der Laan (D66) met grote eensgezindheid. Zij weigerden aan de nieuwe periode van het parlement te beginnen met de kwalificatie van ,,volksvertegenwoordigers zonder volk'', zoals een Duitse krant hen noemde.