Crash Schumacher zegen Hakkinen

Voor twee coureurs zag het leven er opeens stukken zonniger uit toen Michael Schumacher gisteren bij de Grote Prijs van Canada met grote vaart tegen een muur knalde en de race moest staken. De wedstrijd was bijna halverwege toen hij uitviel en veranderde daarna op slag van een tamelijk statische processie in één van de meest sensationele Formule I-races van het seizoen.

De ene coureur die direct van Schumacher's fout profiteerde was wereldkampioen Mika Hakkinen. De uitblinker van de McLaren/Mercedes-ploeg kwam naar Montreal met een achterstand van zes punten op de Duitser in het klassement om de wereldtitel. Toen Schumacher van het toneel verdween, greep Hakkinen onmiddellijk de koppositie om die tot het einde van de race niet meer los te laten. De Fin behaalde niet alleen zijn eerste overwinning in Canada, maar heroverde bovendien de eerste plaats in het klassement.

De andere was Eddie Irvine, Schumacher's ploeggenoot bij Ferrari. Hij speelt, ondanks zijn status als topcoureur, altijd tweede viool bij de Italiaanse renstal. Maar met Schumacher uit de strijd verviel voor de Noord-Ier de contractuele plicht om zijn teamgenoot te assisteren. Irvine kon zijn eigen gang gaan en greep zijn kans. Hij leefde zich uit bij een inhaalslag om van een achtste positie gestaag op te klimmen. Het leverde hem onwaarschijnlijk snelle rondetijden op en een derde plaats op het podium – na Fisichella van Benetton, die de hele race verrassend standhield binnen de top vijf.

De botsing van Schumacher, het keerpunt in de race, was de eerste grote fout van de Duitser in de zes wedstrijden van het Formule I-seizoen tot zover. In de laatste S-bocht van zijn dertigste ronde verloor de wereldkampioen van 1994 en 1995 de macht over het stuur en vloog hij op tegen een muur met de tekst 'Bienvenue au Québec'. Opmerkelijk genoeg trof twee andere voormalige wereldkampioenen hetzelfde lot: Damon Hill, kampioen in 1996, was Schumacher vijftien ronden voor; en Jacques Villeneuve, kampioen in 1997, knalde vijf ronden later tegen het welkomswoord op.

,,Ik ging een beetje over de lijn, raakte in het stof en verloor de macht over de auto,'' verklaarde Schumacher de veelgemaakte misser achteraf, toen hij laconiek grijnzend even zijn hoofd uit de zijkant van een Ferrari-bus stak. Hij had geprobeerd zijn ,,veiligheidsmarge'' op Hakkinen te vergroten, maar ,,duwde een klein beetje te hard.'' De Duitser, die de vorige twee keer won op het Circuit Gilles Villeneuve, haalde gisteren voor het eerst dit jaar de eindstreep niet.

Voor Hakkinen was het omgekeerde het geval. Hij moest in 1997 en 1998 met technische problemen opgeven. ,,Ik begon een negatief gevoel te krijgen over Canada, want er ging altijd wat fout. Nu vind ik het een fantastische plek,'' zei hij, uitgelaten. ,,Ik zag Michael uitvallen en ik wist niet precies wat er gebeurde.'' En lachend: ,,Maar voor mij was het heel goed.''

Evenals Hakkinen wond ook Irvine geen doekjes om de voordelen van het uitvallen van Schumacher. ,,Toen Michael uitviel, kon ik achter Mika aan gaan,'' aldus Irvine. De tweede man bij Ferrari lag op dat moment op een tweede plaats en het rijdersveld werd bij elkaar gedreven tijdens een paar langzame rondjes achter de veiligheidsauto na de crash van Villeneuve. Toen de race werd hervat bij ronde 40 probeerde David Coulthard (McLaren) hem in te halen. Ze kwamen met elkaar in aanraking en tolden van het circuit. Beiden sloten zich snel weer aan, Irvine als achtste en Coulthard als tiende.

Irvine wist wel raad met zijn plotselinge achterstand. De Noord-Ier, die zich na de `oersaaie' race in Spanje beklaagde over het gebrek aan inhalen bij Formule I, kreeg vleugels en stal de show met een reeks gewaagde inhaalmanoeuvres. In ronde 47 greep hij Pedro Diniz (Sauber). Een uitglijder van Alessandro Zanardi (Williams) leverde eveneens een plaats winst op. Aan het einde van ronde 53 ging Irvine Johnny Herbert (Stewart) voorbij door een hoekje over het gras af te snijden. Vijf ronden later haalde hij Ralf Schumacher (Williams) in.

,,Het was hier opwindender dan in Barcelona,'' zei Irvine, die zich opwerkte tot een vierde plaats. Hij zette de achtervolging in op Fisichella door drie ronden achter elkaar de snelste rondetijd te verbeteren. Maar de Benetton bleef in de tien overgebleven ronden buiten bereik. Toch bracht Irvine het tot een podiumpositie toen Heinz-Harald Frentzen (Jordan) drie ronden voor het einde een ernstige zwieper maakte en tegen een omheining vloog. De veiligheidsauto kwam opnieuw tevoorschijn en begeleidde de overgebleven wagens tot de eindstreep – een unicum in de geschiedenis van Formule I.

Hakkinen gaat in het puntenklassement aan de leiding met 34 punten. Schumacher is tweede met 30 punten, gevolgd door Irvine met 25 punten.