Biennale bekroont vooral jongeren en vrouwen

Zoals op veel biënnales en festivals worden er ook op de Biennale van Venetië prijzen uitgereikt. In het verleden werden die nooit erg serieus genomen. Een paar afleveringen geleden bijvoorbeeld ridiculiseerde de jury zichzelf door de prijs voor beeldhouwkunst aan twee fotografen toe te kennen en de prijs voor schilderkunst aan een beeldhouwer. Om de prijzen weer enig cachet te geven, werden twee jaar geleden de oeuvreprijzen ingesteld, die op deze, 48ste, Biennale zijn toegekend aan Bruce Nauman, het Amerikaanse voorbeeld van veel jongere kunstenaars, en aan Louise Bourgeois, de 88-jarige grande dame van de beeldende kunst, die haar werk ironisch genoeg moest exposeren in een zaaltje naast het overzicht van overleden kunstenaars dat Biennale-directeur Harald Szeemann had samengesteld.

De Biennale-organisatie mag de prijzen dan serieus willen nemen, de jury besloot Italië tot beste paviljoen te kiezen - precies het land dat geen eigen paviljoen tot zijn beschikking had. Omdat Szeemann de Aperto mede in het ruime Italiaanse paviljoen liet plaatsvinden werd besloten de vijf Italiaanse deelneemsters, wier werk over de Aperto was verspreid, het tot `paviljoen' uit te roepen. De prijs leek dan ook een geste naar het `dakloze' Italië, maar was in die vorm nutteloos: niemand begreep of de prijs een protest was tegen Szeemanns besluit, of juist bedoeld was als steun in zijn rug.

Voor dat laatste viel meer te zeggen, want de drie onderscheidingen voor beste kunstenaar werden toegekend in overeenstemming met Szeemanns filosofie. Voorafgaand aan deze Biennale had hij gepleit voor meer vrouwen en jongeren; zelf had hij bovendien een groot aantal Chinezen uitgenodigd. Precies bij die `groepen' kwamen de `best artist'-prijzen terecht: die gingen naar de Iraanse Shirin Neshat, de 31-jarige Amerikaan Doug Aitken en de Chinees Chai Guo-Qiang. De keuze mag daardoor braaf lijken, inhoudelijk valt er weinig op af te dingen. Chai is een van de interessantste Chinese kunstenaars van dit moment omdat hij erin slaagt met beelden die voortkomen uit de Chinese cultuur, werk te maken dat ook voor Westerse toeschouwers begrijpelijk en intrigerend is. In Venetië toont hij in een oude opslagplaatsen maar liefst 81 beelden, bijna een kopie van een beeldengroep die in de Chinese provincie Sichuan is te zien. Maar de groep is niet af; ter plaatse kan de toeschouwers zien hoe Chai en acht collega's de beelden verder opzetten, afmaken en uitbreiden.

Ook Shirin Neshat drukt de toeschouwer met de neus op de kloof tussen culturen. Op twee tegenover elkaar geplaatste videoschermen zijn een zanger en een zangeres te zien. Eerst zingt de man een hartverscheurend lied - zijn volledig mannelijke publiek klapt enthousiast. Dan mag de vrouw; zij ontpopt zich tot de Iraanse Greetje Bijma, zingend met veel stembuigingen; de man kijkt toe. Hoe dramatisch dat er ook uitziet, als Westers toeschouwer heb je het gevoel dat je van alles mist, al was het maar omdat er geen woord van te verstaan is.

De meest terechte bekroning is dan ook die voor Doug Aitken – zijn filminstallatie Electric Earth is een klein meesterwerk. Over acht grote schermen, verdeeld over vier donkere zalen, volgen we een jongeman die langzaam in de ban van de elektriciteit raakt. Eerst ligt hij op bed te zappen, we zien shots van een telefoon en de ruis op de televisie en horen de hoofdpersoon zeggen: I absorb the energy, like I eat it. En dat is precies wat er gebeurt: de jongen gaat de nachtelijke stad in en wordt langzaam `opgeladen'. Hij begint te trillen en te dansen als een breakdancer; we zien verkeersttorens draaien en wasmachines trillen en ondertussen klinken op de achtergrond stukken hiphop of gepiep van computers. Electric Earth bevat geen afgerond verhaal (hoewel de hoofdpersoon aan het einde pathetisch een tunnel inloopt), maar lijkt over de verhouding tussen mens en machine te gaan. En daarin slaagt Aitken glansrijk: als je naar buiten komt tintelt je lichaam bijna net zo als dat van die jongen gedaan moet hebben. En dat is precies het gevoel dat je op een Biennale wilt hebben.