Airbus groeit sneller dan Boeing

Het Europese Airbus verkoopt dit jaar waarschijnlijk meer vliegtuigen dan de grote Amerikaanse concurrent Boeing en zou daarmee dit jaar wereldmarktleider worden. Dat valt af te leiden uit uitspraken die Alan Mulally, president van Boeings commerciële vliegtuigbouw, en Airbus-topman Noël Forgeard gisteren deden op de eerste dag van de grote internationale luchtvaartshow op het Parijse Le Bourget.

Airbus en Boeing haalden vorig jaar op een sterke markt ieder orders binnen voor zo'n 550 vliegtuigen. Maar Mulally voorspelde dat Boeing in 1999 door de inzakkende markt niet meer dan 30 à 40 procent van dat aantal zal halen. Deze somberheid spoort met Boeings magere resultaten tot nu toe. Van 1 januari tot 1 juni dit jaar wist de Amerikaanse vliegtuigbouwer slechts 52 vliegtuigen te verkopen. Directeur Forgeard van Airbus zei naar aanleiding van Mulally's prognose: ,,Als wij op 40 procent van ons resultaat over 1998 zouden blijven steken, zou dat een verkoop dit jaar van ongeveer 220 vliegtuigen betekenen. Maar Airbus heeft sinds 1 januari al 190 toestellen verkocht, en we rekenen voor heel 1999 beslist op orders voor meer dan 300 toestellen.''

Boeing raakte in 1997 in problemen toen door een geforceerde poging de productie zeer snel op te voeren het productieapparaat min of meer uit de rails liep. Vorig jaar moest de Amerikaanse vliegtuigbouwer dan ook voor het eerst in zijn geschiedenis een fors verlies incasseren.

Maar de reeksen saneringen en herstructureringen beginnen nu, volgens Mulally, resultaat af te werpen. Het eerste kwartaal van dit jaar werd weer winst gemaakt en de operationele marge was met 3,9 procent bijna dubbel zo groot als verwacht. Ook worden de vliegtuigen nu weer op tijd afgeleverd. Dat mankeerde er in 1997 en 1998 nogal eens aan, wat Boeing grote boetes bezorgde. Ook de integratie van de in 1997 door Boeing overgenomen bedrijven Rockwell en McDonnell Douglas verliep niet vlekkeloos.

Hoewel Boeings verkopen dit jaar sterk tegenvallen, werden er door forse orders in de eerdere jaren negentig wel recordaantallen vliegtuigen afgeleverd: 564 in 1998 en 620 dit jaar, al rekenen de Amerikanen volgend jaar op een geleidelijke vermindering.

De Airbus-topman Forgeard zette zijn bedrijf en zichzelf een forse veer op de hoed nu het dit jaar waarschijnlijk met overtuiging wereldmarktleider wordt, maar waarschuwde tegelijk voor zelfvoldaanheid. Hij wees op Boeings come-back en op een aantal zwakten, die het Duits-Brits-Frans-Spaanse Airbus-consortium nog aankleven. Zo stagneert het overleg over de noodzakelijk geachte hervorming van Airbus van een losse `groupement d'intérêt économique' (GIE) tot een gewone particuliere beursgenoteerde onderneming sinds afgelopen herfst. Er rezen problemen bij de waardering van de bedrijven van de partners, vooral sinds het Franse Aerospatiale vorig jaar de eveneens Franse defensiefabrikant Matra overnam. De Fransen eisen nu dat een herstructurering van Airbus onderdeel moet zijn van een bredere herstructurering van zowel de Europese commerciële vliegtuigbouw als de militaire industrie.

De Europese ministers van transport zouden zich vandaag opnieuw over deze kwestie buigen. Toch wees Forgeard er op dat Airbus ook in zijn traditionele GIE-structuur grote vooruitgang heeft geboekt bij het verhogen van de efficiency. In 1993 werkten er 41.000 mensen bij Airbus, die per hoofd 213.000 dollar per jaar waarde toevoegden bij een omzet van 8,3 miljard dollar. Nu werken er 37.000 mensen die per hoofd 358.000 dollar voor het bedrijf verdienen, bij een omzet van 13,3 miljard dollar. ,,Dat is mooi'', aldus Forgeard, ,,maar als Airbus geen gewone NV wordt, wordt ons een mogelijkheid ontnomen om nog beter te worden.''

Nu de Duitse Airbus-partner Dasa eind vorige week de Spaanse partner Casa heeft geannexeerd, wordt de nieuwe combinatie met 42,5 procent de grootste aandeelhouder in Airbus, voor Aerospatiale met 37,9 procent en British Aerospace met 20 procent. Maar Forgeard ontkent dat dit praktische gevolgen voor Airbus zal hebben. Nu Boeing heeft besloten een 100-zitter — de B-717 — te lanceren, heeft Airbus zijn tegenhanger — de A-318 — gelanceerd. Volgens Forgeard wordt dit nieuwe toestel in Hamburg gebouwd bij Airbus-partner Dasa, maar staat Dasa als compensatie een deel van de productie van de iets grotere A-319 af aan Airbus-partner Aerospatiale in Toulouse. Over de ontwikkeling van een grote A3 XX voor 550 en meer passagiers bleef Forgeard optimistisch, maar een besluit over deze tegenhanger van Boeings aloude Jumbo B-747 wordt niet voor eind 2000 verwacht.