Zwalkend Moskou

HET TEMPO waarmee Rusland zich een plek in Kosovo probeert toe te eigenen, roept een historisch beeld op: de Russische en Amerikaanse soldaat die elkaar bij de Elbe, de rivier die later de grens van het IJzeren Gordijn zou worden, de hand reiken. De foto van deze ontmoeting is later de icoon geworden die de haast verzinnebeeldde waarmee de geallieerden in 1945 van beide kanten in Duitsland oprukten omdat ze elkaar geen millimeter ruimte gunden. Wat generaal Patton indertijd niet mocht – naar Praag doormarcheren – probeerden de Russen bijna 55 jaar na dato toch nog een keer, al was het maar omwille van de symboliek. Terwijl de NAVO haar stafkwartier pas vandaag in Priština zou nestelen, staken Russische militairen gisteren in tientallen voertuigen (de S uit SFOR overgeplakt met een de K van KFOR) de Bosnisch-Servische grens over, op weg naar de gedemilitariseerde zone tussen Kosovo en Servië.

Als deze bewegingen in gemeen overleg met de NAVO zouden hebben plaatsgehad, zou er niets aan de hand zijn. Maar alle geruststellende woorden uit Washington en Londen dat de Russen niet buiten de orde vallen ten spijt, was dat niet het geval. De besprekingen in Moskou over de samenwerking tussen de Russische en Westerse vredesmacht in Kosovo zijn gisteren niet voor niets stilgevallen, zoals het ook geen toeval was dat de Amerikaanse onderminister Strobe Talbott zijn vliegtuig uit Moskou halverwege liet omkeren voor onmiddellijke hervatting van zijn overleg met minister Igor Ivanov van Buitenlandse Zaken.

WANT ER ZIJN politieke doelstellingen in het spel, doelstellingen die misschien wel meer te maken hebben met het primaat van de binnenlandse politiek in Rusland dan met buitenlands beleid in geopolitieke zin.

Ruim een week geleden leek het er op dat de Russen waren teruggekeerd in het internationale orkest. Dat was te danken aan de Russische gezant Tsjernomyrdin die, samen met de Finse president Ahtisaari, de Joegoslavische president Miloševic een akkoord wist te laten ondertekenen. Tsjernomyrdin – door het Westen aanvankelijk bejegend met een scepsis die naar cynisme neigde – wekte de indruk dat hij Rusland in opdracht van Jeltsin weer gezicht moest geven. Daarvoor had Jeltsin echter ook binnenlandse redenen. Ten eerste was zijn regering zo overdonderd door het begin van de bombardementen dat ze in de eerste weken slechts verlamd en agressief reageerde. Daaraan moest een einde komen. Ten tweede kon Rusland, met zijn substantiële islamitische bevolkingsgroep van tegen de twintig procent, niet blijven tamboereren op de `Slavische broederschap'. De subtiele signalen van bijvoorbeeld president Sjamijev van Tatarstan misten hun uitwerking met name op de Russische (staats)media niet. En ten derde bood de presidentiële bemiddeling het Kremlin een uitgelezen kans om in eigen huis de kaarten opnieuw te schudden. Premier Primakov, die uit woede over de NAVO-acties een afspraak met het IMF over de broodnodige leningen had afgeblazen, kon geruisloos geloosd worden ten gunste van generaal Stepasjin. Deze kreeg vervolgens te verstaan dat de regering niet meer autonoom mocht opereren, maar weer door het presidentiële apparaat gestuurd zou worden.

Vooral die laatste machtsgreep van het Kremlin heeft de politieke verhoudingen in Rusland danig vertroebeld. Door het ontslag van Primakov is de strijd om de politieke en dus economische macht in Rusland weer losgebarsten. Iedereen mengt zich daarin. De tycoon Berezovski heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om zijn invloed in het Kremlin, waar hij tot de financiële crisis van vorig jaar vrijelijk de belangen van de familie-Jeltsin kon behartigen, te herstellen. Zijn tegenstanders onder de zogeheten `oligarchen', verenigd in een factie rond voormalig vice-premier Tsjoebais, hebben de handschoen meteen opgepakt voor een tegenaanval. Alle andere partijen, die zich net als de oligarchen op weinig anders voorbereiden dan op de presidentsverkiezingen van juni 2000, zoeken eveneens een springplank om hun politieke en economische posities veilig te stellen.

DAT VACUÜM heeft de militairen, voor wie de NAVO-oorlog om Kosovo een slag in het gezicht was, nu ongekende kansen geboden. Sinds een week hebben zij het initiatief naar zich toe getrokken: in de retoriek omdat zij niet als ,,bedelaars'' door het Westen willen worden weggezet, in de praktijk omdat hun militair-industriële complex juist nu een krachtige impuls kan afdwingen. Het gezicht van generaal Leonid Ivasjov, die Tsjernomyrdin als `expert' naar Belgrado vergezelde, sprak vorige week bij terugkeer in Moskou al boekdelen. Sindsdien laat Ivasjov geen dag voorbij gaan om van zich te laten horen. Met name het vaste voornemen van het Westen om de Russische troepenmacht in Kosovo te domineren en haar daar geen eigen commando-zone te gunnen, is voor de Russen onaanvaardbaar. Met zijn opmerking eergisteren dat de betrekkingen met de NAVO ,,bevroren'' zijn, heeft president Jeltsin laten blijken dat hij heen en weer zwalkt tussen zijn trouwe dienaar Tsjernomyrdin, Berezovski of zijn concurrenten en ook de generaals. Elke dag kunnen de posities in Moskou immers veranderen.

DE CHAOTISCHE TAFERELEN gisteren in Joegoslavië zijn vooral het gevolg van dit gebrek aan koers in Rusland. De meeste facties binnen de Russische leiding ergeren zich wild aan de hooghartige houding van het Westen, maar velen moeten tegelijkertijd erkennen dat Moskou zonder Westers geld niet in staat is de financiële crisis in eigen huis nog enigszins onder controle te houden.

Deze dubbelzinnigheid maakt Rusland tot een onvoorspelbare partner, zeker op de Balkan, waar realisme en emotionaliteit toch al om de voorrang strijden. De NAVO, donderdag nog zichtbaar tevreden over haar ,,succes'' in Kosovo, moet nu zeer behoedzaam opereren. En dat is heel veel gevraagd.