Ziek is ziek

Een voorbeeld. Op een basisschool werkt een echtpaar. Hij is directeur, zij adjunct. Een rolbevestigende functieverdeling, zoals u ziet, maar daar kan ik ook niets aan doen. Dat echtpaar kan het niet langer met elkaar vinden. Thuis, noch op de werkvloer. Hij verlaat de echtelijke woning, zij de echtelijke school en meldt zich ziek.

Er zijn allerlei relationele en andere problemen die maken dat mensen hun werk op een bepaalde plek niet langer kunnen voortzetten. In het onderwijs zijn om die reden in het verleden talloze mensen afgekeurd. Dat heette situationele arbeidsongeschiktheid. Het voordeel van dit nadeel was dat daarmee een bijdrage werd geleverd aan de bestrijding van de werkloosheid. Zoals overal elders gold namelijk ook voor onderwijs dat wao en ww vaten waren die met elkaar communiceerden in die zin dat als het een steeg het andere daalde.

Ook ziekte was in het onderwijs nooit een probleem omdat het niet moeilijk was een vervanger te vinden. Omdat die in de regel ook nog jong en enthousiast was, zat niemand te wachten op de terugkeer van de uitgebluste collega.

Inmiddels is er iets veranderd: net als elders is ook in het onderwijs niet langer sprake van een algemeen structureel overschot aan personeel. Dit maakt het wenselijk de labels ziekte en afkeuring weer te reserveren voor die gevallen waar ze oorspronkelijk voor bedoeld waren. Dat is niet eenvoudig, want het onderwijs is 15 jaar lang gewend geweest leraren te beschouwen als wegwerpartikelen die je verving zodra sprake was van verminderd functioneren.

De toegenomen schaarste betekent dat in geval van ziekte klassen moeten worden samengevoegd of lessen komen te vervallen, en heeft dus steeds meer een nadelig effect op het functioneren van de school. Ziekte moet dus worden teruggedrongen en het eerste waar je dan aan denkt zijn die ziekten die geen ziekten zijn.

Het aan de orde stellen van ziekte is een riskante zaak zo hebben de wederwaardigheden van Den Uyl met zijn Ziektewet ons allen geleerd. Ziek is ziek, punt uit. Maar ziek is vaak helemaal niet ziek, maar de uiting van ontevredenheid, de reactie op een conflict of een vorm van chantage zoals bij de leraar die na de zomervakantie wordt geconfronteerd met een hem onwelgevallig rooster en zijn directeur dreigend voorhoudt dat hij daar wel eens behoorlijk burned out van kan raken. En warempel, nog geen twee weken later meldt hij zich ziek.

Ander voorbeeld: ik adviseer de directeur van een school een leraar aan te spreken op zijn onwil bepaalde taken uit te voeren, maar die directeur piekert daar niet over: Ik weet wat er gebeurt als ik dat doe, dan meldt hij zich morgen ziek en dan ben ik nog verder van huis.

En wat voor de een ziek is, is voor de ander geen reden om thuis te blijven. Hoewel we dit allemaal weten en ons er ook aan ergeren, hebben we het zo gelaten uit angst voor de consequenties. Want nog steeds wordt ons denken over dit soort aangelegenheden beheerst door de spookbeelden van Albert Hahn.

Als ik de signalen van de tijdgeest goed versta, zal dit niet lang meer zo blijven. Ik zie dat er op veel scholen ergernis bestaat over het wegblijven van collega's. Dit is temeer begrijpelijk omdat het hier gaat om een sector die traditioneel wordt gekenmerkt door een hoog arbeidsethos. Daardoor is het kortdurende verzuim er altijd relatief laag geweest. Dat lijkt te veranderen en wordt des te meer een probleem omdat, nu geen vervangers meer zijn te vinden, het wegblijven van de één een extra belasting betekent voor de ander.