Verdachte cokekartel Suriname weer vrij

De Haagse rechtbank heeft gisteren de voorlopige hechtenis van de van drugshandel verdachte Surinaamse topmilitair Marcel Zeeuw opgeheven. De rechtbank vond het door het Haagse openbaar ministerie verzamelde bewijsmateriaal ,,te mager'' om verdere gevangenhouding te rechtvaardigen.

De toezegging van officier van justitie E. Harderwijk dat het OM binnen drie maanden mogelijk met ,,doorslaggevend materiaal'' komt over de verdenkingen tegen Zeeuw was voor de rechtbank niet voldoende. Zeeuw wordt verdacht van lidmaatschap van het Suri-drugskartel en betrokkenheid bij twee drugstransporten van in totaal 500 kilo die in 1998 in Friesland zijn onderschept. Hij werd aangehouden in februari toen hij in Nederland was om een ontlastende getuigenverklaring af te leggen over de verdenkingen tegen ex-legerleider D. Bouterse.

De strafzaak tegen Zeeuw zal in principe in september worden behandeld. De kans dat Zeeuw teruggaat naar Suriname en niet meer terugkeert voor zijn strafzaak is volgens de rechtbank reëel. De drugstransporten die Zeeuw zou hebben georganiseerd zijn overigens van een andere aard dan de transporten die Bouterse worden verweten.

De vrijlating is een tegenslag voor het OM. Er zitten in het dossier Bouterse verscheidene verklaringen van getuigen over de betrokkenheid van Zeeuw bij drugshandel. Justitie hoopte dat Zeeuw bereid zou zijn verklaringen af te leggen over Bouterse. Zeeuw heeft zich echter steeds beroepen op zijn zwijgrecht als verdachte.