TWEE PLASMABUNDELS WERDEN IN 1987 UIT SUPERNOVA GESCHOTEN

In februari 1987 vlamde in de Grote Magelhaense Wolk, een zeer nabije buur van ons melkwegstelsel, een ster op die zo helder werd dat hij gemakkelijk met het blote oog kon worden gezien. Een onopvallende ster was aan het einde van zijn bestaan geëxplodeerd en had zo nog één keer de aandacht getrokken. Een maand later ontdekten astronomen in Harvard (VS) vlak bij deze supernova een helder object dat er met grote snelheid vandaan leek te vliegen. Dit object werd daarna ook door enkele anderen gezien, maar drie maanden later was het verdwenen en begonnen sommigen zich af te vragen of het wel een echt object was geweest en geen instrumenteel effect.

Die twijfel was niet ongegrond, omdat het object eertijds op slechts een tiende boogseconde naast de veel helderder supernova stond en alleen met behulp van speciale waarnemingstechnieken aan het licht kon worden gebracht. Twee van de vier ontdekkers hebben hun oorspronkelijke waarnemingen daarom opnieuw bewerkt, gebruikmakend van de inmiddels sterk verbeterde beeldbewerkingstechnieken. In de Astrophysical Journal Letters van 10 juni melden zij dat het mysterieuze object nu niet alleen veel beter en onomstotelijk zichtbaar is, maar dat aan precies de andere kant van de supernova eenzelfde soort object blijkt te staan, zij het op grotere afstand.

Deze configuratie suggereert dat er tijdens de supernova-explosie naar weerszijden van de ster materie werd weggestoten. De richting waarin dat gebeurde blijkt vrijwel samen te vallen met de rotatieas van de exploderende ster. De twee astronomen opperen dat het hier mogelijk ging om twee plasmabundels, die dan met snelheden van ongeveer 80 procent van die van het licht uit de haard van de explosie werden weggeschoten. Zulke extreem snel bewegende bundels veroorzaken relativistische effecten en worden daarom relativistische bundels genoemd.

Het is nu voor het eerst dat men zulke bundels bij een supernova heeft waargenomen. Mogelijk is er zelfs een link gevonden met de intrigerende `gammaflitsers': objecten in verre sterrenstelsels die op onvoorspelbare momenten een gigantische stoot gammastraling uitzenden. Sommige astronomen hebben onlangs geopperd dat op zijn minst enkele van deze flitsen afkomstig zouden kunnen zijn van supernova-explosies. De hierbij vrijkomende energie zou dan niet in alle richtingen worden uitgezonden, maar geconcentreerd zijn in twee bundels waarvan er één toevallig in de richting van de aarde wijst. Mogelijk produceerde de supernova van 1987 ook een gammaflits, maar werd die niet gezien doordat de bundel niet naar de aarde was gericht.

(George Beekman)