Szeemann toont klassiekers en nieuwkomers

De Zwitserse tentoonstellingsmaker Harald Szeemann, dit jaar voor het eerst directeur van de Biennale, is een oude rot in zijn vak. Al in 1969 maakte hij When attitude becomes form, de eerste nu klassieke tentoonstelling met conceptuele kunst. In het laatste nummer van het kunsttijdschrift Artforum wordt Szeemann daarom de `grand old man' van het tentoonstellingsmaken genoemd en Rudi Fuchs benoemd tot een van zijn `zonen'. Maar waar Fuchs zich al enige tijd in het bastion van de schilderkunst heeft teruggetrokken blijft Szeeman, die er met zijn rijzige gestalte en dikke baard uitziet als de heilige Christophorus die de hele kunstwereld op zijn nek draagt, met een open blik nieuwe ontwikkeling tonen. Alleen daarom al was het een uitstekende keuze van de Biennale-organisatie om Szeemann aan te stellen: zowel de landententoonstelling als de Aperto zijn de beste in jaren.

Dat komt ook doordat Szeemann niet aan thema's of specials doet – hij toont alle soorten kunst en kunstenaars door elkaar en brengt daar ondertussen subtiel een paar referentiepunten in aan. In het Italiaanse paviljoen, waar een deel van de Aperto is te zien, zijn bijvoorbeeld vijf zalen ingericht met werk van volgens Szeemann invloedrijke kunstenaars die de afgelopen jaren zijn overleden: Dieter Roth, Martin Kippenberger, Gino De Dominicis, Mario Schifano en James Lee Byars. Ook zijn een aantal kunstenaars die hij als moderne `ijkpunten' beschouwt met een belangrijk werk vertegenwoordigd: Sigmar Polke bijvoorbeeld, hangt met zijn schilderij Mariaverschijning tussen een aantal jonge Chinese collega's. En de Duitse Katherina Fritsch toont haar prachtige Rattenkoning. Deze beeldengroep bestaat uit 16 zwarte ratten van bijna drie meter hoog, die de toeschouwer vanuit een cirkel dreigend aanstaren. Pas als de toeschouwer tussen de beesten door in het midden van de cirkel kijkt, ziet hij dat de staarten van de ratten onlosmakelijk met elkaar verknoopt zijn – dreiging wordt angst, kracht wordt machteloosheid.

Zeker zo goed is het werk van Bruce Nauman, de Amerikaanse Godfather die wordt getoond in de Corderia, de oude scheepsloods waarin ook diverse jonge kunstenaars exposeren, die aan hem schatplichtig zijn. Zelf komt Nauman met Poke in the Eye/Nose/Ear, een film uit 1994 waarin alleen zijn gezicht is te zien, geprojecteerd op een scherm van drie bij vijf meter. De camera draait langzaam om zijn neus, ogen, oren. Af en toe, uit het niets, verschijnt een hand in beeld en verdwijnt er een vinger langzaam in een oog of oor. Door de vertraagde manier van afspelen hebben die handelingen iedere keer de impact van een bominslag – waar nog bij komt dat Nauman de vinger angstaanjagend diep in de openingen laat verdwijnen.

Om deze `moderne klassiekers' heen heeft Szeemann een groot aantal jongeren verzameld. Daar zitten household names tussen als Douglas Gordon als Pipilotti Rist (allebei met opvallend goed nieuw werk), maar ook een groot contingent aan Chinezen – zeker twintig. Sommigen van hen, zoals de schilders Fang Lijun en Yue Minjun zijn in Nederland al regelmatig te zien geweest, de meeste anderen zijn in Europa zo goed als onbekend.

Volgens Szeemann, in het eerder genoemde Artforum-artikel, is de hedendaagse kunst uit China zeker zo goed als die uit het Westen, maar de kunstenaars die hij nu laat zien zijn nogal wisselend van niveau. Degene die het meeste opvalt is Zhang Huan (1965) die foto's laat zien en een compilatievideo van zijn performances. In die performances betoont hij zich een oosterse kruising tussen Bruce Nauman en Marina Abramovic – het is kunst die vooral op het testen van het eigen lichaam is gefixeerd. Zo ging Zhang in 1994 een uur lang in een van de smerigste wc's van Peking zitten, zijn lichaam ingesmeerd met een mengsel van honing en visolie, waardoor de vliegen bezit van hem namen. Ook liet hij zichzelf in datzelfde jaar in kettingen aan een plafond takelen, om vervolgens zijn eigen bloed via een infuus op een hete metalen plaat te laten druppelen. Of zulk werk meer doet dan appelleren aan de sensatie- en horrorgevoelens van de toeschouwer is de vraag. Aan de andere kant: Marina Abramovic is daar wereldberoemd mee geworden.