Stroombedrijf krijgt snelle jongens in de dealingroom

De traditionele stroombedrijven zullen zich naast productie en distributie ook op de handel moeten storten. Alleen zo kunnen zij hun positie handhaven. Zo'n strategie kost wel veel geld. En de risico's kunnen enorm zijn.

Dealingrooms, derivaten, `snelle jongens met rode bretels'. Het zijn de termen die tot voor kort uitsluitend met banken en effectenhuizen geassocieerd werden. Maar zelfs de oude, saaie, electriciteitsbedrijven, voor een groot deel nog in handen van de overheid, zullen er aan moeten geloven.

Dat is althans de visie van electriciteit-experts Erik Esseling en Fridus Jonkman van adviesbureau Ernst & Young. Zij vinden dat Nederlandse stroomproducenten- en distributeurs als EZH, Epon of ENW met volle kracht moeten gaan inzetten op stroomhandel. Als ze tenminste geen marginaal bestaan willen gaan leiden. Hun adviezen hebben echter iets paradoxaals. De adviseurs zijn zich er ten volle van bewust dat grote financiële ongelukken ,,onvermijdelijk'' het gevolg zullen zijn van de nieuwe handelsactiviteiten. Zelfs als de door hen gepropageerde risisco-beheersingssystemen onverkort ingevoerd worden.

Voor de electriciteitssector in Nederland gaat een nieuwe wereld open, zoveel is zeker. Geïnitieerd door Brussel, heeft Nederland onlangs de stroomsector geliberaliseerd. De meeste gemeentelijke en provinciale overheden hebben vervolgens besloten om de uiterste consequentie te trekken: ze verkopen hun belangen in de electriciteitsbedrijven. De verkoop van het Utrechtse en Noordhollandse Una aan Reliant Energy uit Texas voor 4,5 miljard gulden twee maanden geleden is hiervan het eerste voorbeeld. Anderen zullen volgen.

Vrije markt betekent: commerciële partijen, handel, en prijsvorming op een beurs. Zoals de APX in Amsterdam die vorige maand van start ging. Esseling toont een sheet van de geschiedenis van het Amerikaanse energiebedrijf Enron dat zich bij de liberalisering van de gasmarkt vol in de gashandel stortte, en in de competitie met andere voormalige nutsbedrijven er als overwinnaar uitkwam. Zij die achterbleven moesten het bekopen met sterk terugvallende resultaten en daaropvolgende faillisementen. Gas- en electriciteitsbedrijven in de Verenigde Staten die de liberalisering overleefden richten zich thans veel minder op de fysieke levering van energie. Een groot deel van het resultaat, bij sommigen zelfs de overgrote meerderheid, is afkomstig uit de handel in contracten, het afdekken van risico's, of het schrijven van opties. Activiteiten die veel hogere rendementen behalen dan de daadwerkelijke productie of levering van energie. Zo kan een aluminimumprijs-producent stroomleverantie afspreken tegen een prijs die afhankelijk is gesteld van de prijs van aluminimum. De producent loopt daarmee dus minder risico, maar betaalt daarvoor wel een prijs aan een energiehandelaar als Enron die zelf als tegenpartij optreedt of daarvoor iemand anders zoekt.

Esseling en Jonkman achten dit scenario ook van toepassing op de Nederlandse stroomsector, alleen constateren ze op basis van een eigen enquête dat de bedrijven er nog lang niet klaar voor zijn. ,,Ze staan nog slechts aan het begin van het proces. Er is bijvoorbeeld nog nergens een apparte verlies- en winstrekening voor handelsactiviteiten'', zegt Jonkman. De top van die bedrijven richt zich nog voornamelijk op schaalvergroting en de daaruit voortvloeiende saneringen. Jonkman: ,,De handelsactiviteiten zouden echter apart gezet moeten worden. Je hebt een ander soort mensen nodig, jongens met rode bretels zoals je ze bij banken aantreft. Met eigen regels, anders dan die gelden voor de duizenden overige werknemers die het bedrijf nu nog in dienst heeft. En als je niet opschiet ben je te laat ten opzichte van de buitenlandse concurrentie.''

De investeringen in trade-systemen zijn hoog, waarschuwen Esseling en Jonkman. Maar handel vergt bovendien een hele nieuwe manier van risicobeheer. ,,Je loopt gigantische risico's als je besluit actief te worden in de handel, zegt Esseling: ,,Je hoeft alleen maar een winter verkeerd in te schatten, en het kan je honderden miljoenen kosten.'' Informatiesystemen die die risico's beter in de hand moeten houden, betekenen eveneens miljoeneninvesteringen.

En dan spreken we nog niet over de prijs die de `jongens met rode bretels' vragen. In de Verenigde Staten is de naam Enron heel ,,sexy''. Maar het is de vraag wat optiegenieën in Nederland kiezen: Goldman Sachs, ING of Una?

En dan nog. Financiële ongelukken zijn onafwendbaar, zoals in de bankenwereld met veel meer expertise, zichtbaar is. ,,Je zou kunnen zeggen dat het erbij hoort,'' aldus Esseling. Natuurlijk zijn er risco's binnen het bedrijf zoals een Nick Leeson die de regels overtreedt en een bedrijf meesleept in een bankroet of een lid van de raad van bestuur die verkeerde beslissingen neemt. ,,Maar er zijn ook eventualiteiten van buitenaf mogelijk'', zegt Esseling: ,,Bijvoorbeeld als een deel van de productiecapaciteit plotseling uitvalt en de schaarste de prijzen enorm opvoert. Dan kun je wel al je risico's hebben afgedekt, maar dan moet je als producent op de markt ineens hele dure stroom inkopen om aan je verplichtingen te voldoen.''

Wat de gevolgen van de onvermijdelijke financiële ongelukken zijn, is niet duidelijk. Voor de grootverbruikers is de liberale markt reeds begonnen, middelgrote gebruikers volgen snel. Pas in 2007 volgt de kleine concsument, die dan zelf een keuze tussen leveranciers mag maken. Tot zolang worden ze `beschermd' door een maximumtarief, maar blijven ze wel afhankelijk van hun oude vertrouwde stroomleverancier. Als er in die tussenperiode in de stroomhandel ongelukken gebeuren en de producent valt om, zal de kleine consument daar dan voor gaan bloeden? ,,Daarvoor is niets geregeld,'' geeft Jonkman toe: ,,Als er in die periode een grote blunder plaatsvindt zal de discussie daarover pas beginnen.''