Sprookjesretoriek

Wielrenners zijn als pedofielen: ze willen wel van het spul af, maar het lukt ze niet. De verleiding is te groot, het afzien te zwaar. Een Giro of een Tour rijden is inderdaad geen uitstapje naar Walibi. Het is een slopende onderneming met heroïsche en dus grensverleggende pretenties. Niet de renners zoeken de roes van het comateuze lijden, de sponsors, de media en de valse chic die zich sportminded noemt, willen almaar hoger en grootser in hun sensatielust. Of het voor het peloton draaglijk is, maakt niet uit. Het misbaar over doping in de wielersport is ook daarom zo hypocriet - het vergist zich in dader en slachtoffer.

Het is volstrekt onbegrijpelijk dat de ontmaskerde helden blijven vluchten in de retoriek van het sprookje. Marco Pantani was de laatste. Natuurlijk hield hij zijn onschuld staande. Hij zei het met een fantastisch gevoel voor drama: 'Ik voel me alsof ik overreden werd door een bus. Als een van de weinige toprenners ter wereld heb ik niet eens een preparatore. Ik voel me verslagen, maar ik weet niet door wie. Er gebeurde iets wat ikzelf noch de mensen om me heen begrijpen.' De slotzinnen van de gekwelde kampioen waren nog mooier: 'Het enige wat ik voorlopig wil, is denken. Over alles en nog wat. Tot ik er uit geraak. Dan kom ik terug.'

Dat denken van Il Piarata intrigeert mij nog het meest. Wat zou er nu door het hoofd van de rasklimmer heen en weer flitsen? Wellicht gaan zijn gedachten eerst naar zijn moeder die hem twaalf jaar geleden nog gesmeekt had met een kermisattractie - botsauto's? - door het land te reizen, in plaats van op zo'n achterlijke fiets met een krom stuur te kruipen. Of was het zijn zusje die hem op een weemoedige avond had gezegd: 'Marco, het peloton is voor beesten, niet voor mensen'? Zal hij misschien nog een keer met een milde glimlach terugdenken aan zijn schitterende Tour de France van vorig jaar toen een van de Deense bloemenmeisjes hem in het oor fluisterde dat zij in het nabije plattelandshotelletje een hometrainer had staan?

Zijn gedachten zullen de komende dagen en weken zeker niet uitgaan naar het vreemdsoortige infuus dat hem in de Giro de das om heeft gedaan. Infusen zijn hem zo vertrouwd als spaghetti, daar moet dus niet lang over nagedacht worden. Zoals alle renners is Pantani een volleerd medicijnman. EPO, intralipid, amfetamines, testosteron, anabolen, hoestdrankjes, geen spuit, poeder of pil of hij weet er de wetenschappelijke naam van. Renners grossieren nog meer in bijsluiters dan in bloemstukken.

Ach, natuurlijk was Marco Pantani een beetje in de war, toen hij deze week dreigde te stoppen met wielrennen. Hij rijdt in het najaar lekker de Vuelta, is het niet voor de eer dan is het wel voor het geld. Zo willen het ook de tifosi, die hem onverminderd blijven aanbidden. Deze week pleegde een fan van Lazio Roma zelfmoord omdat zijn geliefde club wereldspits Vieri had getransfereerd naar Inter Milaan. Als Pantani morgen zijn afscheid zou aankondigen, houden de doodgravers van Cesenatico het niet meer bij. Heldenlevens grijpen diep in in gewone levens.

Er wordt onverminderd gerommeld met het bloed van topsporters. Niet alleen Pantani, het hele peloton hangt na elke etappe aan het infuus.

Nou én?

Jean-Marie Leblanc - de jezuïet van het cyclisme - dreigde begin dit jaar elke wielerploeg die door dopingpraktijken in opspraak zou komen uit de Tour te weren. Mocht hij zijn ethisch dictaat handhaven dan betekent dit dat het Franse Cofidis van Frank Vandenbroucke het kan schudden. Ik ken er die zich voor minder gekrenkte nationale trots in een Boerenkrijg hebben gestort.

Niet dat hij zo'n groot hart voor de sport had, maar als Fré Meis nog had geleefd, werden alle fietsen met een versnellingsbak van nu tot in het jaar 2010 van de weg gestaakt. En niemand die ongelukkig zou zijn.