Scheiding van urine en keutels

Een lopende band die urine en keutels scheidt kan het mestprobleem makkelijk oplossen, aldus werktuigbouwkundige Aad van der Wijngaart. Het systeem draait proef op een boerderij in Azewijn.

Varkensfokker Bennie Weijers uit Azewijn heeft een oude en een nieuwe varkensstal. In de oude hokken beneemt de afschuwelijke ammoniakstank je meteen de adem. Een enkele minuut wil je nog wel blijven kijken naar staartloze biggetjes die tegen elkaar aan schurken, maar dan wil je toch zo gauw mogelijk weg, terug naar de gang van de stal.

In de nieuwe varkenshokken is een kwartier zo om. Je kunt er gewoon ademhalen. Het ruikt er naar biggen en voer. De biggetjes zitten met zijn dertigen in een hok. De vloer vóór in het hok is van beton, achter in het hok liggen ijzeren roosters. De biggen lijken een natuurlijke schaamte te hebben want alleen de achterste hoeken op de roosters, ver van de betonnen ligplaats, gebruiken ze om zich te ontlasten.

Het geheim van de nieuwe varkenshokken is een kunststof mestband onder de roosters. Op de schuin gemonteerde band blijven de stevige, donkerbruine varkenskeutels liggen, terwijl de urine via een gleuf aan de onderste zijkant naar beneden glijdt, naar een opslagplaats buiten. Elke twee uur gaat de band automatisch lopen om de achtergebleven keutels naar een tweede mestopslagplaats te brengen. Zo krijgen de enzymen uit de vaste mest geen kans om de stikstofverbindingen uit de urine om te zetten in ammoniak. ``Het ammoniakprobleem is met dit systeem opgelost'', zegt Aad van der Wijngaart van ingenieursbureau v.d. Wijngaart's engineering services uit Prinsenbeek tevreden. ``In de varkenshokken is de lucht nu schoon. Beter voor de varkens en voor de mensen.''

VASTE MEST

Ammoniak in het milieu is een van de problemen die de varkenshouderij veroorzaakt. Tot voor kort was er niet echt een oplossing voor, want bij de mestverwerking wordt de vaste mest nog altijd samen opgevangen met de urine, waardoor zich in de stal nog steeds ammoniak vormt. Uit het experiment van Van der Wijngaart, en ook uit een experiment van het Instituut voor Milieu- en agrotechniek (IMAG-DLO) bij Bantham in Arnhem blijkt met mestscheiding ammoniakvorming vrijwel geheel te voorkomen.

Van der Wijngaart wil bij varkenshouder Weijers nog een tweede probleem oplossen: de vorming van nitraat in het grondwater. Nitraat wordt gevormd doordat de stikstofrijke urine die de boeren op bouwland uitrijden, uitspoelt naar het grondwater.

Op het bedrijf van Bennie Weijers lopen we naar een nieuw, nog leeg schuurtje. Daar komt binnenkort een waterzuiveringsinstallatie waarin de varkensurine wordt gezuiverd door bacteriën die schadelijke stikstofverbindingen omzetten in het onschadelijke luchtbestanddeel stikstofgas. ``Urine moet je niet zien als afval'', zegt de gedreven ingenieur. ``Urine is water met stikstof. Na zuivering kun je het water gebruiken om het land te beregenen. Met een deel van de urine kun je bovendien een vijver bemesten waarin je eiwitrijke algen laat groeien.''

Ook de fosfaatrijke keutels definieert Van der Wijngaart liever als grondstof dan als mest. De journalist krijgt een zakje in de hand gedrukt met reukloze, grijsgroene, kristalachtige mineralenbolletjes. Ooit zaten de bestanddelen ervan in varkenskeutels, afkomstig van een bedrijf in Brabant. Van der Wijngaart vergistte en verbrandde de vaste mest en mengde de as vol mineralen met glas. ``Voor deze mineralenbolletjes is een markt'', verzekert hij. ``Er zit geen stikstof in; stikstof zit alleen in de urine. Wel zitten er behalve mineralen als kalium en fosfaat sporenelementen in, zoals magnesium en lithium. Omdat sporenelementen niet in kunstmest zitten, dreigen mensen hieraan een tekort te krijgen.'' Het glas zorgt ervoor dat de mineralen langzaam vrijkomen in de bodem waardoor zich minder mineralen ophopen. En bij de vergisting van de mest komt methaangas vrij, dat om te zetten is in warmte en elektriciteit.

Van der Wijngaart was jarenlang werktuigbouwkundige, gespecialiseerd in ondermeer spuitmachines voor de auto-industrie. Tot voor kort was hij dus een buitenstaander in de landbouwwereld. Die betrekkelijke onbekendheid met de sector belet hem echter niet om flink te lobbyen voor zijn nieuwe mestverwerkingstechniek. Hij bezocht leden van de Tweede Kamer, vooraanstaande varkenshouders en onderzoeksinstituten. ``Het ontwikkelen van zo'n systeem voor mestscheiding en verwerking kostte me twee à drie jaar'', vertelt hij in de auto. ``Maar vervolgens duurt het jaren voor mensen je ideeën overnemen. De landbouwwereld is behoudend. Men gelooft niet dat zo'n mestband werkt of men denkt: ach ja, dat is toch toekomstmuziek.''

In een café bij Doetinchem pakt hij er een futuristisch aandoende maquette bij van een varkensstal. Het lijkt op lego: onderdelen zijn flexibel aan te bouwen of eraf te halen. Belangrijkste legosteen is een langwerpige, lichtgewicht koker waarin de varkenshouder de vloer – bijvoorbeeld geschikt voor biggenhuisvesting – naar believen kan vervangen door een andere vloer, bijvoorbeeld geschikt voor vleesvarkens. De varkenshouder kan de vloer met varkens en al uit de koker rijden naar een eveneens verrijdbare hal, waar hij ze kan controleren. De vloer met varkens kan van daaruit weer in een vrachtwagen worden geschoven om naar de slachterij te gaan. De varkens hoeven niet te worden opgejaagd en de kans op ziekteverspreiding is gering. ``Je kunt de kokers ook boven op elkaar zetten'', schetst Van der Wijngaart. ``Dat bespaart ruimte.''

Begin dit jaar, toen het idee van zo'n flexibele `varkensflat' opdook in een rapport van een aantal Wageningse onderzoekers, lieten vertegenwoordigers van de milieubeweging zich er kritisch over uit. De burger zou varkensflats niet accepteren. Van der Wijngaart is daar niet zo bang voor. ``Je moet niet dertien hoog bouwen, maar twee verdiepingen kan wel. En de stal moet je dan diervriendelijk inrichten. Je kunt de vloeren voorzien van stro en je kunt bovenin ramen zetten, zodat de varkens ook buitenlucht en daglicht kunnen krijgen.''

TUINBOUWKAS

Op de maquette is naast de varkensstal een tuinbouwkas gebouwd. Ook de tuinbouwkas is er eentje van de volgende eeuw. Die heeft niet de gebruikelijke ramen om een goede ventilatie te garanderen, maar een warmte-koude-buffer onder de bodem. Tussen de kas en de stal is een nauwe symbiose. De warme kooldioxide-rijke lucht uit de varkensstal gaat direct naar de kas, zodat de tuinder niet hoeft te stoken voor extra kooldioxide om de plantengroei te stimuleren. Het organisch afval van de kas wordt bewerkt tot varkensvoer of het wordt, net als de keutels, vergist tot biogas. ``Aan die brok techniek moet je van alles kunnen aan- of afknopen'', schetst Van der Wijngaart. ``Ook het afval uit koeienstallen of uit toiletten kun je meevergisten tot biogas. Het zoute afvalwater uit de kas kun je gebruiken om er zeevis in te kweken.''

Zo'n aan elkaar gekoppelde voedsel- en brandstofproductie zou in zogeheten agroparken bij steden gerealiseerd kunnen worden. Met het IMAG-DLO en het DLO-Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid wil Van der Wijngaart in Bladel bij Eindhoven beginnen met een stal-kascomplex. Een varkensstal van een boer die voor de omgeving ook aardappelen teelt en verwerkt, willen de ingenieurs vernieuwen en koppelen aan een nieuwe tuinbouwkas. Van der Wijngaart heeft voor zichzelf vijf jaar uitgetrokken om een eerste stal-kascomplex te bouwen. ``In feite ga je weer terug naar het gemengde bedrijf, maar dan wel in een heel andere vorm dan vroeger.''