Pompoenen

In de tuinversie van Kafka's Die Verwandlung wordt de tuinier, wiens naam dan uiteraard Mr McGregor-Samsa moet luiden, op een ochtend wakker en ontdekt dat hij is veranderd in een naaktslak. Zie hoe behaaglijk hij zich uitrekt in de vroege ochtendzon in de moestuin; overal om hem heen staan de heerlijkste jonge slaplanten, bonen, pompoenen, genoeg om zichzelf en zijn talrijke nageslacht een schitterende toekomst te verzekeren. Het zal een heerlijk leven zijn voor Mr McGregor-Samsa, want alles wat hem van deze heerlijkheden scheidt is een gemakkelijk te beklimmen Chinese muur van eierschalen en hier en daar een vijvertje met bier.

Zo moesten mijn tien onbeschermde prille slaplantjes er allemaal aan geloven: verzwolgen de avond nadat ik ze geplant had, net als de meeste van mijn Purple Teepee bonen, waarvan de zaden helemaal uit Amerika waren gekomen, en ook verschillende nieuwe pompoenplanten, de kostbare `Marina di Chioggia' uit Italië en een paar van de Spaanse `Buen Gusto'. Een Amerikaanse variëteit, `Golden Hubbard', en de Spaghettimeloen overleefden de eerste aanslag, maar dat zou kunnen zijn omdat de slakken zich al aan de andere soorten ongans hadden gegeten. Een paar venkel-zaailingen waren spoorloos verdwenen – maar slakken eten toch geen venkel? Het is merkbaar dat ze niet houden van de moderne, bittere slasoorten, zoals Lollo Rosso. In mijn tuin verstoppen ze zich onder deze planten; toen ik laatst een krop eikenbladsla uit de grond trok ontdekte ik dat er drie slakken onder huisden.

In het laatste nummer van The Garden stond een lezersbrief hierover: dat slakken zich verbergen onder de planten die zij niet eten. Het afwisselen van voor slakken onsmakelijke planten (Alchemilla mollis bijvoorbeeld, en de slakken in mijn tuin zien geloof ik ook niets in rabarber) met planten waar ze van houden – dat is dus iets als slaapzalen bouwen naast restaurants, dan hoeven ze niet ver te lopen.

De tijd in de volkstuin verschilt van de gewone tuintijd; als je een tuin elke dag ziet vinden de veranderingen ongemerkt plaats. Maar als je er maar twee keer in de week komt kun je ontdekken dat er hele drama's plaats hebben gevonden waar je geen idee van had. Aldus met mijn pompoenplanten; ze zijn vermoedelijk niet allemaal tegelijk verorberd, maar zo leek het toen ik terugkwam om naar ze te kijken. Hoe kostbaarder de plant hoe doller de slakken er op zijn; van een aanplant van `Marina di Chioggia' was alleen maar een half plantje over.

Wat te doen? Sinds ik mijn volkstuin heb zijn er goede bonenjaren geweest, goede aardbeienjaren en goede courgettejaren, maar zo'n goed slakkenjaar als het huidige heb ik nog nooit meegemaakt. De winters zijn niet koud genoeg geweest, het regent aan één stuk door en slakken doden mag alleen maar op een milieuvriendelijke manier. Die blauwe korreltjes in de tuin zijn het moderne equivalent van een scharlaken A op je trui, en natuurlijk is het ook maar beter zo. Er werd vroeger met die korrels gestrooid of het confetti was. Maar het heeft iets zonderlings, wanneer je denkt aan wat er allemaal wordt afgeknoeid in de voedselindustrie, dat mensen die proberen hun eigen groente te kweken, tegen slakken alleen maar gebroken eierschalen mogen gebruiken.

Er zijn wel planten die ik zonodig met de slakken wil delen, maar waar ik bezwaar tegen heb is dat ze ze volledig verslinden; wie neemt de moeite om pompoenen uit zaad te kweken om dan werkeloos toe te kijken terwijl ze worden verzwolgen door de slakken? In zo'n geval lijkt een wolkje slakkenkorrels het enige remedie. Als iemand een organische oplossing weet die echt werkt houd ik me aanbevolen; we namen vroeger wel eens onze toevlucht tot een ingegraven kommetje met bier, maar dit jaar talen de slakken er niet naar. Misschien zijn we overgegaan op een merk waar ze niet van houden.

Na zo'n slechte start kan het geen goed pompoenenjaar meer worden. Ik probeer deze zomer verschillende soorten, met inbegrip van de smakelijke Spaghettimeloen, die er van buiten gewoon uitziet maar vruchtvlees heeft dat lijkt op spaghetti, die je los kunt maken en er uit krabben met een vork. De planten nemen een fantastische hoeveelheid ruimte in, maar ze zijn het dubbel en dwars waard (er bestaat een uitstekend recept van Julia Child waarin ze worden gestoomd en daarna opgediend met aubergine-puree). De moeilijkheid met pompoenen is dat er maar één behoorlijk recept schijnt te zijn, of twee als je de soep meetelt, en dat het gaat vervelen als je steeds hetzelfde doet. Dat is misschien een gevolg van niet met ze grootgebracht te zijn – mijn eerste pompoen heb ik gegeten toen ik student was, pumpkin pie, gemaakt door een Engelse in Parijs die nauwkeurig de instructies volgde van een Amerikaans recept voor een Thanksgiving-diner.

Het Engels maakt onderscheid tussen pumpkin en squash, welk laatste woord blijkbaar uit een Noordamerikaanse Indianentaal komt en rauw voedsel betekent. Je hebt zomersquash, voornamelijk cultivars van Cucurbita pepo, en herfst- en wintersquash, cultivars van C. maxima. Deze zijn beter houdbaar dan pompoenen (de beste manier om ze te bewaren is ze op te hangen in netten, niet op een plat oppervlak neerleggen). Pumpkins (verwarrend genoeg ook C. maxima) kunnen reusachtige formaten bereiken en worden dan voornamelijk gebruikt als veevoer. De sierkalebassen (ook een onjuiste benaming), die wel aan kinderen worden gegeven om in hun tuintje te planten, zijn meestal niet smakelijk, hun huid is taai en hun vruchtvlees bitter. Maar van alle soorten zijn de zaden lekker; de veronderstelling is dat ze aanvankelijk geteeld werden om de zaden, het vruchtvlees was een bijproduct.

Pompoenen komen uit Amerika, waar ze misschien al tienduizend jaar geteeld worden. In Europa maakten ze hun verschijning kort na de ontdekking van Amerika. Ze zijn niet moeilijk te kweken, ze hebben alleen maar mest, water en ruimte nodig. En als de planten wat zijn gegroeid, wat niet lang duurt, willen de slakken ze niet meer; dan gaan ze op zoek naar andere tere plantjes.