Overbodig heldendom

Onderweg naar Antarctica in 1915 raakte Sir Ernest Shackleton met zijn schip vast in het ijs. De expeditie mislukte, maar hij bracht zijn mannen heelhuids thuis. Nu heeft Amerika deze Engelse poolreiziger als held en `people manager' ontdekt.

Ironie is in de geschiedenis nooit ver te zoeken. Zo ook in het verhaal van de Engelse poolreiziger Sir Ernest Shackleton en de 27 mannen die hij aanvoerde op een expeditie met het schip de `Endurance' naar het Zuidpoolgebied in 1914. Shackleton wist zijn mannen ondanks schipbreuk en twee jaar van gevaar en ontberingen op het poolijs, heelhuids thuis te brengen. Daar was de Eerste Wereldoorlog nog volop aan de gang; er was meer behoefte aan kanonnenvlees dan aan avonturiers. Van degenen die ternauwernood de strijd met Antarctica hadden overleefd, ging een aantal alsnog een vroege dood tegemoet in de Eerste Wereldoorlog.

Shackleton (1874-1922) heeft nooit de mythische status bereikt van Robert Falcon Scott. Ze hadden iets belangrijks gemeen: uiteindelijk hebben ze geen van beiden hun doel bereikt. Maar er was veel meer wat hen scheidde. Scott had alles mee: zijn geld en goede afkomst, zijn status als officier bij de Marine, en natuurlijk zijn tragische dood. Nadat Scott de wedloop om de Zuidpool had verloren – de Noor Amundsen had hem met bijna een maand verslagen – waren hij en zijn metgezellen op de terugweg aan honger, kou en uitputting bezweken.

Shackleton was een heel andere figuur. Hij was geen Engelse aristocraat, maar een Ier die bij de koopvaardij vandaan kwam, die moest sappelen en schulden maken om zijn expedities gefinancierd te krijgen – en het er ook nog levend vanaf bracht. Zijn ware prestatie lag niet op het gebied van het reizen of het ontdekken, maar vooral op het sociale vlak: het is hem gelukt om zijn manschappen door verschrikkelijke ontberingen te loodsen zonder dat ze elkaar de hersens insloegen.

Abrupt wordt Sir Ernest `The Boss' Shackleton in de publieke herinnering weer tot leven geroepen. Over zijn beroemdste expeditie is een nieuw boek verschenen dat een onverwachte bestseller is geworden en in vijftien talen is vertaald, waaronder het Nederlands. Ook de biografie van de Engelse historicus Roland Huntford uit 1985 is herdrukt. Daarnaast zijn er drie films over hem in voorbereiding: een anderhalf uur durende historische documentaire van regisseur George Butler, een Imax-versie en een speelfilm van regisseur Wolfgang Petersen (Das Boot) met de Ierse acteur Liam Neeson (Schindler's List) in de hoofdrol. En in het American Museum of Natural History in New York is nu te zien de tentoonstelling The Endurance: Shackleton's Legendary Antarctic Expedition, met oorspronkelijk foto- en filmmateriaal. Voor deze expositie zijn voor het eerst de magnifieke expeditiefoto's van Frank Hurley afgedrukt die bijna tachtig jaar in de archieven van het Londense Royal Geographical Society weggeborgen lagen.

Zowel het boek als de tentoonstelling zijn het werk van de Engels-Amerikaanse journaliste en schrijfster Caroline Alexander. Gezeten voor een enorm diorama van opgezette walrussen in het museumrestaurant zegt ze: ,,Niemand was ooit naar de families van de expeditieleden gestapt om te vragen of ze misschien hun dagboeken nog hadden, of voorwerpen die de mannen mee naar huis hadden gebracht. En van Hurleys films en foto's, die de expeditie echt tot leven brengen, was niet meer dan een kleine selectie bekend. Nu pas is het mogelijk om het hele verhaal te vertellen.''

Alexanders zoektocht naar de nalatenschap van de expeditieleden leverde een aantal voorwerpen op voor de tentoonstelling in New York. Voorwerpen die in al hun eenvoud ontroerend zijn: een lepel, het met potlood geschreven dagboek van timmerman McNish, een mes gemaakt van een tentharing. Een gedicht dat geoloog Wordie op een bladzijde uit de Encyclopedia Brittannica schreef. Een hemd dat de Schot McNish van een Schotsgeruite deken maakte voor zijn landgenoot Wordie – een daad van kameraadschap dat alle klassenverschillen oversteeg. De James Caird staat er in al zijn nietigheid ook, aan drie kanten omgeven met gebogen videoschermen waarop de zee op ziekmakende wijze deint en golft.

Lewinsky-tijdperk

Vanwaar deze belangstelling in Amerika voor een vergeten Engelse Zuidpoolreiziger uit het begin van de eeuw, die op de keper beschouwd geen enkele van zijn zelfgekozen doelen heeft bereikt? In Boston is er zelfs vorig jaar een school naar hem vernoemd. ,,Dit museum, het American Museum of Natural History, heeft een speciale band met ontdekkingsreizen'', zegt Caroline Alexander. ,,Hij heeft in de vorige eeuw tientallen expedities uitgerust en de hele wereld over gestuurd. Maar het is ook een culturele kwestie. De Britten hebben moeite met succes, ze vinden het makkelijker om iemand te bewonderen die bij een heldhaftige onderneming is gesneuveld. Het is veelzeggend dat de prachtige foto's van Hurley nog nooit zijn tentoongesteld of zelfs afgedrukt. Amerikanen daarentegen kunnen enthousiast en zonder een spoor van cynisme, iemands succes bejubelen. Hier telt het feit dat hij zijn mannen bij elkaar hield en veilig thuis bracht, zwaarder dan het feit dat het doel van de expeditie mislukte. Juist die dingen die in Engeland een min-puntje zijn – Shackletons komaf, het feit dat hij met mensen uit alle sociale klassen kon opschieten, het feit dat hij bij gebrek aan eigen vermogen als een entrepreneur zijn reizen moest financieren – zijn hier pluspunten.''

Een stijl van leiderschap die tegelijkertijd barmhartig en standvastig is, doet het natuurlijk in het Lewinsky-tijdperk goed. Misschien is zijn populariteit een teken van een dieperliggende behoefte in Amerika aan minder vluchtige celebrities en meer helden die hun roem hebben verdiend. ,,De kern van Shackletons talent voor leiderschap in noodsituaties'', schrijft Alexander, ,,bestond uit een onwrikbare overtuiging dat volstrekt gewone mannen tot heldhaftige wapenfeiten in staat zijn: de zwakken en de sterken moeten en konden het samen overleven.''

Mrs. Chippy

Vóór de tocht met de Endurance had Shackleton al twee reizen naar het Zuidpoolgebied achter de rug. In 1901-1903 vergezelde hij Scott op diens eerste poging de Zuidpool te bereiken. In 1907-1909 probeerde Shackleton het ook, maar moest net als zijn rivaal onverrichterzake terugkeren. Wel kwam hij verder zuidwaarts dan enig levend wezen voor hem, een wapenfeit waarvoor hij werd geridderd. Toen hij in 1914 met de Endurance (`de volharding') op weg ging was de pool intussen aan Amundsen vergeven, dus moest Shackleton op zoek naar een andere primeur. Welke grootse prestatie kon de mens in het ijzige zuiden nog leveren? Hij wist het: hij zou als eerste het Antarctische continent te voet oversteken.

Het liep anders. De Noorse walvisvaarders op het eiland South Georgia hadden de Engelsen gewaarschuwd dat de ijsgang dat jaar uitzonderlijk zwaar was, maar Shackleton zette toch door – een kardinale fout. Op 24 februari 1915, op slechts één dag varen van land vandaan, raakte het schip met 28 man aan boord vast in het ijs. Als een amandel in een stuk toffee, verzuchtte een van de bemanningsleden. Ze doodden de tijd met zingen, voetballen op het ijs en sledenwedstrijden, maar naarmate de poolnacht langer werd was er steeds minder afleiding. De temperatuur buiten zakte tot min 30 en het binnenste van het schip moest worden verbouwd tot een matrozenverblijf, gekscherend `De Ritz' genaamd. Gelukkig waren de 69 sledehonden er, die op het ijs werden ondergebracht in `hondlo's', en poes Mrs. Chippy van de scheepstimmerman McNish, traditiegetrouw bijnaamd Chips, of Chippy. ,,How dreary the frozen captivity of our life but for the dogs'', schreef Hurley in zijn dagboek.

De wetenschappers – een fysicus, een bioloog, een geoloog en een banjospelende metereoloog – gingen stug door met hun proeven, en ook de onvermoeibare fotograaf Hurley was druk in de weer. Voor een van zijn bekendste opnames installeerde hij dertig magnesiumflitsen die tegelijk afgingen: met zijn fel oplichtende pantser van ijskristallen steekt de Endurance als een spookschip tegen de poolnacht af. De matrozen hadden echter meer moeite zich te vermaken en sombere gedachten te verdrijven. Sir Ernest, voortdurend gespitst op onrust en onvrede, greep elk denkbare `bijzondere gelegenheid' aan om een lekker toetje of een extra glaasje te laten ronddelen.

Het stevige schip kwam heelhuids door de winter, maar het voorjaar, dat de verlossende dooi had moeten brengen, bracht juist rampspoed. Met knallen als geweersalvo's knapten de dikke eiken balken, ijzerplaten vouwden zich dubbel en het water van de Weddell-zee stroomde door de achterkant van het schip naar binnen. Na tien maanden aan boord gaf `The Boss' op 26 oktober het langgevreesde bevel: abandon ship.

Op een van de foto's kijken de honden met gespitste horen naar het geknakte tuigage van het trieste schip, dat al half onder het ijs is verdwenen. Hurley brengt ook de ontreddering van de schipbreuk in beeld: de mannen die naast het scheefgezakte schip op het ijs staan, te midden van een wirwar aan kisten en kratten, honden, sleden en de drie sloepen van de Endurance. De grootste van de drie, genoemd naar sponsor James Caird, zou uiteindelijk hun redding zijn.

In eerste instantie was het plan om het allernoodzakelijkste bezit in de sloepen te stoppen en die op sleden over het ijs te trekken, richting land. Om het gewicht te drukken mocht ieder bemanningslid slechts één kilo aan persoonlijk bezit meenemen. Dagboeken vond De Baas wel belangrijk, de expeditie was tenslotte voor een deel voorgefinancierd met de opbrengsten van hun verhaal. Om het goede voorbeeld te geven liet Shackleton zijn gouden horloge en zilveren borstels op het ijs achter, en de bijbel met een opdracht van de koningin. Hij scheurde er alleen het schutblad met haar opdracht uit, en een bladzijde uit het boek van Job: Uit wiens schoot komt het ijs voort? / En wie baart de rijm des hemels? / Als met een steen verbergen zich de wateren / en het vlakke des afgronds wordt omvat. Behalve dierbare voorwerpen moest ook de aan boord geboren puppies en scheepspoes Mrs. Chippy eraan geloven. Uiterlijk het toonbeeld van kalmte sprak The Boss de 27 mannen toe: ,,Het schip en de voorraden zijn verdwenen, dus gaan we nu naar huis.''

Onbewoond eiland

Al snel bleek dat de sloepen veel te zwaar waren en het ijs al veel te zacht. Na een paar dagen zinloos ploeteren – de schoorsteen en de masten van de Endurance waren in de verte nog altijd zichtbaar – sloegen de mannen een kamp op het ijs op, `Kamp Geduld'. Om beurten gingen ze met de hondenslee terug naar het wrak om te redden wat er te redden viel, zoals vaten met meel en suiker, en Hurley dook het ijskoude water in om zijn dichtgesoldeerde blikken met negatieven te halen. Samen met Shackleton maakte hij, met pijn in het hart, een selectie van de 120 beste glasnegatieven, plus een aantal kleurenfoto's die met het vroege Paget-procedé waren gemaakt. De rest werd ter plekke vernietigd, ,,om mij niet in de verleiding te brengen ze nog een keer te redden'', schreef Hurley droog.

Na vijf maanden kamperen op afbrokkelende ijsschotsen slaagden ze erin land te bereiken – maar dan wel het onbewoonde Elephant-eiland. Er was zoet water, er waren voorlopig zeerobben en pinguïns om te eten, en ze konden schuilen onder de twee omgekeerde sloepen. Maar áls er al een reddingsexpeditie naar ze op zoek was, zou die hier nooit komen. Bovendien waren er mannen ziek en bij vlagen van hun verstand beroofd door de angst en ontberingen.

Shackleton wist dat hij hulp moest halen. Dat kon alleen op het eiland South Georgia, waar de Noren een walvisvaartstation hadden gevestigd. Timmerman Chips kreeg de opdracht om met de schamele middelen die hij had, de `James Caird' zeewaardig te maken. Met z'n zessen moesten ze in een klein, verweerd houten bootje van nog geen zeven meter lang, achthonderd mijl afleggen over de ruigste zee ter wereld. De navigatieboeken waren allang doorweekt en positiebepaling met de sextant was haast onmogelijk. Als ze South Georgia misliepen was er niets tussen hen en Afrika.

Na zestien dagen bereikten ze South Georgia, maar de beproevingen waren nog niet ten einde. Wind en weer had ze naar de verkeerde kant gedwongen, nu moesten ze – uitgehongerd, in vodden gekleed en dodelijk vermoeid – het bergmassief oversteken dat de rug van het eiland vormde. (In 1997 probeerde een groep Ierse bergbeklimmers als eerbetoon deze tocht na te doen, maar slaagde er niet in de bergen over te steken). Na een gedwongen mars van 36 uur door maagdelijk terrein – op de kaart was het binnenland een witte vlek – hoorde Shackleton voor het eerst in jaren een geluid uit de bewoonde wereld: de stoomfluit van de ochtendploeg.

Een Noorse walvisvaarder was erbij toen de directeur van het station de vreemde bezoekers ontving die uit het niets te voorschijn kwamen. In krom Engels schreef hij later een kort verslag. ,,Directeur zeggen: `Wie ben jij verdomme?' Vreselijke man met baard zeggen heel rustig: `Shackleton is de naam'. Ik me omdraaien en huilen.''

Het zou nog vier maanden en vier pogingen met vier verschillende schepen kosten voordat Shackleton zijn mannen op Elephant-eiland kon bereiken. Engeland kon niets voor hem doen, liet de Admiraliteit nuffig per telegram weten, het land was immers in oorlog en kon geen schip missen. Eindelijk lukte het hem om met een Chileens stoomschip tussen het ijs door te laveren en de achterblijvers op te halen. Wonderlijk genoeg zijn er foto's van het armetierige bestaan van de 22 beroete, bebaarde schipbreukelingen op het eiland: Hurley had zijn grote camera's moeten achtergelaten, maar hij had een van de eerste pocket-Kodaks en drie rolletjes film bij zich.

Net als wij

De Wall Street Journal besteedde vorig jaar al een groot artikel aan de `Shackleton-mania' en het `Shackleton-model'. De krant citeerde een directeur van een pr-firma, ene James McGregor, die gespecialiseerd is in financiële crisisbeheersing. Aan de muur van zijn kantoor hangt een foto die hij zelf maakte van het monument voor Shackleton op South Georgia-eiland. McGregor heeft zijn eigen management-theorie aan hem ontleend: ,,Wees niet bang om je plannen te veranderen. Wees niet bang om niets te doen als dat het beste is. En bereid je vooral goed voor.''

Anderen vinden hem juist sympathiek omdat ze niet naar hem hoeven op te kijken. Sara Wheeler, de Engelse schrijfster van het boek Terra Incognita over Antarctica: ,,Hij rookte te veel, hij dronk te veel en hij ging met andermans vrouwen naar bed. Daarom mogen wij hem graag, hij is net als wij.''

Tekortkomingen had Sir Ernest zeker. Een klein jaar na hun veilige terugkeer verzocht hij de Kroon om de expeditieleden een Poolmedaille toe te kennen – op vier mannen na. Twee van die vier, onder wie timmerman McNish, waren nota bene met hem meegeweest op de laatste wanhoopsreis met de James Caird. Doordat er nooit een formele uitreiking plaatshad duurde het jaren voordat dit staaltje kleinzieligheid aan het licht kwam. McNish op zijn beurt heeft tot op de dag van zijn dood Shackleton de dood van Mrs. Chippy kwalijk genomen.

Caroline Alexander heeft nog het meest werk gehad aan het laatste en kortste hoofdstuk van het boek: wat is er met iedereen gebeurd? Al snel waaierde het clubje uit over de aardbol. Matroos McCarthy sneuvelde binnen drie weken achter zijn kanon in het Kanaal, derde stuurman Cheetham verdronk toen zijn mijnenveger door een Duitse onderzeeër werd getorpedeerd. Enkelen emigreerden naar Zuid-Afrika, Canada en Nieuw Zeeland, anderen gingen gewoon naar hun geboortedorp terug. De Ier Crean bijvoorbeeld dreef tot zijn dood de South Pole Inn, maar scheepskok Green ontdekte bij thuiskomst dat zijn ouders zijn levensverzekering hadden geïncasseerd en zijn vriendin met een ander was getrouwd.

De laatste overlevende was eerste stuurman Lionel Greenstreet, die in 1979 overleed op zijn 89ste. ,,Het gaat elk voorstellingsvermogen te boven'', schrijft Alexander, ,,dat een man die met Shackleton op de barkentijn de Endurance heeft gevaren, ook nog iemand op de maan heeft zien lopen''.

En met The Boss zelf? Hij kon niet meer aarden. Het kalme leven in Londen voelde als een anticlimax. Bovendien moest hij schulden terugbetalen door lezingen te geven met dia's van Hurley voor zalen die vaak maar voor de helft gevuld waren. De royalty's van zijn boek South, dat in 1919 verscheen en deze maand is herdrukt, had hij al bij voorbaat aan een schuldeiser moeten afstaan. Hij dronk te veel en woonde meer bij zijn maîtresse dan bij zijn vrouw, wat zijn reputatie evenmin goed deed. Alles was minder dan de heftige ervaring waar hij in South op terugkijkt: ,,We waren door het vernis van de uiterlijkheden doorgedrongen, hadden pijn en honger geleden en getriomfeerd, door stof gekropen maar naar roem gegrepen, en we waren gegroeid door de grootheid van het geheel. We hadden de naakte ziel van de mens bereikt.''

In 1921 riep Sir Ernest wat oude maten bij elkaar en vertrok opnieuw op een doelloze expeditie naar het zuiden. In 1922 overleed hij, pas 48 jaar oud, aan een hartaanval aan boord van zijn schip. Zijn vrouw gaf de expeditie grootmoedig opdracht hem daar te begraven: ,,Het is een onverdraaglijk idee dat zijn rusteloze geest zou worden opgesloten bij het bekrompen gewone volk van een Brits kerkhof.''

`De Endurance: Shackletons legendarische expeditie naar de Zuidpool' door Caroline Alexander, ƒ69,90, geb., uitg. Atlas. Gelijknamige tentoonstelling t/m 11 okt. in het American Museum of Natural History.