Oók topmannen moeten plassen

De topprestaties van wielrenners en aandelen dwingen bij iedereen respect en waardering af. Maar wie een kleine, magere, kale man moeiteloos tegen de bergen op ziet klimmen, of de aandelen van een mager bedrijfje alsmaar ziet stijgen, moet zich toch eens afvragen waardoor dat komt. Moeder natuur of een extra (chemische) substantie?

De mannen die in deze circussen – wielrennerij of beurs – de kost verdienen houden het op natuurkrachten, hoewel ze precies weten hoe de vork in de steel zit. Maar ze zwijgen, want het volk moet (en wil) bedrogen worden, anders vallen de inkomsten terug. Alleen autoriteiten, buitenstaanders, kunnen met de wet in de hand de illusies soms verstoren en het licht in de achterkamertjes van het grote geld aandraaien. De Franse justitie deed dit vorig jaar bij de wielrenners in de Tour en de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) roert zich steeds meer in de effectenwereld.

De personeelsopties (worden meer waard als de koersen stijgen) horen bij de illusies in de effectenwereld. Die groeihormonen moeten de directie en het personeel van een bedrijf met beursnotering stimuleren en zo de resultaten en beurskoers opkrikken. Nu sinds 1 april directeuren de uitoefening (het winstnemen) van hun opties moeten melden aan de STE, die dat op Internet zet, blijkt dat velen vooral uit zijn op eigen gewin. Ze lijken voetballers die liever het grote geld dan de bal najagen en niets geven om de club (bedrijf) en zijn supporters (klanten).

Die afgedwongen plicht tot publicatie vergroot het inzicht van de andere beleggers: ze kunnen zien wat de insiders doen. Topmannen moeten dus net als wielrenners plassen na een flinke slag en wij kijken met onze pc en dichtgeknepen neus mee over hun schouder, via Internet.

Neem nou Philips. Binnen ruim een maand tijd verzilveren vier managers hun opties en strijken bij benadering circa 15 miljoen gulden op. Wat er op duidt dat zij de koers van hun aandeel niet hoger zien stijgen, omdat de resultaten en vooruitzichten zullen tegenvallen. Zij geven ons heel attent een verkapte winstwaarschuwing, hoewel de koers woensdag nog 91,20 euro noteerde; de hoogste stand in de afgelopen twaalf maanden. Wil de echte insider opstaan?

Een lezer meent dat de medewerkers van de pagina Geld telt insiders zijn. `Ik wil voor lange tijd een flink bedrag ineens in een beleggingsfonds stoppen. Is het slim om in te stappen wanneer de markt hoog staat en je kans loopt om geld te verliezen (althans op papier) als de markt inzakt? Wat is een goed moment om in te stappen en hoe bepaal je dat?' Wie van de dames of heren?

Deskundigen stellen het verloop van de beurs en de aandelen graag voor als de resultante van natuurkrachten als bedrijfswinsten, rente, dollar en de stemming op Wall Street. Wie deze factoren (bijna) juist kan voorspellen, kent het juiste moment van instappen. Daaruit volgt dat je beleggen kan leren door veel te studeren en daardoor een hoger rendement behaalt dan die luie beleggers die roerloos op hun blijven stukken zitten. Helaas is dat een illusie: de praktijk leert dat de beurs een eigen grillige baan trekt.

De beurs – de individuele aandelen – drijft niet helemaal of soms helemaal niet op economische factoren. Er is een duistere substantie, maar dat mogen particulieren eigenlijk niet weten, die wereldwijd de koersen bepaalt. De naam van dat financiële EPO is geld of het grote geld.

Actieve banken, verzekeraars, beleggingsfondsen, pensioenfondsen, vermogensbeheerders en andere grootbeleggers proberen met hun miljarden aan handelsgeld winst te maken op de financiële markten. Niet door te beleggen voor de lange termijn, maar door snel en gericht te kopen of te verkopen. Zij kunnen een beurs of markt maken of breken, staan (tijdelijk) boven de voornoemde economische factoren en zien graag flinke koersuitslagen. Aan bewegingen kunnen zij verdienen. Rust roest. Niemand die ze eens een plasje laat doen. Meer dan eens gaan ze bijna ten gronde aan hun spelletjes, maar daar hoor je weinig over.Financiële bedrijven stralen graag degelijkheid uit, want ze spelen vaak met geld van anderen.

Op deze manier klom Amsterdam midden vorig jaar naar een historische top, hoewel dat niet paste bij de economische werkelijkheid, en daalde vervolgens sterk. Behulpzame analisten passen dan de cijfers aan, zeggen dat de vooruitzichten beter zijn dan ze lijken of vertellen dat we in een nieuw tijdperk met andere spelregels leven. Zelden wijzen ze op buitenlandse speculanten.

Hoe staan we er nu voor? De effecten- en optiebeurs lijden onder een gebrek aan omzet. Grootbeleggers zoeken hun heil buiten Amsterdam: Wall Street, Tokio, de Aziatische landen, andere Europese landen, straks de Balkan. Dat kost banken, commissionairs en handelaren provisie en handelswinst. Daarom moet er iets gebeuren. Een flinke stijging of een flinke daling. Actie, omzet.

Gezien de stijgende rente, dalende dollar en afvlakkende economische groei ligt een hausse niet voor de hand. Eerder een flinke correctie. Zeg 20 tot 25 procent. Pas daarna komt er een goed moment om in te stappen. Zo vorm je een persoonlijke visie over de beurs.