Niet te chic voor het Damrak

Van Lanschot Bankiers gaat naar de beurs. Volgens voorzitter H. Heemskerk om de onafhankelijkheid te benadrukken. Nadeel is wel dat je als chique instelling een beetje op straat komt te liggen.

Eindelijk. De kogel is door de kerk. Jan Cees van Lanschot trof al in 1978 de voorbereidingen voor de beursgang van zijn bank, maar steeds kwam het er niet van. Op 2 juli denkt de Bossche bank voor vermogende particulieren dan toch een notering in Amsterdam te hebben.

Van Lanschot, sinds 1737 een betrouwbaar instituut, komt op het koersenbord te staan temidden van talloze jonge computerbedrijven, modeketens en telecomspecialisten. Bent u daar niet veel te chic voor?

Daar zit inderdaad wel iets in. Zo'n beursgang stuit tegen de oude intimiteit, het familiekarakter. Maar tegelijkertijd worden we, mede door onze historie, natuurlijk wel een bijzonder aandeel. Vooral klanten vragen al jaren om een beursgang. Elke twee weken houd ik een presentatie voor onze klanten over beleggen - ja, we lijken soms wel een entertainmentfabriek – en altijd begint men over de beursgang. Vanuit die hoek verwachten we veel belangstelling, en daarom hebben we voor 100 miljoen gulden aan aandelen voor onze klanten gereserveerd.

Bij de beursintroductie zal Van Lanschot circa 1,8 miljard gulden waard zijn. Dat is eigenlijk veel minder dan je op grond van de naam zou verwachten. Libertel is bijvoorbeeld het tienvoudige waard.

Dat is ook het verschil. Natuurlijk kom je in zekere zin op straat te liggen, maar wij worden niet als Libertel een volksaandeel. Wij zullen niet van iedereen zijn. Wij willen niet al te arrogant zijn, maar we stellen wel onze eisen aan de klanten.

Een inkomen van een ton, of een vergelijkbaar vermogen is het minimum om klant te worden. Moet u deze voorwaarden niet indexeren, want wat is een ton nog voor een modale huizenbezitter?

Nee. Juist de mensen die net aan deze criteria voldoen, bieden een groot potentieel. Niet alleen zorgen zij, bijvoorbeeld met hun betalingsverkeer, voor omzet waarmee we het kantorennetwerk in stand kunnen houden. Ook vormt die - vaak jongere - groep de toekomst: een ingedutte Brabantse bank met 40.000 senioren moeten we niet worden.

Van Lanschot is de laatste jaren niet bij een schandaal betrokken geweest. Zal een beursgang er niet toe leiden dat de druk om te presteren groter wordt? Dat u misschien zaken moet doen met mensen waarover twijfels bestaan?

Integendeel. Juist na een beursgang ga je nog kritischer kijken, want de consequenties van een schandaal zijn groter. Bepaalde mensen willen we gewoon niet als klant, maar helaas kan ik niet garanderen dat we nooit in opspraak zullen komen. Hoe voorzichtig we ook zijn.

De beursgang betreft alleen een herplaatsing van aandelen. Er wordt dus niet met nieuwe aandelen geld uit de markt gehaald om bijvoorbeeld een overname te doen. Dat ademt weinig dynamiek uit.

Een overname zou natuurlijk prachtig zijn, maar goede kandidaten zijn er eenvoudigweg niet. Er is geen bank in België of Nederland over de toonbank gegaan zonder dat wij er naar hebben gekeken. Bijvoorbeeld Credit Lyonnais in België. Best een aardig bankje, maar haar doelgroep zat onder de onze: dan zouden we in België een andere bank worden dan in Nederland.

Via meerdere beschermingsconstructies wordt Van Lanschot behoed voor vijandige overnames. Denkt u, op deze manier, de komende tien jaar zelfstandig te kunnen blijven, ondanks de concentratiebeweging in Europa?

Dat denk ik inderdaad. Die zelfstandigheid is ook de kick voor mij. Dit bedrijf is niet tien jaar geleden verzonnen door een paar jongens. Hier vind je nog de boekhouding uit 1760. Wij bieden diensten aan die andere banken ook doen, maar het gaat ook om de sfeer, de verpakking. Natuurlijk moet je nooit nooit zeggen. Altijd blijven nadenken, ook bij fusies of overnames. Maar met onze huidige aanpak (rijke particulieren en familiebedrijven) zie ik de meerwaarde van een fusie niet in.

U klaagt wel elk jaar over de enorme automatiseringsuitgaven. Vorig jaar maar liefst 90 miljoen gulden, bijna net zoveel als de nettowinst.

Dat is een reëel argument. Maar tot nu toe hebben we altijd het geluk gehad dat we ons die bestedingen kunnen permitteren. Wanneer het klimaat wat minder prettig is, kunnen we wat minder geld uit geven. Zeker met de komst van de euro, waardoor meer standaardisatie mogelijk is, verwacht ik dat automatisering steeds goedkoper wordt. Vanzelfsprekend blijft het een vereiste om te groeien: wanneer we een ingeslapen bankje worden zijn we snel weg.