Kosovarisering

De week waarin (hopelijk) de vrede aanbrak, de oorlog om Kosovo misschien eindigde, de week in elk geval waarin Miloševic capituleerde en de NAVO haar bombardementen op Joegoslavië opschortte, gaf in Nederland een nieuwe fase te zien in de Kosovarisering van het publieke debat.

Over die oorlog is gepolemiseerd vanuit egelstellingen, wat uitmondde in persoonlijke aanvallen en sibbenkundig onderzoek naar de achtergronden van enkele deelnemers aan het debat. Deze verruwing en zelfs `etnisering' van het discours was al bedenkelijk, zij het mogelijk nog verklaarbaar door de heftigheid van de emoties die onvermijdelijk worden opgeroepen door oorlogsgeweld en etnische zuiveringen, aangelegenheden waarover men nu eenmaal niet omfloerst kan gaan zitten theeleuten. Maar op dezelfde toonhoogte en, godbetert, met zuiver etnische argumenten wordt nu ook al – fase twee – over het Nederlandse kunstbeleid geredekaveld.

Een Dorknopersnota van de staatssecretaris van Cultuur blijkt dezelfde uitbarstingen van machteloze woede teweeg te kunnen brengen als oorlogsmisdaden op de Balkan. Misschien heeft dit verschijnsel, waarvan ik straks enkele voorbeelden zal geven, te maken met de definitie van het begrip cultuur die door deze staatssecretaris, Rick van der Ploeg, wordt gebezigd in zijn nota Ruim Baan voor culturele diversiteit. ,,Cultuur'', schrijft hij, ,,is bij uitstek het terrein waar conflicten tussen culturen op verschillende wijze worden uitgevochten.'' Cultuur is Kosovo, oorlog tussen culturen. Cultuur is strijdtoneel en Priština de culturele hoofdstad van Europa.

Dinsdag verscheen er een vervolgnota van Van der Ploeg, gewijd aan de verdeling van de kunstsubsisidies voor de periode 2001-2004. Titel: Cultuur als confrontatie.

Wollt ihr den totalen Kulturkrieg?

Het lawaai over de beide nota's van Van der Ploeg is ontstaan naar aanleiding van de daarin vervatte gedachte dat culturele instellingen meer voor allochtonen moeten doen. Lukt ze dat niet, dan krijgen ze minder geld en omgekeerd: meer allochtone kunst en allochtoon publiek, meer geld. Voor zover hiermee culturele emancipatie wordt beoogd, lijkt me de doelstelling nobel, al is van bovenaf gedecreteerde, niet door de betrokkenen zelf in gang gezette, langs bureaucratische weg afgedwongen emancipatie nog nooit succesvol geweest.

Het omineuze zit hem dan ook niet in de doelstelling, maar in de oorlogstaal. De staatssecretaris spreekt zich met zoveel woorden uit voor een etnische machtsstrijd. Wie optrekt onder de banieren van confrontatie en `conflicten die moeten worden uitgevochten' volgt geen marsroute naar diversiteit en integratie, maar naar culturele naijver, afgunst en haat.

Michael Zeeman verweet in de Volkskrant Van der Ploeg `apartheidsdenken'. Dat leek me boud gesproken. Maar vervolgens werd de staatssecretaris in dezelfde krant bijgevallen door de journaliste Mercita Coronel. Zij moedigde Van der Ploeg aan in zijn strijd tegen `de witte elitaire cultuurbeslissers in allerlei fondsen en theaters', daarmee de stelling van Zeeman op pijnlijke wijze illustrerend. `De Nederlandse cultuur verandert, andere culturen willen ook mee-eten uit de subsidieruif.' De auteur berekende dat de staatssecretaris ongeveer zeven procent van de cultuurbegroting wil vrijmaken voor allochtonen, wat overeenstemt met het percentage allochtonen in Nederland.

Ik weet niet wat me meer weerzin inboezemt: het platvloerse denken over cultuur als vehikel om te kunnen `mee-eten uit de subsidieruif', of het denkbeeld subsidies naar evenredigheid langs etnische lijnen te verdelen. Je moet er niet aan denken dat een dergelijke verdeelsleutel vervolgens ook wordt toegepast op sportsubsidies, huursubsidies, thuishulp, studiefinanciering of het nog in te stellen noodfonds Bijlmermeer. Het is gevaarlijk cultuurbeleid en minderhedenbeleid te verwarren. Wie dat toch in zijn hoofd haalt, loopt willens en wetens het risico dat ook het minderhedenbeleid uitloopt op `confrontatie' en `conflicten die moeten worden uitgevochten'.

Het volkomen juiste argument van Van der Ploegs opponenten dat kwaliteit in de kunst niet met etnische maatstaven kan worden gemeten, gaf in deze krant een kroonlid van de Raad voor cultuur, R. Boonzaaijer Flaes, aanleiding eveneens een vergelijking met de apartheid te trekken. `Ook het apartheidsregime in Zuid-Afrika was sterk in dit soort drogredeneringen: juist om de kwaliteit van de samenleving te handhaven kunnen we geen zwarten toelaten in posities van macht. Die samenleving is namelijk de witte, beschaafde samenleving – en naar analogie daarvan is cultuur wat wij als zodanig kenmerken.'

Oorlogspropaganda: het kroonlid bestempelt mensen die het niet met de staatssecretaris eens zijn als `theaterbonzen en cultuurpausen', `verwende, zich in hun eigen geborneerdheid kronkelende vlerken', `cultuurbobo's die zich nu bedreigd voelen in hun comfortabele positie' en daarom schuldig zijn aan `culturele apartheidspolitiek'.

Pieter Kottman, kunstredacteur van deze krant, was over ditzelfde onderwerp voor de radio in gesprek met het lid van de Tweede Kamer Judith Belinfante, die als woordvoerder van de PvdA het beleid van Van der Ploeg ondersteunt. Ik heb haar altijd voor een verstandige, ruimdenkende figuur aangezien, maar uitgerekend zij beet Kottman na afloop van de uitzending toe: ,,En toch gebeurt het zoals wij het willen. Want wij hebben de macht. En als u dat niet bevalt, dan gaat u maar naar een ander land.''

Moeilijk te geloven, maar ze heeft het gezegd. Ik schrok er zo van dat ik Belinfante belde – en pas toen schrok zij ook van zichzelf. ,,Je moet mijn uitspraak als een metaforische reactie zien die complete machteloosheid uitdrukte in plaats van machtsbelustheid'', relativeerde ze. ,,Verhuis maar naar een ander land bedoelde ik natuurlijk niet letterlijk, ik bedoelde dat in onze samenleving dingen democratisch beslist worden, dat we in een maatschappij wonen waarin mensen zich tot elkaar verhouden, elkaar niet buitensluiten, en dat hem dat kennelijk niet bevalt.''

Ja, nou ja, het zal wel. Ik word er wel eens bang van. Geld verdelen langs etnische lijnen, culturele sibbenkunde, culturele krijgskunde. Waar leidt het toe? Het leidt er op zijn minst nu al toe dat een beschaafd mens als Belinfante, lid van het fractiebestuur van de grootste regeringspartij, taal uitslaat waarvoor zij zich de oren van haar hoofd moet schamen. Mijn zorg, mijn angst, voor het oprukkende etnische denken heeft de afgelopen maanden een naam gekregen: Kosovo.