Ingrijpen in Joegoslavië was noodzakelijk

Oorlog is in veel opzichten moreel verwerpelijk. Maar dat geen oorlog ooit iets heeft opgelost is een demagogische dwaasheid, vindt Emma Bonino. En terzake van Joegoslavië is het resultaat van de NAVO-interventie bevredigend: Miloševic is verslagen.

De voorspellingen van sommige pacifisten dat de NAVO-interventie in Joegoslavië de vonk in een mondiaal kruitvat zou zijn, een `Vietnam in Europa', of de aanleiding voor Rusland om een kernoorlog te beginnen, zijn allesbehalve bewaarheid.

De recente ontwikkelingen hebben aangetoond dat het NAVO-optreden niet alleen een realistische maar zelfs een noodzakelijke is geweest. De moeilijkheden die het bondgenootschap heeft moeten overwinnen voordat het eindelijk het politiek-militaire apparaat van Belgrado op de knieën wist te dwingen, maken duidelijk hoe diep het kwaad was ingeworteld.

Zolang de Joegoslavische president Slobodan Miloševic nog het monopolie op de militaire macht bezat, verloor zijn anachronistische streven naar Servisch-nationalistische hegemonie namelijk niets van zijn repressieve kracht en hetzelfde gold voor de volharding van het Servische establishment, dat voorgaf in Rambouillet te onderhandelen met vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap, maar intussen zijn etnische zuivering van Kosovo voortzette.

Waren de humanitaire en materiële kosten van de interventie gerechtvaardigd? Zonder twijfel is oorlog in veel opzichten moreel verwerpelijk. Maar dat geen enkele oorlog ooit iets heeft opgelost is een demagogische dwaasheid die door de geschiedenis ruimschoots is gelogenstraft.In het geval van Joegoslavië is het resultaat van de interventie bevredigend: de overgave van een regime dat in onderhandelingen nooit iets heeft willen toegeven.

Miloševic is verslagen – zowel omdat hij zich heeft overgegeven en omdat hij na de aanklacht wegens oorlogsmisdaden die tegen hem is ingediend tot een politieke schim is geworden, net als de Bosnisch-Servische `president' Radovan Karadzic en generaal Ratko Mladic, die formeel nog `vrij' zijn maar geen kwaad meer kunnen.

De aanklacht tegen Miloševic is een belangrijke stap in de geschiedenis van het recht. Voor het eerst is een fungerend staatshoofd dat schuldig is aan misdaden tegen de menselijkheid op heterdaad betrapt en in staat van beschuldiging gesteld.

Het potentiële afschrikkingseffect van deze ontwikkeling voor de cultuur van de straffeloosheid zoals die in zwang is geraakt in recente crises, vooral op de Balkan, zou wel eens aanzienlijk kunnen zijn. Voortaan zullen dictators zich twee keer moeten bedenken voordat ze overgaan tot misdaden tegen de menselijkheid om hun doel te bereiken of om aan de macht te blijven.

Al kan worden getwijfeld aan de individuele verantwoordelijkheid van Miloševic en de vier anderen die tegelijk met hem zijn aangeklaagd, dat in Kosovo misdaden tegen de menselijkheid zijn gepleegd staat vast: er zijn op instigatie van het regime in Belgrado meer dan 700.000 mensen gedeporteerd.

De aanklacht is door degenen die meenden dat geen oplossing van het conflict mogelijk was zonder Miloševic aangemerkt als een factor die de kansen op een vreedzame regeling deed slinken.

Ten onrechte, zo blijkt nu duidelijk, en Louise Arbour, hoofdaanklager bij het Haagse tribunaal, had gelijk toen ze zei: ,,De aanklacht tegen Miloševic is een bijdrage aan de vrede, want vrede is onmogelijk zolang de straffeloosheid heerst.'' Men bedenke bovendien dat de marginalisering en veroordeling van Karadzic en Mladic geen beletsel heeft gevormd voor de vrede in Bosnië – integendeel zelfs.

Pas de afzetting van Miloševic zal het mogelijk maken de vicieuze cirkel van etnische haat en politieke uitbuiting van etnische spanningen te doorbreken die de afgelopen tien jaar de tragiek van ex-Joegoslavië heeft bepaald. Deze grimmige periode biedt een schrijnend voorbeeld van de tegenstelling tussen een realpolitische visie, die wordt aangehangen door bijna alle ministeries van Buitenlandse Zaken in de wereld, en dat wat men `ethische diplomatie' zou kunnen noemen. Er zijn nog slechts weinigen onder ons die menen dat deze laatste werkwijze – ook wel idealpolitisch genoemd – kan optreden tegen de schimmige, kwestieuze belangen en een democratische praktijk kan grondvesten op waarden zoals het primaat van het recht.

Geen enkele realpolitische overweging kan het feit verhelen dat Miloševic sinds bijna tien jaar oorlogvoering gebruikt in zijn streven een wreed en bloedig ultranationalistisch program te realiseren. Hoewel Miloševic's program door de geschiedenis volstrekt is ontzenuwd, heeft het honderdduizenden Bosniërs, Kroaten en Kosovaren het leven gekost. Dit feit rechtvaardigt het gebruik van geweld tegen het Servische regime.

Hoewel ik voorstandster ben van geweldloosheid, is dit mijn mening – na tien jaar van congressen en tegen-congressen waar men akkoorden en semi-akkoorden sloot waarvan geen door Belgrado werden nageleefd en die alleen dienden als voorspel tot nieuwe slachtingen door Miloševic.

Het NAVO-ingrijpen in Joegoslavië was het eerste gebruik van geweld niet om olie, diamanten of grondgebied te verkrijgen maar om een volk het recht te garanderen om waardig in zijn eigen land te leven.

Emma Bonino is demissionair Eurocommissaris voor humanitaire hulp.